script language="Javascript1.2">
Adoptie openbaar groen
Al dan niet in samenwerking met of goedkeuring van de gemeente worden stukjes groen geadopteerd en omgevormd tot blikvangers in de straat. Dit wordt ook wel zelfbeheer genoemd. Dit is waarschijnlijk de beste methode om de kwaliteit van de woon en leefomgeving te verbeteren. Voor continuïteit en advies zijn "groene opbouwwerkers" noodzakelijk. Gemeenten moeten het groen niet afstoten of het beheer afkopen, maar moeten voortdurend stimulerend bezig zijn om de kwaliteit op peil te houden.
Kleinschalig groen is vaak duur in onderhoud, vooral als dat gevarieerd is. De enige betaalbare mogelijkheid om kleinschalig groen er aantrekkelijk te laten uitzien is bewoners dit groen te laten adopteren en zelf te laten inrichten en onderhouden
Bewoners uit de naaste omgeving, aanwonenden, adopteren een klein stukje openbaar groen. Ze nemen de verzorging van een klein gedeelte van de openbare ruimte op zich. Dat is meestal een plantsoentje dat al een lange tijd bestond, maar niet (meer) geheel voldoet aan de behoefte van de bewoners die er op uitkijken of er dagelijks langs komen. De bewoners verfijnen vaak de inrichting van het plantsoen door er planten bij te zetten of er enkele weg te halen. Verder verzorgen ze het plantsoen helemaal zelf. Dit is dus niets anders dan een stuk actieve bewonersparticipatie.
Het komt ook steeds vaker voor dat het groen door de gemeentelijke groendiensten opnieuw wordt aangelegd en dat de bewoners het daarna zelf onderhouden. De gemeente wil gras omdat het goedkoop is, maar de bewoners zien liever rozen. Dit behoort tot de mogelijkheden, mits de bewoners de verzorging op zich nemen.

Maatvoering -- In principe is iedere maatvoering mogelijk (vergelijk Paterbos in Nijmegen). Meestal zijn het kleine perkjes, maar soms ook gedeelten van meer dan 100 m². In Veenendaal is de hele lengte van een straat met rozen beplant. Iedere aanwonende zorgt voor zijn eigen stukje groen.

Begroeiing -- Houtige soorten maken vaak deel uit van de begroeiing. Meestal worden er tuinplanten aangeplant of wat daar in de ogen van de bewoners voor door mag gaan. Veel tuinplanten zijn ook goede insectenplanten voor vlinders en hommels. Door meer voorlichting zouden de keuzemogelijkheden kunnen worden verruimd.

Beeld & gebruik -- Geadopteerde plantsoenen, zien er vaak verzorgd en fleurig uit. Ze kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan een sfeervol straatbeeld en gecombineerd worden met andere functies in de straat.

Fauna -- Aanwezigheid van de fauna is sterk afhankelijk van het beheer en van de plantensoorten die worden aangeplant. De meeste mensen houden van een net onderhouden plantsoen. In verschillende gevallen kan “netjes” en een bepaalde fauna goed samen gaan.

 
Deze border bevat voornamelijk drachtplanten (Deventer 2002)
 
Sedum telephium wordt hier door andere drachtplanten omringd. (Deventer 1996)
 
Een gemenge beplanting die verschillende drachtplanten bevat (Amsterdam 2002)
 
Hier groeien weinig drachtplanten. Meer informatie zou dit kunnen verbeteren. (Veenendaal 2002) -
 
Een bewoners project
Een strook met vasteplanten en kleine heesters, omgeven door Lonicera nitida. Lonicera is een drachtplant maar dan moet hij na de bloei worden gesnoeid. Dat zal hier waarschijnlijk vaker moeten gebeuren. De betekenis voor bijen vermindert dan snel. In principe zijn op deze plek veel bijenplanten toe te passen. (Utrecht 1997)
 
Met klinkers geplaveide taluds met onder meer rotszeepkruid en lavendel. (Deventer 1999)
 
Geadopteerd openbaar groen met een bijenhotel waarvoor veel publieke belangstelling bestsaat. (Schiedam 2009)