Achillea millefolium - Gewoon duizendblad: vaste plant: jul-okt, wit tot roze, bloeiwijze een tuil. met ondergrondse uitlopers, 0,15-0,7. Vochtige tot droge, vrij schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in allerlei grazige vegetaties; in graslanden, bermen, gazons, op dijken, langs sloot- en vijverkanten, tussen het plaveisel en voegen van stenen taluds van viaducten en stedenglooiingen van kanalen. Zon; Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders.
Agastache foeniculum - Dropplant: vaste plant, kortlevend/eenjarig: jul-sep okt, Lila-lilablauw, bloeiwijze een aar. 0,7-1,3. Vochthoudende, matig voedselrijke bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems. Zon; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Ajuga reptans - Kruipend zenegroen: vaste plant: apr-jun, blauwpaars, bloeiwijze een aar; plant bovengrondse uitlopers. 0,1-0,3. Vochtige, veelal matig voedselrijke of iets schrale kalkhoudende bodems; leemhoudend zand, leem en loss; in graslanden, grazige bermen, langs bosranden, in struwelen, zandafgravingen en langs kanten van sloten en greppels; licht beschaduwd; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Allium molly - look: bol: mei-jun, geel, bloeiwijze een scherm. 0,2-0,3. Vochtige, matig voedselrijke bodems; onder loofhout beplanting; licht beschaduwd; Fauna: honingbijen, hommels.
Allium schoenoprasum - Bieslook: bol: mei-jul, roze-violet, bloeiwijze een hoofdjesachtig scherm. 0,2-0,4. Min of meer droge tot vochtige, schrale tot matig voedselrijke, al dan niet kalkhoudende bodems van nature op grazige, winternatte, plekken langs rivieroevers; verwilderd op veel andere plaatsen in bermen, dijken, langs spoorwegen, voormalige boerenerven en in de bebouwde kom. Zon-licht beschaduwd; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Althaea rosea - Stokroos: vaste plant: jun-sep, donkerrood-wit, bloeiwijze een tros. kortlevende vaste plant,1,0-2,0, b1/4. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems. Zon-halfschaduw; Fauna: honingbijen, hommels.
Alyssum montanum - Bergschildzaad: vaste plant, groenblijvend: jun-jul, geel; kruipende plant. 0,1-0,2, b2/1. Droge, kalkhoudende, schrale tot matig voedselrijke bodems of stenig substraat. Zon; Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Alyssum repens - Liggend schildzaad: vaste plant: apr-mei, geel. 0,2-0,5, min of meer liggend tot opgaande stengels. Droge, kalkhoudende, schrale bodems of stenig substraat. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Anthemis tinctoria - Gele kamille: vaste plant: jun-sep, geel, bloeiwijze alleenstaand, kortlevende vaste plant; 0,4-0,7. Droge, open, schrale tot matig voedselrijke bodems en op stenig substraat; voornamelijk op gruizige bodems van spoorwegen en op verweerde muren. Zon; Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders.
Anthericum liliago - Grote Graslelie: bol: mei-jun, wit, bloeiwijze een tros. 0,3-0,6. Zomerdroge, zwak zure tot licht kalkhoudende bodems en stenig substraat. Zon; Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Antirrhinum majus - Grote leeuwenbek: eenjarig: jun-aug, rood-geel, bloeiwijze een aarvormige tros; (overblijvend op vorstvrije plekken),0,4-0,8. Vochthoudende tot iets droge, matig voedselrijke, neutrale bodems of stenig substraat; overblijvend in zachte winters, maar zeer gevoelig voor winternatte bodems. Zon; Fauna: hommels.
Aquilegia vulgaris - Wilde akelei : vaste plant: mei-jul, blauw-violet, bloeiwijze een armbloemige pluim. penwortel, 0,5-0,8. Droge tot vochthoudende, kalkhoudende, voedselarme of matig voedselrijke zand-, leem- en zavelgronden; langs heggen, in stadsplantsoenen, in min of meer open grazige, ruige vegetaties op spoorwegterreinen. Zon; Fauna: honingbijen, hommels.
Arabis caucasica - Randjesbloem: vaste plant, groenblijvend: mrt-apr, wit. 0,1-0,2. Op alle droge tot vochthoudende, neutrale, veelal stenige en minerale bodems. Zon; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Aster divaricatus - Aster: vaste plant: jul-sep/okt, wit, bloeiwijze een losse tuil. 0,4-0,7. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems. Zon-licht beschaduwd; Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
 
Ballota nigra ssp. foetida - Stinkende ballote: vaste plant: jun-sep, lichtpaars, bloeiwijze okselstandig. 0,6-0,9.Iets vochtige tot zomer droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiachtige en veelal stoffige bodems; langs heggen, in bermen op dijken op spoorwegterreinen, op braakliggende terreinen en in stadsplantsoenen. Zon; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Berteroa incana - Grijskruid: eenjarig: jun-sep, wit. 0,2-0,8. Droge, zandige tot lemige, matig voedselrijke bodems; op open plaatsen, op spoorweg- en industrie- en haventerreinen, op min of meer open grazige bermen en taluds. Zon; Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders.
Bidens aurea - Tandzaad: eenjarig: aug-sep, geel, bloeiwijze alleenstaand of enkele bij een op vertakte stengels. 0,6-1,0. Vochtige, matig voedselrijke tot voedselrijke, zandige tot kleiige bodems. Zon; Fauna: honingbijen, hommels.
Bidens ferulifolia - Eenjarig tandzaad: eenjarig: jun-okt, geel, bloeiwijze alleenstaand of enkele bijeen op tuilachtige vertakte stengels. 0,3-0,8. Vochtige, min of meer voedselrijke bodems. Zonl; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Brunnera macrophylla - Brunerra: vaste plant: apr-mei, blauw, grote, min of meer hartvormige, wortelstandige bladen. 0,3-0,5, b4/3. Vochtig, matig voedselrijke, bodems. Zon- halfschaduw. (uith); Fauna: honingbijen.
