Onderzoek Grahn et al.: betekenissen en functies
Sfeer Natuur Biodiversiteit Ruimte De meent Ontspanning Vermaak Cultuur
Het meest relevante onderzoek voor het stedelijk gebied is wellicht dat van Berggren-Barring & Grahn (1995), Grahn (2005)en Stigsdotter (2002 en 2005). Aan de hand van een uitvoerig onderzoek in drie steden in Zweden werden voor de open groene ruimte acht basiskenmerken onderscheiden (Zie Tabel). Dit is ook in de geest van de “Vierde nota over ruimtelijke ordening” (Ministerie van VROM,1988) waarin verscheidenheid één van de aspecten is die bepalend zijn voor de kwaliteit van de woon - en leefomgeving. Het is dus gewenst dat er een variatie van verschillende landschapstypen en sferen of sfeerbeelden is. Bij het creëren van bijenlinten moeten we daar rekening mee houden
Componenten van bijenlinten kunnen hier goed bij aansluiten. Op de ene plek voldoen bomen, op een andere plek een lint van klaprozen. De vraag waar het met betrekking tot bijen en andere bloembezoekende insecten steeds om gaat is: Wat is de (maatschappelijke) betekenis van een groene plek en hoe kan een bijenlint daarin worden geïntegreerd?
Met behulp van foto's worden hier verschillende aspecten gevisualiseerd. Of er een duidelijke indeling kan worden gemaakt, is zeer twijfelachtig. Maar daar gaat het ook niet om. Het gaat om het bewustzijn van de verschillende functies en betekenissen van de groene omgeving en hoe we dat met het creëren van een bijenlint kunnen versterken.
 
Sfeer, intimiteit Terug
Mist -- Mist zet het landschap terug in de tijd. De kippenhokken en varkensschuren worden wazig terwijl de bomen extra contrast krijgen. In het landschap gaat het niet alleen om de levende natuur maar ook om de sfeer die ieder moment anders kan zijn. Ontwerp en beheer kunnen dat versterken. (Renswoude 2005)
 
Regen -- Op zwoele regenachtige dagen heb je vaak het park voor jezelf. (Zeist, 2006)
 
Romantiek in tuinen -- Parken en tuinen zijn plekken voor romantisch samenzijn. (Manchester 2005)
 
Romantiek in spontane natuur -- Voor romantiek kan ook spontane natuur als decor dienen, maar rust en veiligheid moeten zijn gewaarborgd. (Veenendaal 2002)
 
Woonwijk -- De serene sfeer kan midden in de stad ontstaan zoals hier op een nazomerdag 's morgens om ca. 8 uur. (Deventer, Rivierenwijk 1994)
 
Wilde natuur, struinnatuur Terug
Struinnatuur -- We zoeken steeds meer de "wilde" natuur op waarbij we de geplande paden verlaten. Het wordt ook wel struinnatuur genoemd. Deze wilde natuur verplaatst zich steeds meer naar de stadsrand. (Meinerswijk, Arnhem 1993)
 
Natte bossen -- We begeven ons in natte bossen, waar we worden belaagd door zwermen muggen. Maar dat hebben we er voor over. (Finland 2002)
 
Ruigten -- We trekken eenzaam door ruigte. Hier onder de rook van Amsterdam, maar toch weg van de wereld. (Twiske 1993)
 
Stuifzand -- We ervaren de sensatie van de kale vlakte: het laatste restant van een zandwoestijn die enkele eeuwen geleden de Veluwe in zijn greep had. (Kootwijkerzand 2006)
 
Laarzenpad -- We gaan naar het buitenland voor echte, meer extreme natuur. (Oost- Polen, Rode Moeras 2002)
 
Zichtbare biodiversiteit Terug
Beplantingen -- Soortenrijkdom wordt in de vakwereld vaak aangeduid als biodiversiteit. En heeft vaak betrekking op spontane natuurontwikkeling. Het gaat dan om zichtbare en onzichtbare natuur (waaronder genetische diversiteit). Voor het grote publiek gaat het meestal om de zichtbare natuur en soortenrijkdom. Natuurparken en heemtuinen kunnen daar aan bijdragen. (Thijsse's Hof, Bloemendaal)
 
Moeras -- In het stedelijk gebied zijn er talloze mogelijkheden om soortenrijkdom te bevorderen. In de andere hoofdstukken wordt daar uitvoerig op ingegaan. (Schiedam, Beatrixpark met Moeraswolfsmelk)
 
Ruigte op een bedrijventuin -- Dit is geen natuurgebied, maar de tuin van Esso-Benelux. De ruigte is bewust ontwikkeld. (Breda 1992).
 
