Een beleidsmatige aanpak is gewenst
Een bijenlint is veel meer dan een berm met bollen of ingezaaide bloemen. Heel vaak werkt een bijenlint niet voor wilde solitaire bijen. Het ontbreekt ook vaak aan een zogenaamde nulmeting (vaststellen of meten van de uitgangssituatie). Welke bijen zijn er al zijn er al en komen de wilde bijen ook in tuinen voor? Dit geldt ook voor andere bloembezoekende insecten. Als we dat niet weten of redelijkerwijs kunnen inschatten is er eigenlijk ook niets te zeggen over het effect van een bijenlint. Resultaten kunnen dan pseudoresultaten zijn.
Voorbeeld: als er in een straat of tuinrijke buurt een bijenlint wordt aangelegd en een of twee jaar later druk door wilde bijen worden bezocht, zijn dat dan bijen die zich nieuw hebben gevestigd, de bijen uit de aangrenzende tuinen of uit het openbaar groen?
Als daar enige kijk op is, zijn de volgende vragen van toepassing:
- Wat zou een bijenlint in een bepaald gebied kunnen bijdragen aan de verbetering van de positie van bijen in het algemeen en wilde bijen en/of honingbijen in het bijzonder?
- Op welke plek in stad of landschap is een bijenlint het meest noodzakelijk en /of zinvol?
- Hoe zit het met de verhouding tussen stuifmeel en nectar producerende planten.
- In welke periode van het vliegseizoen is een bijenlint het meest gewenst?
- Als we wilde bijen willen bevorderen welke bijensoorten zijn er dan te verwachten of reeds aanwezig?
- Zijn er voor wilde bijen plekken waar in of boven de grond genesteld kan worden?
- Welke bestaande landschapselementen zijn het meest geschikt voor wilde bijen en/of honingbijen en hoe kunnen die als onderdeel van een bijenlint het beste worden beheerd of aangepast?
- Is het zinvol om bij aanleg en beheer rekening te houden met gespecialiseerde bijen (bijv. kattenstaartbij, slobkousbij, klokjesdikpoot, slangenkruidbij etc.)