Bryonia dioica - Heggenrank: Klimplant/vaste plant: jun-sep, groenachtig wit, bloeiwijze okselstandig en trosvormig; bes rood; blad grijsgroen; vormt dikke ondergrondse knollen. 2,0-4,0. Droge, voedselarme tot voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelachtige bodems; voornamelijk in doornstruwelen en heggen; in duinen, op dijken en langs spoorwegen; sinds 1990 ook vaak in stadsbeplanting. Zon; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Buddleja davidii - vlindersderstruik: heester: h1j, jul-okt, paars tot wit, bloeiwijze een eindstandige pluim. tot 3,0xb indien jaarlijkse gesnoeid; ongesnoeid 5b. Droge tot min of meer vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke bodems en stenig substraat; op alle soorten min of meer open minerale bodems en verweerde muren, tussen plaveisel, basaltglooiingen en kades; vooral in de jaren tachtig talrijk op spoorwegemplacementen; op haven en industrieterreinen. Zon; Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
 
Calendula officinalis - Tuingoudsbloem: eenjarig: mei-okt, oranje geel, bloeiwijze alleenstaand. 0,25-0,4. Vochthoudende tot vochtige, vrij schrale tot voedselrijke, neutrale en veelal lemige bodems. Zon (uith); Fauna: honingbijen, vlinders.
Campanula carpatica - Karpatenklokje: vaste plant: jun-sep, blauw, bloeiwijze alleenstaand. 0,15-0,4.Vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; mag in de winter niet nat staan. Zon-lichte schaduw. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Campanula persicifolia - Prachtklokje: vaste plant: mei-aug, blauw soms wit, bloeiwijze een armbloemige tros; bladen langwerpig tot lancetvormig, veelal glanzend, kaal en iets leerachtig. rozet, 0,5-1,0. Min of meer vochtige, schrale tot matig voedselrijke, leem- en kalkhoudende bodems en steenachtige sustraten; van nature een zoomplant; veel als tuinplant gebruikt en thans veel op open plaatsen en in half gesloten vegetaties verwilderd; in stadsplantsoenen, tussen het plaveisel van trottoirs, spoorwegemplacementen op halfverhardingen. Zon-beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Campanula poscharskyana - Poscharsky's klokje: vaste plant: jun-sep, blauw, bloeiwijze pluimachtig vertakt, min of meer liggende stengels. 0,25-0,5. Enigszins vochtige tot vochthoudende, zandige tot kleiige bodems; verdraagt geen natte bodems in de winter. Zon (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Campanula rapunculoides - Akkerklokje: vaste plant: jun-aug, blauw, bloeiwijze een lange onvertakte tros, bloemen meestal naar een kant gekeerd. penwortel, 0,5-1,0. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in bermen, langs spoorwegen, op spoorwegemplacementen, onder heggen, in stadsplantsoenen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel, en tegen muren en straatmeubilair. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Campanula trachelium - Ruig klokje: vaste plant: jul-aug, blauw, bloeiwijze een tros of pluim; plant iets ruw behaard, stengelbladen vrij breed, stengel met scherpe lengte richels. penwortel, 0,5-0,8. Vochtige, schrale tot matig voedselrijke en krijt- en vaak kalkhoudende, lemige, humushoudende bodems; langs bosranden en in lichte bossen, verwilderd onder heggen en langs spoorwegen; halfschaduw. (inh)l; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Centranthus ruber - Rode spoorbloem: vaste plant: jun-aug, rood-bleekrood, bloeiwijze een bijscherm, plant grijs- tot blauwachtig groen. 0,6-1,0, b1/1. Droge tot iets vochtige, neutrale en liefst kalkhoudende bodems en substraten; meestal op stenig substraat; zoals rotswanden, muren, trottoirranden, vooral tegen muren en steenglooiingen. Zon. (uith); Fauna: hommels, vlinders.
Chaenorhinum minus - Kleine leeuwenbek: eenjarig: jun-sep, licht paars. 0,1-0,25. Vochtige tot iets droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige en gruisachtige bodems; in akkers, moestuinen, op spoorwegterreinen en tussen plaveisel. Zon. (inh)l; Fauna: honingbijen, hommels.
Chaenorhinum origanifolium - Marjoleinbekje: vaste plant: mei-aug, paarsblauw, bloeiwijze een tros, kruipende plant. 0,5-0,1. Vrij droge tot vochthoudende bodems en steenachtige al dan niet kalkhoudende substraten; houdt stand bij enige graden vorst. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels.
Chelidonium majus - Stinkende gouwe: tweejarig: mei-okt, geel. 0,3-0,7, b2/3. Vochtige tot droge, voedselrijke zand-, leem- en zavelgronden en in stenige milieus; in houtwallen, bosranden, hakhoutbosjes, stadsplantsoenen, onder heggen, op verhardingen tegen en op muren. Zon-halfschaduw. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Clematis montana - Clematis: klimplant: h2j, mei-jun, roze of wit, bloeiwijze alleenstaand of armbloemige bijscherm. tot 10,0. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, humushoudende, neutrale, liefst kalkhoudende bodems. Zon- halfschaduw. Wortels rondom de stengels en de stengel basis (tot 30 cm) afdekken met bodembedekkers. (uith); Fauna: honingbijen.
Clinopodium calamintha - Kleine bergsteentijm: vaste plant: jun-sep okt, witroze, bloeiwijze een aar. 0,3-0,6. Droge, schrale tot matig voedselrijke, liefst kalkhoudende bodems; ook op stenige en gruisachtige plaatsen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Cotoneaster horizontalis - Vlakke dwergmispel: heester: h2j, mei-jul, roze, bloeiwijze alleenstaand. tot 1,0b; als leiplant tot 2,0. Zaden (dus bessen) giftig. Vochtige tot vrij droge, schrale tot voedselrijke, zwak zure tot kalkhoudende bodem en stenige en gruisachtige sustraten. Zon- halfschaduw. Tuin (uith); Fauna: honingbijen, hommels.
