Spoorwegemplacementen voor bijen ------
In de periode 1980-1995 (nog?) werden de meeste spoorwegemplacementen gekenmerkt door een rijke flora. Spoorwegemplacementen hebben een zandige tot gruisachtige bovenlaag en vaak een warmer microklimaat, waardoor er vaak plantensoorten van drogere bodems en warmere streken voorkomen (Zuid-Europa). Maar emplacementen kunnen ook een zeer vochtige tot natte ondergrond hebben. Emplacementen waren (en wellicht nog) zeer waardevol voor de entomofauna (insecten).
Veel spoorwegemplacementen zijn helaas geheel of gedeeltelijk verdwenen door bebouwing, beplanting of doordat ze zijn omgevormd tot parkeerplaatsen. Hier worden beelden gegeven van spoorwegterreinen die geheel of gedeeltelijk buiten gebruik zijn. Ze worden hier genoemd omdat ze een inspiratiebron zijn voor stedelijke vegetaties. Onder meer voor droge bodems, daktuinen (bijv. van ondergrondse parkeergarages) en prairiebeplantingen. Waar nog een gedifferentieerde vegetatie aanwezig is moeten vooral overgangen van open naar gesloten vegetaties worden gehandhaafd of bevorderd.
 
Groningen 1989 - Op de gedeelten van emplacementen die geregeld worden gebruikt, worden herbiciden toegepast. kennelijk hebben die geen invloed op de zaden van sommige soorten. Veel eenjarige soorten, zelfs zeldzame soorten groeien op deze plaatsen. Op de voorgrond kandelaartje, achter vreemde ereprijs
 
Simpelveld 1983 - De as uit de stoomlocomotieven werd vroeger gebruikt om de paden langs het spoor te verharden. De vegetatie ontbreekt hier langs het spoor, maar dat is toe te schrijven aan de toepassing van herbiciden uit de perioden van voor 1980. Op de voorgrond gele kamille.
 
Maastricht 1992 - Dit spoorwegemplacement grenst aan de Bossche Fronte, een verdedigingswerk met een rijke flora en zeer diverse entomofauna. Voor imkers en wilde bijen is dit een perfect gebied.
 
Kerkrade-West 1984 - Wondklaver kwam vooral in de jaren tachtig vaak op spoorwegterreinen voor. Op emplacementen, kopstukken van perrons en in spoorwegbermen. In het westelijk deel van het land vaak op spoorwegterreinen die vroeger met duinzand werden aangelegd.
 
Simpelveld 1990 - Bont kroonkruid is een plantensoort die in verschillende successiestadia voorkomt. In grazige vegetaties lijkt het een aantal jaren een graslandplant. In ruigte kan die zich zeker tien jaar handhaven en de soort heeft een pionierkarakter op min op meer open plekken. De soort is wispelturig. Het ene jaar kan die dominant aanwezig zijn en het andere jaar vrijwel afwezig.
 
 
Baarle-Nassau 1989 - Het spoorwegemplacement van Baarle-Nassau was (nog?) een bolwerk voor de natuur op de grens Nederland-Belgie. Op deze foto met de geel bloeiende zeer zeldzame Melige toorts.
 
Elst, Betuwe 1989 - In de periode rond de jaren tachtig waren veel spoorwegemplacementen of delen daarvan buiten gebruik. Op droge, schrale en al dan niet kalkhoudende bodems kon den toortsen vaak massaal voorkomen. In op deze foto gaat het voornamelijk op koningskaars, maar vaak groeide deze soort met stalkaars samen. Het gevolg was vaak een sterke verbastering waarin zuivere vormen van de ouders soms niet meer te onderscheiden waren.
 
Sneek 1985 - Vooral op de stedelijke spoorwegemplecementen kwamen ook veel tuinplanten voor, onder meer vaste lupin.