Hofjes en binnenplaatsen ---- Overzicht plantensoorten voor kruidentuinen
Een hofje is meestal een gemeenschappelijke binnenplaats of binnentuin die omgeven is door kleine woningen. Ze kunnen worden onderverdeeld in liefdadigheidshofjes en arbeidershofjes. De liefdadigheidshofjes zijn in 13e tot 19e eeuw tot stand gekomen, de arbeidershofjes dateren uit de tweede helft van de 19e eeuw en in het begin van de 20ste eeuw. In de huisjes in liefdadigheidshofjes woonden ouderen die het niet breed hadden. De arbeidershofjes boden huisvesting aan naar de stad getrokken arbeiders.
Tegenwoordig worden de hofjes door allerlei typen mensen bewoond: gezinnen, singles, jongeren en ouderen, laag geschoolde en hooggeschoolde. Soms is het reglement van vroeger nog steeds van toepassing. Dan mogen er alleen maar vrouwen wonen.
De meeste hofjes hebben een groene binnenplaats. De beplanting is er vaak gevarieerd, maar bestaat soms alleen uit rozen met heggetjes. Veel plantensoorten die er zijn aangeplant, zijn goed voor bijen. Bijenplanten zouden echter meer in hofjes kunnen worden toegepast.
Binnenplaatsen van kloosters
Een binnenplaats van een klooster wordt ook wel een kloosterhof genoemd. Vaak is dat een kruidentuin met een oude historie. De kruiden die er werden gekweekt, werden vaak voor geneeskrachtige of religieuze doelen gebruikt. Als deze kruiden in bloei staan worden de meeste daarvan door bijen bezocht. Veel van deze kruiden of combinaties daarvan kunnen ook in tuinen worden toegepast. Alleen al om de geur is dat zeker aan te raden.
Nieuwe hofjes
De omsloten tuinen van hofjes hebben een positief effect op de leefbaarheid. Voor de leefbaarheid zouden er meer hofjes moeten worden gebouwd, groene elementen van de oude hofjes en kloostertuinen kunnen daarbij op een eigentijdse wijze worden toegepast.
 
 
Wildemanshofje Alkmaar -- Dit hofje van hoge cutuurhistorische waarde bevat nauwelijks drachtplanten. De lindes zullen niet of in zeer beperkte mate bloeien. Tegen de tijd dat de rozen vervangen moeten worden zijn enkelbloemige rozen een goed alternatief en zeker niet minder mooi. (Alkmaar 1996)
 
 
Hofje Haarlem - In dit hofje zijn verschillende bijenplanten aangeplant, maar voor wilde bijen is meer mogelijk. Misschien bij de eerstvolgende renovatie van de border. (Haarlem 2007).
 
 
Hofje Noblet Haarlem -- In deze tuin zijn verschillende bijenplanten aangeplant. Verschillende soorten geraniums, herfstanemonen en stokrozen, voor wilde bijen zijn meer soorten planten noodzakelijk. Het plaveisel is hier een potentiële nestgelegenheid voor wilde bijen . (Haarlem 2007)
 
 
Hofje Noblet Haarlem - van een ander standpunt gefotografeerd. (Haarlem 2007)
 
 
-- Lavendel is op de voorgrond domininant. De beplanting is hier iets te eenzijdig voor wilde bijen. Haarlem 2007)
 
 
 
Entree Bruntskameren - Dit is een van de meest bloemrijke hofjes van Utrecht. Veel bijenplanten zijn hier toegepast. Op de voorgrond ondermeer oostindische kers. ( Utrecht 2009)
 
 
Overzicht hofje Bruntskameren - Links groeien enkelbloemige sierrozen, rechts vooral stokroos; rechtsonder Astilbe, maar die trekt alleen bijen aan op vochtige bodems. (Utrecht 2009)
 
 
Achterkant hofje Bruntskameren - onder meer rode zonnehoed op de voorgrond. Dit hofje demonstreert dat in principe alle soorten bijenplanten kunnen worden toegepast, maar het sortiment heeft wel een sterke overeenkomst met die van Kloostertuinen. (Utrecht 2009)
 
 
De Pandhof bij de Dom - een typisch voorbeeld van een kloosterhof. Veel bijen planten zijn hier aangeplant, maar veel wilde bijen komen hier niet voor. (Utrecht 2007)
 
 
Deze kloosterhof bij de Mariaplaats bevat(te) vooral planten die aan Maria zijn gewijd (Madona planten); hier groeien ook veel planten die wilde bijen aan kunnen trekken. (Utrecht 2009)
 
 
Fragment kloosterhof bij de Mariaplaats (Utrecht 2009)
 
 
Deze oude kloosterkruidentuin bevat meer dan 100 soorten kruiden de meeste zijn tijdens de bloei ook goed voor wilde bijen. (Ter Apel 1997)
 
