Vrees voor natuur
Niet alle natuur wordt positief gewaardeerd. Men houdt niet van onkruid in de tuin, konijnen die de kool op de volkstuin opvreten, de vos die de kippen rooft of de luizen in onze planten en de muizen in het huis. Wespen zijn gevaarlijk en spinnen zijn eng. Het komt er op neer dat we van de natuur houden zolang die ons geen overlast bezorgt. Negatieve ervaringen met deze aspecten kan leiden tot minder waardering voor de natuur (Bixler, 1997). Wat als overlast wordt ervaren hangt vaak van de persoonlijke situatie af of van de cultuur waarin men is opgegroeid. De zwarte els waarin sijsjes foerageren, vindt een tuinbezitter heel leuk, maar een ander die allergisch is voor stuifmeel ervaart deze els als een kwelling. Vogelaars reageren enthousiast wanneer ze tienduizend ganzen bij elkaar op een stuk land zien, maar veel boeren zien die ganzen als een schadepost. Dit zijn allemaal nog tamelijk onschuldige voorbeelden.
We hebben soms ook te maken met rampen of epidemieën. Sinds mensenheugenis is men aan de natuur overgeleverd. Het betreft niet alleen geologische of klimatologische rampen zoals de Watersnoodramp van 1953, maar ook om de toename van de ziekte van Lyme veroorzaakt door tekenbeten en om het voorkomen van de vogelgriep, insectenplagen en nieuwe onbekende virussen.
De vraag is welke natuur er gaat ontstaan bij een verdere klimaatsverandering en wat dit voor onze gezondheid gaat betekenen. De laatste paar eeuwen hebben we dit proces meer onder controle dan in de voorgaande eeuwen, maar het blijft een kat en muisspel tussen de mens en de rest van de totale natuur. De mens is hierin steeds de “muis”. Op veel fronten wordt de natuur bestreden. Als dat om levensbedreigende situaties gaat, is dat biologisch gezien terecht. Ook mensen moeten overleven. Maar als het om bestrijding van slakken, mieren, mossen, onkruiden, etc. gaat, moeten we ons toch afvragen wat de noodzaak van ons handelen is en wat het effect op langere termijn zal zijn.
 
Tekst foto: In vorige eeuwen werd natuur om allerlei reden gevreesd. Tegenwoordig wordt het ook geregeld ontweken omdat de plek onaangename gevoelens oproept. Te weinig beheer, zwerfvuil, graffiti etc. zijn niet alleen visueel onaantrekkelijk, maar kunnen ook gevoelens van sociale onveiligheid oproepen. Een bijenlint is in zo'n geval wel toegankelijk voor bijen, maar niet voor alle mensen.
 
In de natuur kan je verdwalen - ook met gps in de hand kan je in de natuur verdwalen. In Nederland is dat niet rampzalig, maar het kan wel tot zeer ongemakkelijke situaties leiden (Kootwijkerzand)
 
Dumpplek -- Zulke plekken vormen voor veel mensen een psychologische barrière, die bewust of onbewust wordt geassocieerd met onveiligheid. (Scheffield 2002).
 
Zware criminaliteit -- Plekken waar het publiek zelden komt zijn goed voor de natuur, maar soms gevaarlijk voor kinderen. Aan de andere kant is het van belang dat kinderen avontuurlijke speelplekken hebben. De Schiedamse Parkmoord maakt duidelijk dat een zekere sociale controle daarbij gewenst is. De kunst hierbij is om deze plekken zo te ontwerpen dat controle mogelijk is, zonder dat kinderen het gevoel krijgen gecontroleerd te worden. (Monument Schiedamse Parkmoord)
 
Literatuur vrees voor de natuur
Anonimus (1953). De Ramp. Vereeniging ter Bevordering van de Belangen des Boekhandels te Amsterdam.
Berg, A.E. & M. ter Heide (2004). Angst voor de natuur. Landschap 21 (3): 137-145.
Bixler, R.B. & M.F. Floyd (1997). Nature is scary, disgusting, and uncomfortable. Environment and Behavior 29 (4): 443-467.
Ford, E.W.J., W.J.P., Worst & C.E.P. Dönszelmann 2002. Volksgezondheid en water in de stad'. RIZA, Leleystad. 92 p.
Kaplan, S. & J.F. Talbot (1983). Psychological benefits of a wilderness experience. In: I. Altman & J. F. Wohlwill (Eds). Behavior and the natural environment. Plenum Press, New York, pp. 163-203.
Rooijen, M. van (1990). De wortels van het stedelijk groen: een studie naar het ontstaan en voortbestaan van de Nederlandse Groene stad. Proefschrift. Rijksuniversiteit Utrecht, Vakgroep stad en arbeidsstudies, Utrecht, pp. 295.
Verbeek, D. & H.van Gortel (1888). Geschiedenis der Neder-Veluwe. Boonstra, Barneveld. (herdruk van 1974: Repro-Holland, Alphen aan den Rijn).