Crepis capillaris - Klein streepzaad: Eenjarig: jun-nov, geel, bloeiwijze een tuil; 0,3-0,9. Vochtige tot droge, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties, daar meestal op de enigszins open plekken, maar ook heel veel als pionierplant op open gronden; in en op allerlei bermen en dijken; braakliggende terreinen, stadsplantsoenen, halfverhardingen en tussen het plaveisel tegen muren, hekwerken en straatmeubilair. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Cymbalaria muralis - Muurleeuwenbek: vaste plant: mei-sep, blauw, alleenstaand, okselstandig. 0,15-0,8. Op vochtige tot iets droge oude en verweerde muren en stenig substraat; Zowel vrijstaande muren als die van oude gebouwen en kademuren; verder beschoeiingen van beken, op stenige plaatsen op spoorwegemplacementen, op het plaveisel en tegen muren en straatmeubilair; afhankelijke van de vochtigheid zon-halfschaduw. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
 
Dianthus deltoides - Steenanjer: vaste plant: jun-sep, roodachtig, zodenvormend. 0,15-0,35. Droge, min of meer voedselarme zandige, zwak zure bodems; in lage grazige vegetaties, onder meer in wegbermen, rivierduinen. Zon. (inh); Fauna: vlinders.
Diplotaxis tenuifolia - Grote zandkool: vaste plant: jun-okt, geel;Hem/Cham: 0,3-0,7. Min of meer open, droge, matig voedselrijke en veelal kalkhoudende bodems; op allerlei open plaatsen; op haven-, industrie- en spoorwegterreinen, langs wegen, op open taluds van spoordijken en steenglooiingen, tussen plaveisel, tegen muren en straatmeubilair, op vluchtheuvels en in stadsplantsoenen). Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Dipsacus fullonum - Grote Kaardebol: tweejarig: jul-sep, lila. rozet, 1,0-2,0, b1/4. Vochtige of vochthoudende, voedselrijke, humushoudende, zandige tot kleiige en veelal kalkhoudende bodems; op min of meer open plaatsen; in open grazige of ruige vegetaties; in weg- en spoorbermen, op dijken, haven-, spoorweg- en fabrieksterreinen, braakliggende terreinen, in stadsplantsoenen en zandafgravingen. Zon (inh).; Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Dipsacus pilosus - Kleine Kaardebol: tweejarig: jul-aug, wit. rozet, 0,8-1,5. Vochtige, schrale tot voedselrijke en vaak kalk- en humushoudende, lemige bodems; op min of meer open gronden; in en langs bossen, beken, spoorwegen, in struwelen en kalkgroeven. Zon-beschaduwd. (inh).; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
 
Echium vulgare - Slangekruid: tweejarig: mei-sep, blauw. 0,3-1,2, b1/3. Droge, humusarme enigszins stikstofhoudende, veelal kalkhoudende, open zandige en gruisachtige bodems; in de duinen en bermen in de duinstreek, langs spoorwegen en op spoorwegemplacementen, basaltglooiingen, haven- en industrieterreinen; ook in voegen van verhardingen. Zon. (inh) Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen. vlinders.
Erigeron annuus - Zomerfijnstraal: een/tweejarig: jun-sep, wit, de afzonderlijke bloemen lijken op madeliefjes, bloeiwijze een losse tuil; / 0,4-1,5, b1/5. Vochtige tot iets zomer droge, matig voedselrijke open of omgewerkte minerale bodems; op allerlei open plaatsen; ook tussen plaveisel, spoorwegterreinen etc. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders.
Erigeron karvinskianus - Muurfijnstraal: vaste plant: jun-aug, wit. 0,2-0,5, b3/2. Op stenig substraat; oude muren, kades, plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Eryngium maritimum - Blauwe zeedistel: vaste plant: jun-aug, blauw, bloeiwijze scherm bol en hoofdjesachtig; blad met scherpe harde stekelpunten. 0,3-0,6, b1/1. Droog, kalkrijk open duinzand; in de zeereep op open stuivende plaatsen; verder in de badplaatsen op allerlei open en onbebouwde plekken tussen de bebouwing; ook tussen plaveisel en tegen straatmeubilair. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, vlinders.
Erysimum hieracifolium - Stijve steenraket: vaste plant: jun-sep, geel. 0,3-0,8. Droge voedselrijke zandige tot stenige bodems en substraten; op open plaatsen en in tamelijk ruige vegetaties, ook; langs de rivieren en op spoorwegemplacementen. Zon. (inh); Fauna: hommels, vlinders.
Eschscholzia californica - Slaapmutsje: eenjarig: jun-okt, oranje. 0,3-0,5. Vrij droge, open bodems; ook tussen plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Euphorbia cyparissias - Cipreswolfsmelk: vaste plant: apr-mei, geel. wortelstok, 0,15-0,3. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak kalkhoudende bode; in duinen, rivierduinen, bermen, op spoordijken en spoorwegemplacementen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
 
Filipendula vulgaris - Knolspirea: vaste plant:jun-jul, wit, bloeiwijze een tuil. 0,4-0,8. Zomerdroge, schrale, maar kalkhoudende bodems; op grazige plaatsen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen.
 
Gaura lindheimeri - Gaura Prachtkaars: vaste plant: jul-sep, witroze, bloeiwijze een tros. 0,8-1,5, b2/3. Vochthoudende (niet te vochtige), neutrale matig voedselrijke en doorlatende bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Geranium nodosum - Knopige ooievaarsbek: vaste plant: jun-jul, lilaroze; glanzende groene bladen. 0,4-0,6. Vochtige tot enigszins droge, schrale tot matig voedselrijke bodems. Zonnig-beschaduwd. (uith); Fauna: honingbijen.