Parken -- Parken zijn plekken waar soortenrijkdom maximaal kan worden ontwikkeld. Allerlei structuren variërend van open water tot bos komen er voor. Dit betekent niet alleen floristische, maar ook faunistische diversiteit. (Nieuwegein 1992)
 
Beleving van de ruimte Terug
Opkomen Open ruimde -- Met wisselend succes verdedigen we de open ruimte en de natuur tegen allerlei aanslagen. Dit was onder meer het geval met Vrije Geer in Amsterdam. Dit terrein was bestemd voor een bouwlocatie. Door een referendum in 1995 werd dat verhinderd. Het is nu een groene oase tussen Osdorp en Sloten. Het is meer dan andere groene plekken die vaak worden volgepropt met andere functies zoals tennisbanen etc. (Amsterdam, Vrije Geer 1995)
 
Grasland -- Vooral robuuste parken zoals het Westerpark in Zoetermeer kunnen een grote verscheidenheid aan open ruimten bieden; zowel zeer kleinschalig als uitgestrekt zoals op deze foto het geval is. Het is er vaak druk maar soms, vooral in de namiddag, kun je de hele ruimte voor je alleen hebben en dan waan je je even in een andere wereld. (Zoetermeer 2003)
 
Water -- Open ruimten met water hebben vaak een hoge belevingswaarde. (Sneek, Spoordok 1991)
 
Bosweide -- Een stadsbos en bosweide op een helling , maken twee totaal verschillende belevingswerelden zichtbaar. Door verscheidenheid in open en gesloten gebied is het ruimtelijke effect ook voelbaar. (Arnhem, Zijpendaal 2004)
 
Bosrand -- Bosranden grenzend aan andere groene landschapselementen en water hebben een sterke aantrekkingskracht op mensen. Het is niet voor niets dat kleinschalige landschappen met veel bosranden zoals de Achterhoek bij Winterswijk en Zuid-Limburg favoriete vakantieoorden zijn. (St. Jansberg, 2002).
 
Een ruig park -- Door de sterke afwisseling in de vegetatiestructuur ontstaat er een ruimte met een hoge belevingswaarde. (Amsterdam-Noord, Buiksloterpark, 1990)
 
Rietmoeras -- Water, riet en struweel zorgen hier voor een perfect ruimtelijk effect. (Amsterdam, Brettezone, 1994)
 
De meent, de gemeenschappelijke ruimte Terug
De meent -- Meent betekent gemeenschappelijke weide. In relatie met stedelijke groen wordt het woord meent soms gebruikt. Het heeft dan betrekking op een algemene groene gebruikersruimte voor zowel individueel als voor collectief gebruik. (Groningen 1993)
 
Uiterwaard -- De uiterwaard is hier voor iedereen. Niet alleen voor de massa op zomerse dagen, maar ook voor het individu. (Blerick 2004)
 
Recreatie park -- Een grote speelweide voor schoolse activiteiten, voetbal en plekken om gewoon in de zon te zitten. (Rotterdam 1995)
 
Sportdag -- Vooral voor grotere manifestaties zoals jeugd sportdagen zijn grote gemeenschappelijke ruimten in parken van groot belang. (Oporto 2007)
 
Wijkpark -- Paardensport op koninginnedag (Veenendaal 1992)
 
Luchtballon -- Plekken om luchtballonnen te laten stijgen en landen (Veenendaal 1991)
 
Kinderdorp -- Een paar keer per jaar staan hier de woonwagens en caravans van de kermisexploitanten, in de zomervakantie is het bouwdorp voor kinderen en ouderen kunnen hier ook Jeu de Boule spelen. (Veenendaal 1994)
 
Ontspanning, ontmoeting, spelen Terug
Een doordeweekse dag in de zomer -- We winkelen en we hebben het druk met van alles en nog wat. Toch zien velen nog kans om op een doordeweekse dag een paar uur in het park door te brengen. Als parken goed zijn en op niet te grote afstand van woningen of werkplek liggen, trekken ze mensen aan. (Vondelpark 2005)
 
Een rustige plek -- Kleine hoekjes afgezonderd van de grote open terreinen zijn plekken waar je je terug kunt trekken. (York shire 2004)
 
Fontein -- In ontspanningsparken zijn fonteinen decoratieve elementen die ook voor enige verkoeling kunnen zorgen, maar de waterkwaliteit moet dan wel zeer goed zijn. (Amsterdam, Vondelpark 1997)
 
Ontmoetingsplaats -- Ontmoetingsplekken met een vrij uitzicht en wat beschut tegen de wind maken het park ook voor ouderen aantrekkelijk (Manchester 2005)
 
