Landschapselementen voor wilde bijen en honingbijen
In grootschalige agrarische landschappen ontbreken meestal de voorwaarden voor een gezonde bijenstand. Planten waar bijen op kunnen foerageren en nestgelegenheid ontbreken vaak. Toch liggen er veel kansen om de positie van bijen aanzienlijk te verbeteren. De voornaamste landschapselementen die daar aan kunnen bijdragen worden hier genoemd. Vooral als deze landschapselementen worden gecombineerd, kunnen er aaneengesloten gebieden ontstaan die van betekenis zijn voor wilde en honingbijen.
- Akkers: de geteelde gewassen, voor commerciele productie of als bodemverbeteraar, kunnen uit drachtplanten bestaan. In natuurgebieden of op landgoederen komen ook akkerreservaten voor.
- Akkerranden: randen van akkers die niet worden bemest en waar geen bestrijdingsmiddelen worden toegepast.
- Agroranden: stroken land langs sloten in landbouwgebieden, die al dan niet tijdelijk uit productie zijn genomen. Deze stroken voorkomen dat er te veel meststoffen en bestrijdingsmiddelen in het oppervlaktewater terecht komen. Dit geldt ook voor agroranden die voor de biologische bestrijding van plaagdieren worden gebruikt.
- Graslanden: voornamelijk weilanden die niet te intensief worden beheerd. Vaak worden ze wel bemest. Dit type grasland kan vooral samengaan met ecologische landbouw. Ze moeten één (in september) of tweemaal (eind juni en september) worden gemaaid. Maaisel altijd afvoeren.
- Bermen: alle lintvormige, meestal grazige landschapselementen die wegen, kanalen en spoorlijnen flankeren. Moeten een (in september) of twee maal (eind juni en september) worden gemaaid. Maaisel altijd afvoeren. Bij tweemaal maaien moet gefaseerd worden gemaaid.
- Overhoeken en andere plekken voor ruigten; buiten de spoorwegterreinen en sommige kanaal- en rivieroevers komen bloemrijke ruigten nauwelijks voor. Ze mogen maximaal eenmaal per jaar in de winter worden gemaaid. (Maaisel afvoeren een klein gedeelte mag blijven liggen).
- Tuinen in dorpen en woonkernen: vooral in de plattelandsgemeenten zijn tuinen belangrijke foerageergebieden voor wilde bijen en honingbijen.
- Beplantingen zoals houtwallen , singels, bosjes leveren ook een bijdragen aan nestgelegenheid voor wilde bijen.