Geranium phaeum - Donkere ooievaarsbek: vaste plant: mei-sep, violet tot donkerpaars; bladen vaak met een bruinachtige vlek. 0,4-0,6. Vochtige, matig voedselrijke bodems; aan de rand van lichte loofbossen en graslandvegetaties onder meer langs bosranden; stinzen en landgoederen; beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Geranium pyrenaicum - Bermooievaarsbek: vaste plant: apr-sep, roze 0,2-0,6. de wat kleinere planten zijn soms lastig van G. molle te onderscheiden. Vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke, zandige en zavelige bodems; in min op meer open bermen, op spoor- en rivierdijken; een pionierplant die in open grasland lang stand kan houden. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Geranium robertianum - Robertskruid: tweejarig: mei-okt, rozeachtig. 0,1-0,6. Op vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in bossen, hakhoutbosjes, stadsplantsoenen en parken, onder heggen, in goten en op oude muren. Zon-beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Glechoma hederacea - Hondsdraf: vaste plant: apr-mei, paarsblauw, bloeiwijze okselstandig, bovengrondse uitlopers. 0,15-0,5. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in allerlei grazige en houtachtige vegetaties op allerlei standplaatsen; o; m; in stadsplantsoenen, graslanden en beschaduwde gazons, onder heggen, langs waterkanten op oude, sterk verweerde muren en stapelmuren. Zon-beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Helianthemum nummularium - Geel zonneroosje: vaste plant, groenblijvend: mei-aug, geel, bloeiwijze aanvankelijk in een schicht, stengels liggend. 0,1-0,4, b2/1stengels opgaand. Zomerdroge, kalkhoudende bodems; in kalkgrasland. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Hieracium amplexicaule - Stengelomvattend havikskruid: vaste plant: jun-jul, geel, bloeiwijze een tuil. rozet, 0,3-0,6. Op oude muren en steen- en gruisachtige bodems; op oude stadsmuren, muren langs beken, tussen het plaveisel en op halfverhardingen op spoorwegemplacementen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Hieracium aurantiacum - Oranje havikskruid: vaste plant: jun-jul, oranje verkleurend naar purper, bloeiwijze een tuil; met bovengrondse uitlopers. rozet, 0,2-0,5. Vochtige tot enigszins droge, schrale tot matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in bermen en spoorbermen; op industrieterreinen en vaak verwilderd in stadsplantsoenen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Hieracium laevigatum - Stijf havikskruid: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze een tuil. 0,3-1,2. Droge, zandige tot zavelige bodems; in grazige vegetaties: in graslanden, bermen, op spoorbermen, spoorweg- en industrieterreinen. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Hieracium maculatum - Bochtig havikskruid: vaste plant: jun-aug; geel, bloeiwijze een losse armbloemige tuil; blad vaak paarsrood gevlekt. rozet, 0,3-0,7. Droge tot iets vochtige, voedsel arme zwak zure tot kalkarme zandig en lemige bodems en stenig substraat; bosranden, stedelijke beplantingen, muren; licht beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Hieracium pilosella - Muizenoor: vaste plant: mei-jun, geel, alleenstaand; en bovengrondse uitlopers; Hemi rozet, 0,05-0,2. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak leemhoudende tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen en op dijken, greppelkantjes en in schrale gazons; verder op oude, verweerde muren. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Hieracium praealtum - Grijs havikskruid : vaste plant: mei-aug, geel, bloeiwijze een tuil; met bovengrondse uitlopers. rozet, 0,3-0,7. Droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke , zandige, gruis- en stenige bodems; op open, stenige plaatsen en in grazige vegetaties; in weg- en spoorbermen, op spoorwegemplacementen en op mijnsteenbergen en tussen het plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Hypochaeris radicata - Gewoon biggekruid: vaste plant: jun-sep, geel, bloeiwijze alleenstaand. rozet, 0,15-0,8. Droge tot vochthoudende, voedselarme, zandige tot zavelige bodems; voornamelijk in grazige vegetaties; in graslanden en allerlei bermen; op dijken en taluds; verder als pionier in zandafgravingen, spoorwegterreinen, op half verhardingen tussen de voegen van het plaveisel en van stenen taluds van viaducten en beschoeiingen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Iberis umbellata - Schermscheefbloem: eenjarig: jun-sep, wit-paarsverkleurend. 0,2-0,6. Vochthoudende voedselrijke bodems; op open plaatsen in de buurt van bebouwing of stortplaatsen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders..
Impatiens glandulifera - Reuzenbalsemien: eenjarig: jul-okt, paars-roze. 0,8-2,0. Natte voedselrijke milieus overwegend op in de zomer vochtig blijvende bodems; op drogere bodems alleen op beschaduwde plaatsen; in hoofdzaak langs en tussen houtige begroeiingen en in strooiselruigte. Zon-halfschaduw. (inh);; Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Isatis tinctoria - Wede: vaste plant (kortlevend): mei-jun, geel. 0,8-1,2. Vochtige, niet zure (matig) voedselrijke, minerale bodems en tussen stenig substraat. Zon. (inh); Fauna: wilde bijen, honingbijen(5), hommels, vlinders
 
Lathyrus latifolius - Brede lathyrus: vaste plant/klimplant: jun-aug, roze, bloeiwijze een tros. ondergrondse uitlopers; 1,0-3.0. Enigszins droge tot vochthoudende, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; in grazige vegetaties, in ruigten en op open gronden; op spoordijken, spoorwegemplacementen, braakliggende terreinen, in heggen, hekwerken en in wegbermen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders;.
