Akker(on)kruiden voor bijen in akkerranden
T Planten die in tuinen kunnen worden toegepast of bijen die eventueel op deze plant in tuinen kunnen voorkomen
B Bijen die boven de grond nestelen en die ook gebruik kunnen maken van bijenhotels.
* Vaak in zaadmengsels toegepast. Omdat de planten verschillende eisen aan de bodem stellen, worden ze in geselecteerde mengsel geleverd. Zie tabellen voor de eisen die deze planten aan de bodem stellen. Voor leveranciers biologisch gekweekt zaad zie startpagina.
# Bij is gedeeltelijk van de plant afhankelijk
S Komen vaak of geregeld ook spontaan in tuinen voor sommige ook via vogelvoer dat vooral in de winter wordt uitgestrooid.
 
Op deze webpagina wordt een overzicht gegeven van de "voornaamste"planten voor honingbijen en wilde bijen in akkerranden. Sommige soorten worden de laatste decennia om verschillende reden ingezaaid, maar het overgrote deel van de soorten vestigt zich spontaan. Sommige van deze plantensoorten worden schadelijk geacht voor de landbouw.
Alleen de soorten waarvan met betrekking tot bijen eigen waarnemingen beschikbaar zijn worden genoemd. Een aantal zeer zeldzame akkeronkruiden zijn buiten beschouwing gelaten, evenals een aantal graslandplanten die ook in akkerranden kunnen voorkomen. Vrijwel alle akker(on)kruiden komen ook in andere habitats voor. De informatie die per plantensoort wordt gegeven, gaat meestal veel verder dan akkers. Daarnaast worden ook een aantal exotische soorten genoemd die sinds 2010 in akkerranden zijn uitgezaaid. Verder worden er ook soorten genoemd die tegenwoordig als drachtplant of als bodemverbeteraar worden ingezaaid.
Of akker(on)kruiden ook door wilde bijen worden bezocht is vooral afhankelijk van nestgelegenheid die moet worden geboden door aangrenzende landschapselementen: bermen, dijktaluds, beplantingen oude gebouwen, schuren etc. Zonder nestgelegenheid geen wilde bijen.
De aanwezigheid van verschillende akkerrandplanten kan ook van betekenis zijn voor roofinsecten. Met name insecten of larven daarvan die leven van insecten die voor de landbouw schadelijk zijn.
Dat zijn meestal insecten met korte monddelen. Voor hun voortbestaan zijn veel van deze insecten gedeeltelijk afhankelijk van nectar en stuifmeel. Biologische bestrijding met behulp van deze insecten kan dus alleen als er nectar en stuifmeel leverende planten in de omgeving voorkomen. In dit geval de akkerranden en vooral de aangrenzende landschapselmenten. Het moeten planten zijn waar deze voedingsstoffen gemakkelijk bereikbaar zijn voor insecten met korte monddelen.
Groepen planten met gemakkelijk toegankelijke bloemen voor insecten met korte monddelen: enkele vuistregels
In onderstaand overzicht worden alleen de voorbeelden genoemd die ook in het overzicht staan.
- Bloemen met open en vaak losbladige en wijduitstaande bloemkroon: klaprozen, cosmos, slaapmutsje, grijskruid, akkerwinde, gewone reigersbek.
- Bloemen met een (zeer) korte bloemkroon of kroonbladen: boekweit, herderstasje
- Composieten met korte buisbloemen: gele kamille, valse kamille, echte kamille, goudsbloem, gewoon duizendblad, reukeloze kamille
- Bloemen met honingklieren aan de oppervakte van de bloem: de meeste schermbloemigen zoals groot akkerscherm, dille; benargie.
- Bloemen met meeldraden die langer zijn de bloemkroon of buisbloemen: lintbloemen: klein streepzaad, korenbloem, akkermelkdistel, phacelia, schermbloemen, herik