Begraafplaatsen en kerkhoven voor bijen
Begraafplaatsen kunnen van betekenis zijn voor wilde bijen en de Imkerij. Vaak zijn er nectar- en stuifmeelproducerende bomen en struiken aanwezig. Onder meer: linde, esdoorn, paardenkastanje, hulst, Buxus, Mahonie, vaak diverse soorten sierappels. De betekenis van de kruiden is meestal vrij gering. Veel kruiden zouden overigens een bijdrage kunnen leveren om de begraafplaats aanzienlijk te verfraaien en tegelijker tijd om de mogelijkheden voor de productie van stuifmeel en nectar te vergroten. Veel bos- en stinzenplanten komen hiervoor in aanmerking. Daarnaast kunnen ze ook van betekenis zijn voor wilde bijen. Kerkhoven en begraafplaatsen kunnen vrijwel altijd bijdragen aan biodiversiteit. Dit geldt zeker voor de bloembezoekende insecten. De kerkhoven en begraafplaatsen die hier worden getoond zijn ook van betekenis voor de wilde bijen. De wilde bijen nestelen hier voornamelijk in zandige bodems. Op oude begraafplaatsen kunnen ook muren, plaveisel en zeer oude bomen voor de nestgelegenheid voor wilde bijen van betekenis zijn.

Gewoonlijk is de bodem droog tot vochtig; het maaiveld ligt ruim boven de grondwaterspiegel en is onder normale omstandigheden nooit nat. In de meer natte gebieden van ons land zijn ze omringd door een gracht of sloot en soms is er een vijver aanwezig.

In het algemeen is de beplanting zeer heterogeen; inheemse en exotische bomen en struiken groeien veelal in wisselende composities bijeen. De beplanting is zeer sterk op beeld en sfeer gericht. Afhankelijk van het milieu kunnen alle inheemse en exotische bomen en struiken worden aangeplant. Ecologisch gezien gaat de voorkeur uit naar de inheemse soorten.

Als er een kruidlaag aanwezig is, zijn het meestal bodembedekkers als Pachysandra terminalis, Vinca (dwergheersters) en ook soorten als gele dovenetel worden als bodembedekker toegepast. Op oude begraafplaatsen die buiten gebruik zijn, is vaak een ruige grazige begroeiing aanwezig. Begraafplaatsen zijn geschikte plaatsen voor bos- en stinzenplanten.

Begraafplaatsen kunnen van betekenis zijn voor de Imkerij. Vaak zijn er nectar- en stuifmeelproducerende bomen en struiken aanwezig. Onder meer: linde, esdoorn, paardenkastanje, hulst, Buxus, Mahonia, vaak diverse soorten sierappels. De betekenis van de kruiden is meestal vrij gering. Veel kruiden zouden overigens een bijdrage kunnen leveren om de begraafplaats aanzienlijk te verfraaien en tegelijker tijd om de mogelijkheden voor de productie van stuifmeel en nectar te vergroten. Veel bos- en stinzenplanten komen hiervoor in aanmerking.

 
 
Het beheer op begraafplaatsen en kerkhoven wordt meesal bepaald door traditionele principes van orde en netheid. Ecologie speelt meestal nauwelijks een rol. Als het beheer niet al te extreem op netheid is gericht en er ook geen herbiciden worden gebruikt kunnen vooral wilde bijen talrijk voorkomen. Deze terreinen kunnen ook substantieel bijdragen aan de voedselvoorziening van honingbijen. Op dit kerkhof kunnnen stinzenplanten worden toegepast. (Nieuw Beerta 2001- 1998)
 
Dit kerkhof/begraafplaats wordt zonder chemische middelen beheer: een eerste stap om wilde bijen te bevorderen. (De Wolden 2003)
 
Met enige terughoudenheid bij het maaien kunnen onder meer paardenbloemen tot bloei komen. (Veenendaal Oude begraafplaats 1992)
 
Op dit kerkhof wordt een echt hooilandbeheer gevoerd. Door geregeld het pad te maaien blijft dit parkachtige landschapselement ook voor het publiek toegankelijk. De vegetatie wordt gedomineerd door scherpe boterbloem. Op dit kleinschalige niveau kunnen de bloemen druk door honingbijen en wilde bijen worden bezocht. (Koudekerk aan de Amstel 2006)
 
Zowel op oude als op nieuwe begraafplaatsen kunnen stinzenplanten worden toegepast. Op de voorgrond groeit vingerhelmbloem die hier vooral door sachembijen druk werd bevlogen. (Deventer, Oude Begraafplaats 1993)
 
Op deze oude begraafplaats die ook een parkfunctie heeft werd (waarschijnlijk nog) bewust ecologisch groen beheer gevoerd. (Gouda Oude begraafplaats1995)
 
Fragment Oude Begraafplaats. Over deze begraafplaats is zelfs een fotoboek met gedichten verschenen (Anke Ligteringen en Inbez Meter, 1995. Leven monument. ISBN 90-9008531-9). Met dit boek wilden de auteurs op kunstzinnigewijze in woord en beeld een registratie en impressie geven van een oude begraafplaats. Een plaats van rust, een plaats voor natuur en cultuur. (Gouda 1995).
 
Oude begraafplaats met middelste teunisbloem en toortsen; beide soorten zijn goed voor bijen. (Gouda 2001)
 
Hier gaat de natuur volledig haar eigen gang. Voor het publieke draagvlak is het van belang om een evenwicht te vinden tussen cultuur en natuur. (Leiden oude begraafplaats 1995)
 
Een van de bekendste en oudste natuurbegraafplaatsen in Nederland is Kranenburg in Zwolle. Samen met het omliggende stedelijke landschap biedt dit voormalige landgoed perspectieven voor bijen en voor de imkerij. (Zwolle natuurbegraafplaats 1991)
 
Dit beetje hei hebben ze in Garderen voor de bijen niet nodig, maar dit voorbeeld demonstreert wat er kan worden bereikt bij een consequent ecologisch beheer. Wat voor wegbermen en natuurgebieden geldt, geldt ook voor begraafplaatsen. De situatie is hier anders, maar de natuurwetten blijven het zelfde. (Garderen 2001)
 
Op begraafplaatsen die ecologisch worden beheerd kunnen ook bijzondere planten soorten voorkomen zoals grote keverorchis, die hier talrijk aanwezig is. (Amsterdam Osdorp, Westgaarde: voormalig strooiveld, 2001)