 
Bijenplanten voor de kruidentuin (een selectie)
Verantwoording -- Deze pagina geeft een selectie van plantensoorten die in oude kruidentuinen werden gekweekt en tevens door bijen worden bezocht. Op deze pagina worden in hoofdzaak oude geneeskruiden (sommige soorten worden nog steeds gebruikt) en keukenkruiden genoemd. Het overzicht dat hier wordt gegeven is vrijwel volledig gebaseerd op de sortimenten van de Klooster hof bij Ter Apel, het Openluchtmuseum (Arnhem), de Kruidhof in Buitenpost en de Botanische de Dreijen in Wageningen. De meeste van de hieronder genoemde planten groeien als vrijstaande plant redelijk tot goed in gemiddelde tuingrond. Voor speciale groeikenmerken wordt verwezen naar www.drachtplanten.nl
Literatuur
Blöte-Obbes, M.C., 1946. De geurende kruidhof. De Haan, Utrecht. Pp. 288.
Kruidentuincommissie Nederlands Openluchtmuseum, 2005. Geneeskrachtige planten in de kruidentuin van het Nederlands Openluchtmuseum. Nederlands Openluchtmuseum, Arnhem. pp.191. (bevat een uitvoerig literatuur overzicht)
 
Inwendig gebruik van onderstaande planten kan ernstige gevolgen hebben voor de gezondheid en zelf dodelijk zijn.
 
Achillea millefolium - Gewoon duizendblad: vaste plant: jul-okt, wit tot roze, bloeiwijze een tuil. met ondergrondse uitlopers, 0,15-0,7. Vochtige tot droge, vrij schrale tot matig voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in allerlei grazige vegetaties; in graslanden, bermen, gazons, op dijken, langs sloot- en vijverkanten, tussen het plaveisel en voegen van stenen taluds van viaducten en stedenglooiingen van kanalen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders.
Agastache foeniculum - Dropplant: vaste plant, kortlevend/eenjarig: jul-sep okt, lila-lilablauw, bloeiwijze een aar. 0,7-1,3. Vochthoudende, matig voedselrijke bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Allium cepa - Ui: bol, jul-aug, wit, bloeiwijze een bolvormig scherm. 0,6-1,2. Vochtige, voedselrijke, neutrale bodems. Zon. (uitheems) Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Allium fistulosum - Grof bieslook/Pijplook: bol, jun-sep, roomwit, bloeiwijze een bolvormig scherm. 0,5-0,6. Vochthoudend tot vochtig, matig voedselrijke tot voedselrijke bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Allium porrum - Prei: bol, jun-aug, roze-wit, bolvormig scherm. 04-0,9. Vochtige, voedselrijke, neutrale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Allium schoenoprasum - Bieslook: bol, mei-jul, roze-violet, bloeiwijze een hoofdjesachtig scherm. 0,2-0,4. Min of meer droge tot vochtige, schrale tot matig voedselrijke, al dan niet kalkhoudende bodems van nature op grazige, winternatte, plekken langs rivieroevers; verwilderd op veel andere plaatsen in bermen, dijken, langs spoorwegen, voormalige boerenerven en in de bebouwde kom. Zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Allium ursinum - Daslook: bol, apr-mei, wit, bloeiwijze een scherm. 0,2-0,35. Vochtige, matig voedselrijke, neutrale tot veelal kalkhoudende en humusrijke bodems; in hellingbossen en onder allerlei soorten loofhout beplantingen; beschaduwd in het voorjaar, diepe schaduw in de zomer. (inheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Aloysia triphilla - Citroenverbena: kuipplant, heester, aug-sep, lila tot wit, bloeiwijze een aardachtige pluim; bovengronds niet geheel winterhard; tot 3,0. Droge, schrale tot matig voedselrijke bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Anthemis tinctoria - Gele kamille: vaste plant: jun-sep, geel, bloeiwijze alleenstaand, kortlevende vaste plant; 0,4-0,7. Droge, open, schrale tot matig voedselrijke bodems en op stenig substraat; voornamelijk op gruizige bodems van spoorwegen en op verweerde muren. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders. (verplant)
Althaea officinalis - Echte heemst: vaste plant: jul-sep, roze tot witachtig, bloeiwijze een tros; bladen dicht fluweelachtig behaard, 0,8-1,5. Meestal in brak milieu, strooiselruigten, en op kleiige en venige bodems; in sloten, spoorsloten, verruigd riet, aan oevers van rivieren en voormalige zeegaten. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Althaea rosea - Stokroos: vaste plant: jun-sep, donkerrood-wit, bloeiwijze een tros, kortlevende vaste plant,1,0-2,0, b1/4. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems. Zon-halfschaduw. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Anethum graveolens - Dille: eenjarig, jul-sep, geel. 0,8-1,4. Vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke neutrale bodems. Zon. (uit); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Angelica archangelica - Grote engelwortel: twee/driejarig: jun-jul, wit, 1,0-2,5; wordt meer dan 1 m breed. Natte tot zeer vochtige en zeer voedselrijke bodems; het meest tussen basaltglooiingen en aanspoelingsgordels van rivieren, kanalen, overslaghavens en meren. Zon- licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Angelica sylvestris - Gewone engelwortel: tweejarig: jul-sep, wit tot iets roze, twee- tot driejarig; 1,0-1,8. Natte tot vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige, humusrijke bodems, maar niet op zeeklei; in ruigten, langs sloten, vaarten, kanalen en allerlei andere watergangen, vijverkanten en in natte grasvelden, weg- en spoorbermen; verder langs en in lichte loofbossen. Zon- licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Anthyllis vulneraria - Wondklaver: vaste plant: mei-jun, geel, bloeiwijze een hoofdje, stengels liggend, 0,15-0,6. Meestal op droge, voedselarme kalkhoudende zandige bodems; op min of meer open gronden; in grazige vegetaties in de duinen, en in wegbermen door de duinen; verder veel op spoorwegterreinen in noord- en Zuid-Holland en in (Geen suggesties); op spoorwegterreinen ook als pionierplant. Zon. (inheems) Fauna: honingbijen, hommels.
Aquilegia vulgaris - Wilde akelei: vaste plant: mei-jul, blauw-violet, bloeiwijze een armbloemige pluim, penwortel, 0,5-0,8. Droge tot vochthoudende, kalkhoudende, voedselarme of matig voedselrijke zand-, leem- en zavelgronden; langs heggen, in stadsplantsoenen, in min of meer open grazige, ruige vegetaties op spoorwegterreinen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Arnica montana - Valkruid : vaste plant: jun-jul, oranjegeel, bloeiwijze alleenstaand, rozet, 0,3-0,5. Vochtige tot iets droge, voedselarme, zwak zure, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties, grazige heide, spoorbermen en terreinen van waterleidingbedrijven. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen.
Asparagus officinalis - Tuinasperge: vaste plant: mei-jul, groenig, bloeiwijze een okselstandige armbloemige tros; bes rood. 0,5-1,8. Droge tot vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige en lemige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel; in de duinen, op spoordijken, braakliggende overhoeken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Atropa bella-donna - Wolfskers: vaste plant: jun-aug, bruinpaars en geel aan de binnenkant, bloeiwijze een okselstandig; bes zwart, 0,5-1,3. Vochtige, vrij schrale, kalkhoudende bodems; op kapvlakte en andere open plekken in bos en struweel; halfschaduw-zon. (inheems) Fauna: honingbijen, hommels.
 