Lathyrus odorathus - Welriekende siererwt: Eenjarige klimplant: jun-sep,wit, rose-paars, bloeiwijze een tros. tot 2,5 m. vochtige, voedselrijke bodem. Zon. TUIN:(uith); Fauna: wilde bijen, hommels .
Lavandula angustifolia - Lavendel: DWERGheester, groenblijvend: h2j, jun-jul, blauw-blauwachtig, bloeiwijze een langgesteelde aar. tot 0,8xb. Droge tot vochthoudende, arme tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Lavandula stoechas - Kuiflavendel: DWERGheester: h2j, jul-aug, purper. tot 0,7xb. Droge tot vochthoudende, arme tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Leontodon autumnalis - Vertakte leeuwentand: vaste plant: jul-okt, geel, bloeiwijze alleenstaand. rozet, 0,15-0,8. Vochtige tot droge, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties; in bermen, op dijken, in graslanden etc; verder op allerlei open gronden als kaal gereden wegbranden, braakliggende terreinen, tussen het plaveisel en tegen straatmeubilair. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Leontodon saxatilis - Kleine leeuwentand: tweejarig: jun-okt, geel, bloeiwijze alleenstaand. rozet, 0,1-0,3. Vochtige tot droge, voedselarme tot enigszins voedselrijke zand-, leem- en zavelbodems; meestal in grazige vegetaties maar ook als pionierplant; op grazige en open plekken in de duinen en op heideterreinen; in grasvelden, bermen en op dijken; verder aan bermranden, min of meer verdichte bodems en tussen het plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Leonurus cardiaca - Hartgespan: vaste plant: jun-sep, roze, bloeiwijze okselstandig, gedeeltelijk overblijvend. 0,5-1,5.Iets vochtige tot vrij droge, voedselarme, kalkhoudende, (niet te zure) open zandige tot lemige bodems. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Leucanthemum paludosum - Kleine margriet: eenjarig: apr-jul, wit, alleenstaand. 0,15-0,3. Vochtige tot min of meer droge, vrij schrale bodems; op steen en gruisachtige plaatsen. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Linaria purpurea - Paarse leeuwenbek: vaste plant: mei-aug, purperachtig, bloeiwijze een tros. 0,5-1,0. Vrij droge tot vochthoudende, matig voedselrijke zandige bodems en stenige substraten. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Linaria repens - Gestreepte leeuwenbek: vaste plant: jul-sep, blauw tot paarsachtig gestreept, bloeiwijze een tros. 0,2-0,6. Droge, matig voedselrijke, zandige en stenige bodems; op min of meer open plaatsen; langs bosranden, in wegbermen en op spoorwegterreinen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Linaria vulgaris - Vlasbekje: vaste plant: jun-sep, geel, bloeiwijze een Tros, 0,3-0,6. Droge tot vochtige, matig voedselrijke, zandige tot lemige bodems t; in grazige en ruige vegetaties; in de duinen, in weg- en spoorbermen, op spoordijken, haven- en industrieterreinen, en allerlei overhoeken, tussen het plaveisel en tegen straatmeubilair. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Lithospermum officinale - Glad parelzaad: vaste plant: mei-jul, witachtig; vruchtjes wit glanzend en glad. 0,4-0,9. Min of meer droge, schrale, maar kalkhoudende bodems; vaak langs struwelen; licht beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels..
Lunaria annua - Tuinjudaspenning: tweejarig: mei-jun, roodpaars, soms wit. 0,5-1,0, b1/3. Vrijwel alle vochtige en vochthoudende, matig voedselrijke tot zeer voedselrijke bodems; op open grond in stadsplantsoenen, op braakliggende terreinen, spoorwegemplacementen en langs spoorwegen binnen de bebouwde kom. Zon-halfschaduw. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Malva moschata - Muskuskaasjeskruid: vaste plant: jul-sep, roze, wit, twee-, driejarig, stengelbladen meestal vijfdelig, plant rechtopstaand. 0,4-0,8. Vochtige tot vochthoudende, voedselrijke zand-, leem- en kleibodems; in grazige en ruige begroeiingen; in bermen, op dijken, spoordijken en braakliggende terreinen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders..
Malva sylvestris (inclusief ssp. mauritanica) - Groot kaasjeskruid: tweejarig: jun-okt, roze tot rozerood, bloem 3-4 cm in doorsnede, blad gelobd, plant meestal rechtopstaand of sterk opstijgend. 0,5-1,4. Vochthoudende, voedselrijke, lemige tot kleiige bodems; op overhoeken, spoorwegemplacementen, verlaten industrieterreinen, basaltglooiing en rivierdijken. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Meconopsis cambrica - Gele papaver: vaste plant: jun-okt, geel. 0,3-0,4. Vochtige of vochthoudende, matig voedselrijke, humushoudende zandige en lemige bodems en stenig substraat. Zon-halfschaduw. (uith); Fauna: honingbijen, hommels.
