Terug naar startpagina
Wilde bijen als metafoor voor biodiversiteit
Bijenbeheer betekent het ontwikkelen van bloemrijke begroeiingen en nestgelegenheid. Van bloemrijke begroeiingen profiteren alle bloembezoekende insecten. Maar er is nog veel meer:
  Bestuiving door bloembezoekende insecten levert zaden en vruchten voor andere dieren.
  Voor de bloeitijd zijn er al heel veel andere insecten die leven van het blad, stengels en wortels van planten.
  Bijna alle insecten die van planten leven zijn prooien voor rovende en parasiterende insecten.
  Veel insecten zijn ook weer voer voor spinnen en parasiterende mijten.
  Bijenbeheer is grotendeels vegetatie beheer. Dat is niet alleen maar gericht op bijenplanten, maar vooral op plantengemeenschappen. Daarin bestaat het grootste deel van de vegetaties uit grassen en biezen en bloemplanten die niet door honingbijen worden bezocht. Op grassen leven veel rupsen van vlinders en larven van andere insecten en die hebben ook weer hun eigen belagers.
  Des te groter de floristische diversiteit des te meer soorten ongewervelde dieren we kunnen verwachten.
  Van zaden, vruchten en de ongewervelde dieren die direct of indirect van planten afhankelijk zijn leven weer zoogdieren en vogels.
  Bijenbeheer heeft niet alleen betrekking op planten, maar ook op structuren. Op plaatsen waar weinig of zeer weinig wordt gemaaid ontstaan er andere begroeiingen zoals ruigte en vegetaties die overgaan in struweel of bos. Dat betekent niet alleen maar andere planten voor andere dieren, maar vaak ook nestgelegenheid voor wilde bijen andere ongewervelde dieren.
  Wilde bijen vragen om variatie in de vegetatiestructuur. Vegetatie structuur beteken habitat variatie voor dieren: vogels, zoogdieren, spinnen. vlinders en andere insecten en ongewervelde dieren.
  Habitatvariatie is het sleutelwoord voor biodiversiteit. In de woonomgeving van steden tot dorpen, van stadstuin tot landgoed, van volkstuin tot boerenerf en van tegeltuin tot daktuin is habitat variatie mogelijk.
  Habitatvariatie kan worden gecombineerd met bredere (stads) ecologische doelstellingen zoals het vasthouden van regenwater, vergroening van de woonomgeving en hergebruik van materialen .
Om dat allemaal in de praktijk te kunnen realiseren zijn nieuwe vakmensen met een groene opleiding nodig. Dat zijn vooral urban greeners die de leefomgeving vergroenen en dat integreren met verschillende (stads)ecologische doelstellingen. Het bevorderen van wilde bijen in relatie tot biodiversiteit in het algemeen is daar een onderdeel van.