Ballota nigra ssp . foetida - Stinkende ballote: vaste plant: jun-sep, lichtpaars, bloeiwijze okselstandig, 0,6-0,9.Iets vochtige tot zomer droge, matig voedselrijke, zandige tot kleiachtige en veelal stoffige bodems; langs heggen, in bermen op dijken op spoorwegterreinen, op braakliggende terreinen en in stadsplantsoenen. Zon. (inheems) Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Borago officinalis - Bernagie: eenjarig: jun-sep, blauw. 0,2-0,8. Vochtige of vochthoudende, voedselrijke, zandige tot lichte kleibodems; op braakliggende terreinen, vuilstorten, en bij VAM-installaties op spoorwegterreinen. Zon. (inheems) ZINTUIGPL: S.blad, T.blad; Fauna: honingbijen, hommels.
Bryonia dioica - Heggenrank: Klimplant/vaste plant: jun-sep, groenachtig wit, bloeiwijze okselstandig en trosvormig; bes rood; blad grijsgroen; vormt dikke ondergrondse knollen. 2,0-4,0. droge, voedselarme tot voedselrijke, kalkhoudende, zandige tot zavelachtige bodems; voornamelijk in doornstruwelen en heggen; in duinen, op dijken en langs spoorwegen; sinds 1990 ook vaak in stadsbeplanting. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Calendula officinalis - Tuingoudsbloem: eenjarig: mei-okt, oranje geel, bloeiwijze alleenstaand. 0,25-0,4. Vochthoudende tot vochtige, vrij schrale tot voedselrijke, neutrale en veelal lemige bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, vlinders.
Chelidonium majus - Stinkende gouwe: tweejarig: mei-okt, geel, 0,3-0,7. Vochtige tot droge, voedselrijke zand-, leem- en zavelgronden en in stenige milieus; in houtwallen, bosranden, hakhoutbosjes, stadsplantsoenen, onder heggen, op verhardingen tegen en op muren. Zon-halfschaduw. (inheems), Tegel; Giftig (mens); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Cichorium intybus - Wilde cichorei: vaste plant: jul-aug, blauw, bloeiwijze vertakt en hoofdjes eindelings en okselstandig, 0,5-1,5. Op vochtige en vochthoudende, veelal kalkhoudende, voedselrijke zavel- en lichte kleibodems; in grazige vegetaties en vaak op verdichte bodems; op rivier- en spoordijken, weilanden in de uiterwaarden, in bermen vaak op de overgang van wegdek/wegberm). Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Colchicum autumnale - Wilde herfsttijloos: knol: sep-okt, lila, bloem lijkt op krokus, bloeiwijze alleenstaand. 0,1-0,25. Natte tot vochtige, voedselrijke en veelal kalk- en humushoudende bodems; in grasland van uiterwaarden, natte en vochtige hooilanden, loofbos; natte spoorweg taluds; licht beschaduwd-zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Coriandrum sativum - Koriander: eenjarig, jun-jul, witroze; stengel gestreept; plant onaangenaam riekend. 0,4-0,6. Vrij droge tot vochtige, matig voedselrijke bodems; op open minerale bodems zoals spoorwegemplacementen, onder meer bij vuilnis overstortplaatsen. Zon; E&P: zaad; ZINTUIGPL: Geur blad, Smaak zaad; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Corydalis cava - Holwortel: knol: mrt-mei, paarsrood-wit. 0,15-0,3. Vochtige, vrij voedselrijke beschaduwde, humusrijke, kleiachtige bodems; voornamelijk als onderbegroeiing op stinzen en buitenplaatsen; beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
 