 
Nicandra physalodes - Zegekruid: eenjarig: jul-okt, blauw met wit, bloeiwijze okselstandig boven in de plant. 0,4-1,3. Op allerlei vochtige tot iets droge, niet te arme minerale (?) bodems; ook op de overgang van muren naar verhardingen, niet omdat het MILIEU specifiek is maar omdat de planten zicht daar betrekkelijk ongestoord kunnen ontwikkelen. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
 
Oenothera biennis - Middelste teunisbloem: tweejarig: jun-sep, geel. 0,5-1,5. Droge, voedselarme tot matig voedselrijke, open zandige tot lichte, zavelige en vaak kalkhoudende bodems; in duinen, op spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in zandgroeven en op braakliggende plaatsen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Oenothera erythrosepala - Grote teunisbloem: tweejarig: jun-sep, geel. 0,5-1,6. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke zandige en veelal kalkhoudende bodems; in duinen, op spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in zandafgravingen, op braakliggende terreinen en tussen plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Origanum vulgare - Wilde marjolein: vaste plant: jun-sep, roze tot licht paars, bloeiwijze een tuil. 0,3-0,6. Vochthoudende tot zomer droge, matig voedselrijke tot schrale kalkhoudende zavelige en lemige bodems; in grazige vegetaties en in ruigten: op dijken, in bermen, langs holle wegen, langs spoorwegen, langs struwelen. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Papaver dubium - Bleke klaproos: eenjarig: mei-aug, rood. 0,2-0,6. Vochthoudende tot droge matig voedselrijke zandige tot zavelige, open bodems; akkeronkruid; op open plaatsen; in open bermen, spoorwegterreinen en braakliggende terreinen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Papaver rhoeas - Grote klaproos: eenjarig: mei-jul, rood. 0,3-0,7. Vochtige tot droge, voedselrijke leem- en zavel- en kleigronden en lemige zandgronden; vroeger veel op akkers op kleigronden; op open plaatsen en omgewerkte bodems en pas opgebrachte grond van bermen en dijken; permanent op spoordijken; verder op braakliggende terreinen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Papaver somniferum - Slaapbol: eenjarig: jun-aug, rood. 0,5-1,2. Vochtige, open minerale al dan niet humushoudende bodems; verwilderd op allerlei open plaatsen, ook tussen het plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Pentaglottis sempervirens - Overblijvende ossentong: vaste plant: apr-okt, blauw. met een lange penwortel, 0,4-1,0, b4/5. Vochtige tot vochthoudende (matig)voedselrijke bodems; op stinzen en randen van beplantingen in openbaar groen. Zon-halfschaduw. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Perovskia atriplicifolia - Perovskia: halfheester: aug-sep, blauwviolet, bloeiwijze een smalle tros; plant grijsgroen. tot 1,5x. Min of meer droge tot vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke, kalkrijke zandige bodems. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels.
Persicaria capitata - Kruipende duizendknoop: eenjarig: jun-sep, roze, bloeiwijze bolvormig, plant met rode klierharen; in; bodembedekkend./ in zachte, vorstvrije winter overblijvend: 0,1-0,20. (uith); Fauna: honingbijen.
Phytolacca esculenta - Oosterse karmozijnbes: vaste plant: jun-aug, wit, blw, bloeiwijze een tros; zwarte bessen: 0,1-1,8. Vochtige tot vochthoudende, voedselrijke overwegend minerale bodems; langs randen van plantsoenen, op fabrieks-, haven- en spoorwegterreinen, langs muren in de voegen van de verhardingen. Zon-halfschaduw. (inh);; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Picris hieracioides - Echt bitterkruid: tweejarig: jul-sep, geel, bloeiwijze een tuil. rozet: 0,5-1,0. Vochthoudende tot droge, voedselarme tot iets voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; meestal in grazige vegetaties in de duinen, in bermen, op dijken, spoordijken, en spoorwegemplacementen; verder op halfverhardingen en tussen het plaveisel o; m; op parkeerplaatsen en in fietsenstallingen, in het duingebied en op vluchtheuvels in de stad. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Potentilla argentea - Viltganzerik: vaste plant: jun-jul, geel, bloeiwijze een (okselstandig) bijscherm, bloemstengels liggend. 0,15-0,3. Droge, voedselarme, zwak zure zandige bodems; in graslanden, duinen, bermen, langs fietspaden door heideachtige terreinen, in zandafgravingen en op spoorwegemplacementen. Zon. (inh); Fauna: wilde bijen.
Potentilla intermedia - Middelste ganzerik: vaste plant: jun-aug, geel, bloeiwijze een wijd vertakt bijscherm. 0,2-0,5. Vrij droge, matig voedselrijke zandige bodems; op spoorwegemplacementen, in wegbermen en zandgroeven. Zon. (inh).
Potentilla recta - Rechte ganzerik: vaste plant: jun-aug, min of meer lichtgeel, bloeiwijze een bijscherm. 0,25-0,6. Droge, matig voedselrijke, open, al dan niet recent omgewoelde bodems; in bermen, dijken, spoorwegterreinen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen.
Pseudofumaria alba - Geelwite helmbloem: vaste plant: jun-okt, wit. 0,15-0,3.Op oude verweerde muren. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Pseudofumaria lutea - Gele helmbloem: vaste plant: mei-okt, geel. 0,15-0,35, b1/1. Steenachtige plaatsen; op oude muren van gebouwen, beken en grachten, kaden, tuinmuren, stadswallen, spoorwegterreinen en plaveisel; verder ook in stedelijke beplantingen; halfschaduw. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
 
Reseda alba - Witte reseda: tweejarig of kortlevend vast: jun-okt, wit. 0,5-0,9, b1/2. Vrij droge, matig voedselrijke, neutrale zandige, lemige en gruisachtige bodems. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Reseda lutea - Wilde reseda: vaste plant: mei-sep, geel bladen in slippen verdeeld of min of meer veervormig ingesneden, plant meestal tamelijk sterk vertakt. ,0,3-0,7, b1/1.Droge tot vochthoudende, open, veelal kalkhoudende, matig voedselrijke zandige tot zavelige bodems; op spoorweg-, haven- en fabrieksterreinen, langs wegbermen en dijken, op braak­liggende terreinen, in de duinen, zandafgravingen en krijtgroeven, tussen het plaveisel, tegen muren en straatmeubilair, op parkeerplaatsen, opslagplaatsen en halfverhardingen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Reseda luteola - Wouw: tweejarig: jun-sep, geel; blad ongedeeld lancet- of lijnvormig, niet of weinig vertakte plant. 0,5-1,5, b1/7. Droge tot vochthoudende, open, en veelal kalkhoudende, matig voedselrijke, zandige en zavelachtige bodems; voornamelijk bij steenfabrieken, op spoorwegemplacementen, langs spoorbermen, in kalk- en zandgroeven, braakliggende terreinen, soms in bermen en op dijken. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Ruta graveolens - Wijruit: vaste plant, groenblijvend: jul-aug, geel, plant blauwgroen, bloeiwijze een bijscherm, plant met een tamelijke sterke onaangename geur. 0,5-1,0. Vochtige tot vrij droge, schrale tot matig voedselrijke bodems. Zon (uith); Fauna: honingbijen.