Bijzondere beplantingen -- In stadsparken zou er ook veel meer ruimte moeten zijn voor experimentele beplantingen. De contrasten tussen natuur en cultuur kunnen positief werken op de aandacht van bezoekers. (Omgeving Bakewell 2005)
 
 
Amusement en vermaak Terug
Speeltuin -- Een speeltuin, een theetuin of een plek waar je een pilsje kunt drinken kunnen een aanleiding of aanmoediging zijn om een park of bos te bezoeken. Vaak staat het vermaak centraal, maar het kan ook en plek zijn om te pauzeren. (Schiedam, Beatrixpark 1990)
 
Le Roy-tuin -- Speelse elementen kunnen tuinen ook voor kinderen interessant maken, zoals deze Le Roy-kapel (Utrecht, Griftpark 2005)
 
Watertrap -- Dit is een bijzondere vorm van vermaak, niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen. (omg. Bakewell UK 2005)
 
Waterspeeltuin -- Een afgerasterde veilige speelplaats voor kinderen (Rotterdam 2003)
 
Karpers en eenden -- Vooral voor kleine kinderen zijn eenden van grote betekenis. Volwassenen worden hier vooral geboeid door de Karpers.
 
Tamme kastanjes zoeken -- We verzamelen al duizenden jaren vruchten, vaak meer dan we nodig hebben. Alleen het verzamelen zelf geeft al een zekere bevrediging. (Rhenen 2006).
 
Cultuur Terug
Tempeltje -- Voor veel mensen stralen historische plekken een aangename sfeer uit. De ouderdom van zo'n plek heeft vaak iets statigs. (Driebergen, Beerschoten-Willinckshof 1991)
 
Slangemuur -- Bijzondere cultuurhistorische elementen zijn vooral op landgoederen en kasteeltuinen te vinden. (Driehuis 2004)
 
Moderne kunst -- Sommige plekken zijn geschikt voor moderne kunst. De mate waarin hangt sterk van de aard van de omgeving af. Vooral in multifunctionele parken moet dat mogelijk zijn (Enschede 2001)
 
Ruïne steenfabriek -- Ruïnes, ook van recente datum kunnen een plek een bijzondere betekenis geven en daardoor een bepaalde sfeer uitstralen, zoals het restant van een oude steenfabriek in de Blauwe Kamer tussen Rhenen en Wageningen. (1994)
 
Literatuur
Cooper Marcus, C., C. M., Watsky, E. Insley & C. Francis (1997). Neighborhood parks. In: Cooper Marcus, C. & C. Francis (Eds.), People places: design guidelines for urban open space. Wiley & Sons, Ontario , pp. 85-148.
Grahn, P. & A-M. Berggren-Bärring (1995). Experiencing parks. Man's basic underlying concepts of qualities and activities and their impact on park design. Ecological Aspects of Green Areas in Urban Environments. IFPRA World Congress, Antwerp, Flanders, Belgium, 3-8 September, pp. 97-101.
Grahn, P., Stigsdotter, U. & A-M. Berggren-Bärring (2005). A planning tool for designing sustainable and healthy cities. The importance of experienced characteristics in urban green open spaces for people's health and well-being. In Conference proceedings “Quality and Significance of Green Urban Areas”, April 14-15, Van Hall Larenstein University of Professional Education, Velp, The Netherlands, pp. 29-38.
Koster, A. (1994). De groene omgeving; een bijdrage aan een gezonde samenleving. Schuyt, Haarlem, pp. 184.
Talbot, J.F., Bardwell, L.V. & R. Kaplan (1987). The functions of urban nature: uses and values of different types of urban nature settings. Journal of Architectural and Planning Research 4 (1): 47-63.
Özgüner, H. & A.D. Kendle (2006). Public attitudes towards naturalistic versus designed landscapes in the city of Sheffield (UK). Landscape and Urban Planning 74: 139-157.
 
Characteristics of eight nature/garden rooms (Grahn, 2005)
1. Serene Peace, silence and care. Sounds of wind, water, birds and insects. No rubbish, no weeds, no disturbing people.
2. Wild Fascination with wild nature. Plants seem self-sown. Lichen and moss-grown rocks, old paths.
3. Rich in species High biodiversity. A room offering a variety of wild species of animals and plants.
4. Spacious A room offering a restful feeling of “entering another world”, a coherent whole, like a beech forest.
5. The common A green open place admitting of vistas and stay.
6. The pleasure garden A place of imagination. An enclosed, safe and secluded place where you can relax and be yourself, let your children play freely and also experiment.
7. Festive A meeting place for festivity and pleasure.
8. Culture The essence of human culture: A historical place offering fascination with the course of time