Digitalis pupurea - Gewoon vingerhoedskruid: tweejarig: mei-sep, wit, roze tot purper, bloeiwijze een tros, rozet, 0,5-1,8, b1/3. Zeer giftig. Vochtige tot droge, matig voedselrijke tot schrale, zandige en lemige bodems; in bossen, op kapvlakten en braakliggende terreinen, vaak op plaatsen waar boerderijen zijn afgebroken, in houtwallen, spoorbermen, stadsplantsoenen, tussen het plaveisel en op halfverhardingen. Zon-licht beschaduwd. (inheems); ZINTUIGPL: T.plant; Fauna: hommels, wilde bijen.
Dipsacus fullonum - Grote Kaardenbol: tweejarig: jul-sep, lila, rozet, 1,0-2,0. Vochtige of vochthoudende, voedselrijke, humushoudende, zandige tot kleiige en veelal kalkhoudende bodems; op min of meer open plaatsen; in open grazige of ruige vegetaties; in weg- en spoorbermen, op dijken, haven-, spoorweg- en fabrieksterreinen, braakliggende terreinen, in stadsplantsoenen en zandafgravingen. Zon (inheems), Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
 
Echinacea purpurea - Rode zonnehoed: vaste plant: jul-okt, purper tot rood, 0,8-1,2. Vochthoudende (niet te vochtige) matig voedselrijke bodems; de soort heeft een onbegroeide ruimte om zich heen nodig. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
 
Filipendula ulmaria - Moerasspirea: vaste plant: jun-sep, wit, bloeiwijze een tuil, 0,7-1,5. Natte tot goed vochtige, matig voedselrijke en humushoudende bodems; niet op zeeklei; in natte bosjes, ruigten graslanden, greppels, spoorweggreppels, langs sloten, kanalen en vijvers, in natte bermen, boezemlandjes, plasbermen en op natte dijken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. (geneeskruid
Foeniculum vulgare - Venkel: vaste plant, Jul-okt, geel; een bossige zeer fijnbladige en welriekende plant, 1,0-1,5, b2/3 als pol. Vochtige, matig voedselrijke minerale bodems. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Fragaria vesca - Bosaardbei: vaste plant: mei-jun, wit, bloeiwijze een bijscherm; vruchten rood en sappig; met lange bovengrondse uitlopers, 0,1-0,4. Vochtige tot droge, iets voedselarme tot matig voedselrijke, zandige, leemhoudende en vaak kalkhoudende bodems; in ijle grazige vegetaties en in lichte bossen; langs bospaden, in licht beschaduwde wegbermen op dijken, in zand- en leemgroeven; licht beschaduwd-zon. (inheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen. (geneeskruid; vruchten zijn eetbaar)
 
Genista tintoria - Verfbrem: dwergheester: h1j, jun-aug, geel, bloeiwijze een tros, tot 0,8. Droge tot iets vochtige, voedselarme zandig tot lemige, zwak zure, neutrale bodems; in hoofdzaak in duinvalleien en natuurlijke graslanden; soms in bermen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels. (keukenkruid, verfplant)
 