 
Salvia pratensis - Veldsalie: vaste plant: mei-jul, paarsblauw, bloeiwijze een aar. 0,3-0,6;1/2. Enigszins vochtige tot min of meer zomerdroge, schrale tot matig voedselrijke, kalkhoudende, zavelige bodems; in grazige vegetaties op rivier-, spoordijken en op overhoeken bij de rivieren. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Saponaria officinalis - Zeepkruid: vaste plant: jul-sep, roze. wortelstok, 0,4-0,8. Droge of vochthoudende en vaak kalkrijke, voedselarme tot matig voedselrijke zandige bodems; in weg- en spoorbermen, op dijken, industriële terreinen en overhoeken. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Scabiosa ochroleuca - Geel duifkruid: vaste plant: jul-sep, lichtgeel. 0,5-0,7. Iets vochtige, schrale tot matig voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende bodems. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Securigera varia -  Bont kroonkruid: vaste plant: jun-sep, roze, bloeiwijze een hoofdje. met ondergrondse uitlopers, ca 0,6, klimmend en liggend tot 1,3. Giftig voor vee, maar niet voor herkauwers. Vochtige tot zomerdroge, matig voedselrijke of kalkhoudende bodems; op rivier en spoordijken, in wegbermen en rivierduinen, op spoorwegemplacementen, stenige taluds. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Sedum acre - Muurpeper: vaste plant: jun-jul, geel, bloeiwijze een dubbele schicht. 0,05-0,1. Droge en veelal kalkhoudende, open zandige en stenige bodems; op muren, wegranden, steenglooiingen van dijken en viaducten, spoorweg- en fabrieksterreinen, verhardingen en halfverhardingen, platte daken, in de jaren tachtig in geschoffelde en vooral met simazin (een chemisch onkruidbestrijdingsmiddel) behandelde stadsplantsoenen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Sedum album - Wit vetkruid: vaste plant, groenblijvend: jun-jul, wit, bloeiwijze min of meer schermvormig. 0,1-0,2. Droge, voedselarme tot matig voedselrijke zandige en stenige bodems; op muren, steen- en basaltglooiingen; vaak verwilderd in geschoffelde of met herbiciden behandelde stadsplantsoenen. Zon (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Senecio inaequidens - Bezemkruiskruid: vaste plant: jun-dec, geel, bloeiwijze een tuil. 0,3-1,3. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot zavelige, steen- en gruisachtige bodems; op alle mogelijke open terreinen; het meest op spoorwegterreinen; verder op industrie- en haventerreinen; langs rivier- en kanaaloevers, in wegbermen, op mijnsteenbergen, halfverhardingen van vluchtheuvels en parkeerplaatsen, tussen plaveisel, tegen muren en straatmeubilair, en in stadsplantsoenen; de soort gedraagt zich meer als pionier dan als ruigtekruid. Zon- tb. ; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Senecio squalidus - Glanzend kruiskruid: eenjarig: mei-sep, geel, bloeiwijze een tuil, buitenste omwindselblaadje met een zwarte top, bladen nagenoeg kaal. 0,3-0,5. Iets vochtige, zomerdroge, matig voedselrijke, zandige tot lemige bodems. Zon. (uit); Fauna: honingbijen; .
Solidago virgaurea - Echte guldenroede: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze een pluim. 0,4-0,8. Vochtige of vochthoudende, voedselarme, zwak zure lemige bodems en lemig zand; in grazige vegetaties en in zomen van bossen en struwelen; langs bospaden, in weg- en spoor­bermen en op spoorwegemplacementen; licht beschaduwd-zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Tanacetum parthemium - Moederkruid: eenjarig: jun-sep, wit, bloeiwijze een tuil, een- of tweejarig : 0,3-0,6. Vochtige en vochthoudende, voedselrijke, zandige tot kleiachtige bodems; op open gronden en in ruige vegetaties, in stadsplantsoenen, onder heggen, in boomspiegels, op verhardingen tegen muren, op braakliggende terreinen en in rommelhoekjes. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Tanacetum vulgare - Boerenwormkruid: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze een tuil. wortelstok, 0,6-1,5. Vochtige tot droge, matig voedselrijke tot iets schrale, zandige tot kleiige bodems; in ruigten en grazige vegetaties, op braakliggende gronden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in weg- en kanaalbermen, op dijken, in akkerlanden, langs allerlei niet te natte oevers en vijverkanten, tussen het plaveisel, tegen muren en straatmeubilair en op halfverhardingen. Zon. (inh);, T. Bloem; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Thymus praecox - Kruiptijm: vaste plant: jun-jul, paars, bloeiwijze een hoofdje; stengels kruipend. 0,05-0,1. Min of meer droge tot iets vochtige, schrale, kalkhoudende bodems; op grazige plaatsen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Thymus pulegioides - Grote tijm: vaste plant: jun-sep, paarsachtig, hoofdje. 02-0,3. Iets vochtige tot droge, tamelijk voedselarme en zowel kalkrijke als kalkarme bodems; in grazige vegetaties, bermen, schrale graslanden, op rivier- en spoordijken, langs paden in bossen, heiden en duinen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Thymus serpyllum - Wilde tijm: vaste plant, groenblijvend: jun-sep, paars, hoofdje. kruipend,0,05-0,15. Droge, voedselarme, kalkarme, minerale bodems; in min of meer open grasland; onder meer in bermen en heidenterreinen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Thymus vulgare - Echte tijm: dwergheester: h2j, mei-jun, lila, hoofdje. tot 0,25. Min of meer droge, schrale, kalkhoudende humeuze bodems. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Tradescantia virginiana - Eendagsbloem: vaste plant: jun-sep, blauw tot roze, meeldraden behaard, bloeiwijze een bundelachtige bijscherm. 0,5-0,7. Min of meer vochtige, matig voedselrijke bodems; verwilderd o.m. tussen plaveisel tegen muren en straatmeubilair. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels.
