Selectie literatuur spoorwegen tot 1997  
Voor een volledig overzicht tot 1990 zie Koster 1991.
Koster, A., & H. Heemsbergen 1985 en 1988. Kanttekeningen bij de onkruidbestrijding op het ballastbed en schouwpad van de Nederlandse Spoorwegen. Notitie 5a. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 12 p.
Koster, A., 1982. Onkruiden en vegetaties op terreinen van de Nederlandse spoorwegen in relatie tot beheersaspekten. Doctoraalscriptie. Vakgroep Vegetatiebeheer, Plantenoecologie en Onkruidkunde Landbouwhogeschool Wageningen. 297 p.
Koster, A., 1984. Verspreiding en betekenis van de Nederlandse spoorwegflora. Notitie 4. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 293 p.
Koster, A., 1985. Bijzondere planten op zeventien spoorwegemplacementen, De groeiplaatsen en hun beheer. Notitie 6. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 67 p.
Koster, A., 1985. Spoorwegterreinen van betekenis voor plant en dier. De Levende Natuur 86, 6: 194-199.
Koster, A., 1986. Aantekeningen over de spoorwegflora en -fauna van Friesland. Vanellus 39, 5: 113-121.
Koster, A., 1986. Bijzondere planten langs het Amsterdamse spoor. Natura 83, 4: 91-99
Koster, A., 1987. De flora van de Nederlandse Spoorwegen. Notitie 14. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 292 p.
Koster, A., 1988. Natuurlijke begroeiing op spoorwegterreinen als voorbeeld van een meer natuurlijk drachtgebied. Bijenteelt 90, 10: 167-170.
Koster, A., 1988. Vegetatiebeheer op 20 spoorwegemplacementen. Notitie 19a. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 69 p.
Koster, A., 1988. Vegetatiebeheer op spoorwegemplacementen. Notitie 19. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 62 p.
Koster, A., 1989. De Spoorwegflora van Zuid-Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 78, 11: 185-189.
Koster, A., 1989. Voorstellen voor het Vegetatiebeheer langs lijngedeelten van de Nederlandse Spoorwegen. Notitie 22. Ministerie van Landbouw en Visserij, Adviesgroep Vegetatiebeheer, Wageningen. 35 p.
Koster, A., 1991. Spoorwegterreinen, toevluchtsoord voor plant en dier. KNNV, Utrecht. 236 p.
Koster, A., 1996. Locaties bijzondere planten van spoorbermen geactualiseerd. IBN-DLO & NS. 87 p.
 
Bijen op spoorweg terreinen
Koster, A., 1980. Enkele gegevens over het bijengeslacht Hylaeus in Nederland in 1979 en 1980. Doctoraalverslag Rijksmuseum van Natuurlijke Historie, Leiden. 65 p.
Koster, A., 1986. Aantekeningen over de spoorwegflora en -fauna van Friesland. Vanellus 39, 5: 113-121.
Koster, A., 1986. Het genus Hylaeus in Nederland (Hymenoptera, Colletidae). Zoölogische Bijdragen 36: 1-120
Koster, A., 1986. Sterke uitbreiding van de Gehoornde maskerbij (Hylaeus cornutus Curtis, 1831) langs het spoor in Zuid-Limburg. Natuurhistorisch Maandblad 75, 12: 235-238.
Koster, A., 1991. Spoorwegterreinen, toevluchtsoord voor plant en dier. KNNV, Utrecht. 236 p.
Lefeber, V. Hymenoptera aculeata (bijen en Wespen) langs Limburgse spoorlijnen. Natuurhistorisch Maandblad 80 (4): 74-78.
Smit, J. 1997. Speuren langs het spoor: Verslag van 10 jaar bijen en wespen inventariseren op het spoorwegemplacement van Westervoort (1987 t/m 1996). 26 p.