Helleborus niger - Kerstroos: vaste plant, groenblijvend: jan-mrt, wit purper bloeiwijze alleenstaand, 0,2-0,3. Vochtige, matig voedselrijke, kalkhoudende, leem-, klei- en kleiachtige bodems; groei ook op lichtere gronden, maar valt dan sneller weg. beschaduwd-halfschaduw. (uitheems); ; Fauna: honingbijen, hommels.
Hieracium pilosella - Muizenoor: vaste plant: mei-jun, geel, alleenstaand; en bovengrondse uitlopers; rozet, 0,05-0,2. Droge, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige en vaak leemhoudende tot zavelige bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, allerlei bermen en op dijken, greppelkantjes en in schrale gazons; verder op oude, verweerde muren. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Hypericum perforatum - Sint Janskruid: vaste plant: jun-sep, geel, stengel rond met twee lijsten, blad met talrijke doorzichtige punten, 0,3-0,8 (1,0). Droge, schrale tot matig, voedselrijke zandige bodems; in grazige tot iets ruige vegetaties; in de duinen, bermen, Droge greppels, zandafgravingen, op spoordijken, spoorwegemplacementen, industrie- en haventerreinen en braakliggende terreinen, tussen het plaveisel, op halfverhardingen en in stadsplantsoenen. Zon-licht beschaduwd. (inheems)); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Hyssopus officinalis - Hyssop: vaste plant, jul-sep, donkerblauw, bloeiwijze een aar, 0,3-0,4. Vochthoudende, neutrale tot licht kalkhoudende bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.. (keukenkruid, geneeskruid)
 
Inula helenium - Griekse alant: vaste plant: jul-aug, geel, bloeiwijze een tuil; grote langwerpige tot 80cm of meer bladen, 1,5-2,0. Vochtige voedselrijke, neutrale tot licht kalkhoudende bodems; spoorbermen en overhoeken. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
 
Lavandula angustifolia - Lavendel: dwergheester, groenblijvend, jun-jul, blauw-blauwachtig, bloeiwijze een langgesteelde aar, tot 0,8. Droge tot vochthoudende, arme tot matig voedselrijke, kalkhoudende bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Leonurus cardiaca - Hartgespan: vaste plant: jun-sep, roze, bloeiwijze okselstandig, gedeeltelijk overblijvend, 0,5-1,5. Iets vochtige tot vrij droge, voedselarme, kalkhoudende, (niet te zure) open zandige tot lemige bodems. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Levisticum officinale - Lavas: vaste plant, jul-aug, geel, 1,0-2,0. Vochtige, voedselrijke bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Lycopus europaeus - Wolfspoot: vaste plant: jun-aug, wit, bloeiwijze okselstandig, lange uitlopers, 0,3-1,5. Natte, voedselrijke bodems; in grazige vegetaties en ruigte, langs allerlei oevers en waterkanten o; m; sloten, stadsvijvers, kanalen, op natte steenglooiingen van kanalen, rivieren en grachten, langs plassen en poelen, op drooggevallen plaatsen als greppels, plassen en oude rivierarmen; verder in natte bossen en verlandingsvegetaties. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Lythrum salicaria - Grote kattenstaart: vaste plant: jun-sep, paarsrood, bloeiwijze een aarachtige tros, 0,8-2,0. Natte voedselrijke bodems; zoutmijdend en bestand tegen zeer wisselende waterstanden; in ruigten, natte bossen, moerassen, verplantingsvegetaties, verruigde rietkragen, langs allerlei water en vijverkanten, als pionierplant op braakliggende en droogvallende plaatsen als greppels, poelen en afgravingen; ogenschijnlijk op droge plaatsen bijv; spoorwegterreinen, maar dan vaak op een natte tot vochtige ondergrond. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Malva sylvestris (inclusief ssp. mauritanica) - Groot kaasjeskruid: tweejarig: jun-okt, roze tot rozerood, bloem 3-4 cm in doorsnede, blad gelobd, plant meestal rechtopstaand of sterk opstijgend, 0,5-1,4. Vochthoudende, voedselrijke, lemige tot kleiige bodems; op overhoeken, spoorwegemplacementen, verlaten industrieterreinen, basaltglooiing en rivierdijken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Marrubium vulgare - Malrove: vaste plant: jun-sep, wit, bloeiwijze okselstandig, sterk gerimpelde viltige bladen, stengel witviltig, 0,4-0,6. Droge, schrale, kalkhoudende open bodems; in duinen en kalkgrasland. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Matricaria recutita - Echte kamille: eenjarig, mei-okt, wit, bloeiwijze alleenstaand. 0,1-0,4. Vochtige tot droge, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; op open gronden; in akkers, bermen, op dijken, braakliggende terreinen, in zandafgravingen en stadsplantsoenen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Melissa officinalis - Citroenmelisse: vaste plant, jun-sep, bleekgeel, bloeiwijze okselstandig, 0,7-1,0. Iets vochtige, vrij schrale tot matig voedselrijke bodems. Zon. (uitheems); ; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. (keukenkruid, geneeskruid)
Mentha aquatica - Watermunt: vaste plant, jul-sep, lila, bloeiwijze een okselstandig en eindelings hoofdje, ondergrondse uitlopers. /Helo, 0,3-0,7. Natte, matig voedselrijke brakke en vaak doorweekte, humusrijke bodems; langs allerlei waterkanten, in ruigten, natte bossen en verlandingsvegetaties; langs stadsvijvers, langs sloten en in greppels. Zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen. vlinders(keukenkruid, geneeskruid)
Mentha arvensis - Akkermunt: vaste plant, jul-sep, lila, bloeiwijze okselstandig, met ondergrondse uitlopers, 0,2-0,4. Natte tot vochtige, matig voedselrijke bodems; open gronden, graslanden, oevers en waterkanten; o; m; langs vijver- en slootkanten. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders..
Mentha longifolia - Hertsmunt: vaste plant: jul-sep, lila-wit, bloeiwijze een aar, 0,5-1,0. Natte voedselrijke onder meer lichte kleibodems; in ruigte vaak op en langs kribben, stenige beschoeiingen en aanspoelingsgordels. Zon-lichte schaduw. (inheems)); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Mentha pulegium - Polei: vaste plant, aug-sep, lichtpaars, bloeiwijze okselstandig, 0,15-0,3. Vochtige ('s winters natte), matig voedselrijke bodems; in de uiterwaarden. Zon. (inheems) Fauna: bijen
Mentha rotundifolia - Wollige munt: vaste plant: jun-sep, lila-wit, bloeiwijze een aar, 0,5-1,5. Vochtige, voedselrijke minerale bodems; op voormalige volkstuin complexen langs het spoor en aangrenzende bermen of taluds. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Monarda didyma - Monarda: vaste plant: jul-sep, rood, bloeiwijze een hoofdje/bundel, 0,7-1,0. Vochtige, matig voedselrijke, humushoudende bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
 