Tragopogon pratensis s. pratensis - Gele morgenster: tweejarig: mei-jul, geel, bloeiwijze alleenstaand. penwortel, rozet, 0,3-1,0. Vochtige tot droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in grazige vegetaties; in en op allerlei bermen, dijken en stadsplantsoenen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Trifolium arvense - Hazenpootje: eenjarig: jul-okt, grijswit, bloeiwijze een hoofdje. 0,1-0,35. Droge, zure tot kalkarme en meestal schrale zandige bodems; op open gronden en in min of meer open grazige vegetaties; in bermen, grasvelden, heideterreinen en zandafgravingen; verder op aangevoerd zand, op spoorweg-, industrie- en haventerreinen en wegbermen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Tripleurospermum maritimum - Reukeloze kamille: een/tweejarig: jun-sep, wit, bloeiwijze vertakt, maar alleenstaand. , 0,2-0,8. Vochtige, voedselrijke bodems; op min op meer open, humushoudende bodems, omgewerkte en opgebrachte grond en open plekjes tussen gras en ruigten; in akkers, pas aangelegde bermen, op dijken, allerlei braakliggende terreinen, langs water en vijverkanten, stadsplantsoen, langs wegranden, tussen het plaveisel en op halfverhardingen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Verbascum blattaria - Mottekruid: tweejarig: jun-aug, geel, bloeiwijze een tros. rozet, 0,5-1,0 (1,5 op vochtige bodem);b1/6. Droge, matig voedselrijke tot vrij schrale voedselrijke open bodems; op verschillende milieus in de stedelijke omgeving. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Verbascum densiflorum - Stalkaars: tweejarig: jul-okt, geel, bloeiwijze in kluwens en aarachtige gegroepeerd. rozet, 0,8-2,5, b1/3. Droge, schrale, veelal kalkhoudende, zandige bodems; op open plaatsen; in de duinen, op spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in zandafgravingen, op braakliggende terreinen, halfverhardingen en tussen het plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Verbascum lychnitis - Melige toorts: tweejarig: jun-sep, wit, bloeiwijze in kluwens en aarachtige gegroepeerd, soms geel, bladen vaak grijsgroen. rozet. 0,7-1,5, b1/4. Min of meer droge, neutrale, zandige tot lemige bodems of substraten; in Nederland het meest langs spoorwegen waargenomen; op open grazige plaatsen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Verbascum nigrum - Zwarte toorts: vaste plant: jun-sep, geel, bloeiwijze in kluwens en aarachtige gegroepeerd, soms wit. penwortel, 0,7-1,5. Droge tot iets vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelachtige bodems; in grazige vegetaties, ruigten, in de duinen, weg-, kanaal- en spoorbermen, spoordijken en op spoorwegemplacementen. Zon (inh); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Verbascum phlomoides - Keizerskaars: tweejarig: jul-aug, geel, bloeiwijze in kluwens en aarachtige gegroepeerd. rozet, 0,8-1,5, b1/3. Droge, schrale, zandige en kalkhoudende bodems; op open plaatsen in de duinen, langs spoorwegen en spoorwegemplacementen, op fabrieksterreinen, braakliggende terreinen en zandafgravingen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Verbascum thapsus - Koningskaars: tweejarig: jul-sep, geel, bloeiwijze in kluwens en aarachtige gegroepeerd. rozet, 0,8-2,0 b1/3. Droge, schrale, veelal kalkhoudende bodems; op open gronden; in de duinen, zandafgravingen, op spoorweg-, industrie- en haventerreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels.
Verbena bonariensis - IJzerhard: vaste plant: jul-okt, paars, bloeiwijze kleine schermachtige trossen; ijle planten. kortlevende vaste plant,0,8-1,8. Vochtige, matig voedselrijke bodems; groeit ook in de voegen van allerlei plaveisel. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Verbena hastata - IJzerhard: vaste plant: jun-sep, paars-rozeachtig, bloeiwijze een aarachtige pluim. kortlevende vaste plant,0,6-1,2. Vochtige, matig voedselrijke bodems. Zon. (uith); Fauna: honingbijen, vlinders.
Verbena officinalis - IJzerhard: vaste plant: jun-okt, bleeklila, bloeiwijze een dunne aar; stengels ruw en zeer taai. 0,3-0,7. Enigszins vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijk en veelal kalkhoudende en min of meer open bodems; langs wegen en dijken, op spoorwegemplacementen, op overhoeken zowel op openplaatsen als in min of meer open ruigte. Zon. (inh); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Veronica officinalis - Mannetjesereprijs: vaste plant: mei-aug, blauw, bloeiwijze een tros. 0,1-0,4. Droge, voedselarme, zandige tot lemige, licht humushoudende bodems; in korte, grazige vegetaties; vooral in bermen door bos- en heideterreinen en in schrale graslanden. Zon-licht beschaduwd. (inh); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Viola tricolor - Driekleurig viooltje: eenjarig: apr-okt, driekleurig, paars- en lila-achtig en geel. 0,1-0,3. Droge, matig voedselrijke, zandige maar leemhoudende bodems; in akkerranden, open bermen, op greppelkanten, braakliggende terreinen, spoorwegterreinen en in stadsplantsoenen. Zon. (inh); Fauna: honingbijen.
Planten voor tegeltuinen: alfabetisch overzicht --- ----------------------------- -----------------------------------
A B C D E F G H I L M N O P R S T V