Nepeta cataria - Wild kattenkruid: vaste plant, jun-sep, wit binnenin rood gestippeld, bloeiwijze een aar; plant met een sterke geur, 0,5-0,9. Min of meer droge, en enigszins voedselrijke, kalkhoudende bodems; voornamelijk langs struwelen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Ocimum basilicum - Basilicum: eenjarig, jun-okt, wit tot rood aangelopen, bloeiwijze een aarachtig. 0,2-0,4. Vochtige, matig voedselrijke, minerale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Oenothera biennis - Middelste teunisbloem: tweejarig: jun-sep, geel, 0,5-1,5. Droge, voedselarme tot matig voedselrijke, open zandige tot lichte, zavelige en vaak kalkhoudende bodems; in duinen, op spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in zandgroeven en op braakliggende plaatsen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Origanum majorana - Marjolein: eenjarig/vaste plant/ kortlevend: jul-sep, wit tot licht roodachtig, bladen grijsviltig. 0,15-0,35. Vochthoudende tot vrij droge, matig voedselrijke tot schrale; kalk- en leemhoudende bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Origanum vulgare - Wilde marjolein: vaste plant, jun-sep, roze tot licht paars, bloeiwijze een tuil, 0,3-0,6. Vochthoudende tot zomer droge, matig voedselrijke tot schrale kalkhoudende zavelige en lemige bodems; in grazige vegetaties en in ruigten: op dijken, in bermen, langs holle wegen, langs spoorwegen, langs struwelen. Zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
 
Paeonia officinalis/hybride - Pioenroos: vaste plant: mei-jun, rood, 0,4-0,7; b1/1. Vochtige, voedsel- en humusrijke, liefst leemachtige of kleiachtige bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Persicaria bistorta - Adderwortel: vaste plant: jun-jul, roze, wortelstok, 0,5-0,8. Natte (tot vochtige) matig voedsel- en humusrijke, zandige tot lemige bodems en lichte rivierklei; van nature veelal in grazige vegetaties op bron- en kwelplekken; langs beken, riviertjes, spoorsloten en -greppels; op landgoederen en buitenplaatsen als stinzenplant, verder al dan niet verwilderd in wegbermen; een indicator voor kwel en natte, voedselrijke ondergrond. Zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Plantago media - Ruige weegbree: vaste plant: mei-jul, roze; blad elliptisch tot eirond en vrij sterk grijsachtig behaard, rozet, 0,25-0,4. Vochthoudende tot vrij (zomer)droge, zandige tot zavelige, kalkhoudende bodems; in grazige vegetaties; in graslanden, op rivier-, kanaal- en spoordijken, in weg- en spoorbermen en stadsgazons. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen.
Polygonatum odoratum - Welriekende salomonszegel: vaste plant: mei-jun, wit, bloeiwijze okselstandig; stengel kantig met een- of tweebloemige trosjes. wortelstok, 0,2-0,4. Droge, voedselarme, kalkhoudende, zandige bodems; in grazige vegetaties en tussen struweel en lichte bossen; in de duinen, langs duinpaden, in bermen en spoorbermen en op spoorwegemplacementen. Zon-licht beschaduwd. (inheems),); Fauna: honingbijen.
Pulmonaria officinalis - Gevlekt longkruid: vaste plant: mrt-mei, blauw, wortelbladen bleekgroen gevlekt vaak door gekweekt, 0,15-0,25. Vochtige, schrale tot matig voedselrijke en veelal kalk-, en humushoudende bodems; in loofbossen, onder heggen en in stinzentuinen; soms verwilderd; licht-beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
 
Reseda luteola - Wouw: tweejarig: jun-sep, geel; blad ongedeeld lancet- of lijnvormig, niet of weinig vertakte plant, 0,5-1,5. Droge tot vochthoudende, open, en veelal kalkhoudende, matig voedselrijke, zandige en zavelachtige bodems; voornamelijk bij steenfabrieken, op spoorwegemplacementen, langs spoorbermen, in kalk- en zandgroeven, braakliggende terreinen, soms in bermen en op dijken. Zon. (inheems) Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. (verfplant)
Rosmarinus officinalis - Rozemarijn: heester, groenblijvend: h1j, apr-jun, blauwviolet, bloeiwijze okselstandig. Phan, tot 1,5. Min of meer droge, minerale bodems. Zon-licht beschaduwd. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Ruta graveolens - Wijruit: vaste plant, groenblijvend, jul-aug, geel, plant blauwgroen, bloeiwijze een bijscherm, plant met een tamelijke sterke onaangename geur, 0,5-1,0. Vochtige tot vrij droge, schrale tot matig voedselrijke bodems. Zon (uitheems); Fauna: honingbijen.
 
Salvia officinalis - Echte salie: vaste plant, jun-jul, blauwpaars, bloeiwijze een aar; vrij dikke grijze bladen, 0,4-0,7. Vochthoudende, vrij schrale minerale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: hommels
Salvia Sclarea -- Scharlei: Vast, jul-aug, roze met wit, bloeiwijze een aar.1.0-1,4 Plant behaard. Vochthoudende, matig voedselrijke, minerale bodems. Zon, (uitheems).Fauna: hommels, wilde bijen (vooral grote wolbij)
Sanguisorba officinalis - Grote pimpernel: vaste plant: jun-sep, roodbruin, bloeiwijze ovaalvormige hoofdjes, 0,5-1,2 tot 1,8 als tuinplant. Vochtige tot natte, matig voedselrijke zand-, zavel- en laagveenbodems; in weinig, of onbemeste hooilanden in rivier- en beekdalen, in bermen, op dijken en spoordijken, in greppels en aan sloot- en vijverkanten. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen, vlinders.
Saponaria officinalis - Zeepkruid: vaste plant: jul-sep, roze, wortelstok, 0,4-0,8. Droge of vochthoudende en vaak kalkrijke, voedselarme tot matig voedselrijke zandige bodems; in weg- en spoorbermen, op dijken, industriële terreinen en overhoeken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Satureja hortensis - Bonenkruid: eenjarig, jul-sep, roze tot wit en met paarse punten, bloeiwijze boven in de plant, zwak aarachtig. 0,2-0,4. Vochthoudende, neutrale bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Scrophularia nodosa - Knopig helmkruid: vaste plant: jun-sep, roodbruin, bloeiwijze een pluim, 0,5-1,3. Vochtige, voedselarme tot matig voedselrijke, zandige tot zavelige, humushoudende bodems; langs bosranden en bospaden, tussen struweel, in houtwallen en hakhout, in zandafgravingen; verder in stadsparken op rivier-, kanaal- en spoordijken en kanaal- en wegbermen; licht beschaduwd- beschaduwd; (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Sedum acre - Muurpeper: vaste plant: jun-jul, geel, bloeiwijze een een dubbele schicht, 0,05-0,1. Droge en veelal kalkhoudende, open zandige en stenige bodems; op muren, wegranden, steenglooiingen van dijken en viaducten, spoorweg- en fabrieksterreinen, verhardingen en halfverhardingen, platte daken, in de jaren tachtig in geschoffelde en vooral met simazin (een chemisch onkruidbestrijdingsmiddel) behandelde stadsplantsoenen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Sedum telephium - Hemelsleutel: vaste plant: jul-sep, roze-paarsrood, bloeiwijze een schermvorming, bladen groot, 0,3-0,7. Vochtige, matig voedselrijke zand-, leem- en zavelbodems; in ruige grazige bermen, op rivier-, kanaal- en spoordijken, emplacementen en in zomen van bossen en struwelen; vaak met kwel in de ondergrond. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Senecio jacobaea - Jacobskruiskruid: tweejarig: jun-sep, geel, er komen twee variëteiten voor, met en zonder lintlboemen, bloeiwijze een tuil; , rozet, 0,5-1,5. Vooral giftig (ook gedroogd) voor paarden, nectar ook voor mensen. Droge tot vochthoudende, voedselarme tot matig voedselrijke en vaak kalkhoudende, zandige tot zavelige bodems; op open gronden en in grazige vegetaties; in de duinen, op rivier-, spoor- en kanaaldijken, in allerlei bermen, langs zandpaden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, op halfverhardingen en tussen het plaveisel en langs en in stadsplantsoenen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Solanum dulcamara - Bitterzoet: vaste plant/klimplant: jun-sep, blauwpaars, bloeiwijze een bijscherm, bes rood, kruipende wortelstok, /Cham/ liaan. Phan,0,5-3,0. . Natte tot vochtige of vochthoudende, voedselrijke en brakke bodems; in ruigten, struwelen en bossen, verlandingsvegetaties, greppels, sloten, stadsplantsoenen, langs waterkanten en oevers, tegen hekwerken en in oude knotbomen. Zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen.
Silybum marianum - Mariadistel: eenjarig: jul-aug, paarsachtig, bloeiwijze alleenstaand; bladen meestal wit gevlekt en met gele stekels aan de bladrand. 0,8-1,5. Vochtige, voedselrijke bodems; op allerlei kale en braakliggende overhoeken. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Solidago virgaurea - Echte guldenroede: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze een pluim, 0,4-0,8. Vochtige of vochthoudende, voedselarme, zwak zure lemige bodems en lemig zand; in grazige vegetaties en in zomen van bossen en struwelen; langs bospaden, in weg- en spoor­bermen en op spoorwegemplacementen; licht beschaduwd-zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Succisa pratensis - Blauwe knoop: vaste plant: jul-sep, blauw, 0,3-0,8. Natte tot vochtige, voedselarme tot iets voedselrijke, zandige, lemige en venige bodems; meestal op zwak zure bodems; in grazige vegetaties; vroeger in hooilanden; thans in weg- en spoorbermen, en bermen van boerenwegen en kanaaloevers. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
 
Tanacetum parthemium - Moederkruid: eenjarig: jun-sep, wit, bloeiwijze een tuil, een- of tweejarig, 0,3-0,6. Vochtige en vochthoudende, voedselrijke, zandige tot kleiachtige bodems; op open gronden en in ruige vegetaties, in stadsplantsoenen, onder heggen, in boomspiegels, op verhardingen tegen muren, op braakliggende terreinen en in rommelhoekjes. Zon-licht beschaduwd. (inheems), Tegel; Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Tanacetum vulgare - Boerenwormkruid: vaste plant, jul-sep, geel, bloeiwijze een tuil, wortelstok, 0,6-1,5. Vochtige tot droge, matig voedselrijke tot iets schrale, zandige tot kleiige bodems; in ruigten en grazige vegetaties, op braakliggende gronden, spoorweg-, haven- en industrieterreinen, in weg- en kanaalbermen, op dijken, in akkerlanden, langs allerlei niet te natte oevers en vijverkanten, tussen het plaveisel, tegen muren en straatmeubilair en op halfverhardingen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Teucrium chamaedrys - Echte gamander: vaste plant: jul-sep, roze en donker verkleurend, bloeiwijze okselstandig; blad min of meer gekarteld en leerachtig, 0,15-0,3. Vochthoudende bodems, neutrale bodems; in Nederland in kalkgrasland. Zon. (inheems), ; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.(keukenkruid)
Teucrium scorodonia - Valse salie: vaste plant: jul-aug, witachtig, bloeiwijze een eindelingse tros, 0,3-0,6. Droge, voedselarme, zure zand- en lichte leembodems; in grazige vegetaties en langs bosranden; vaak langs bospaden, weg- en spoorbermen; halfschaduwplant. Zon-beschaduwd (inheems); Fauna: honingbijen, hommels , vlinders.
Thymus pulegioides - Grote tijm: vaste plant, jun-sep, paarsachtig, hoofdje, 02-0,3. Iets vochtige tot droge, tamelijk voedselarme en zowel kalkrijke als kalkarme bodems; in grazige vegetaties, bermen, schrale graslanden, op rivier- en spoordijken, langs paden in bossen, heiden en duinen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Thymus serpyllum - Wilde tijm: vaste plant, groenblijvend: jun-sep, paars, hoofdje, kruipend,0,05-0,15. Droge, voedselarme, kalkarme, minerale bodems; in min of meer open grasland; onder meer in bermen en heidenterreinen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Thymus vulgare - Echte tijm: dwergheester, h2j, mei-jun, lila, hoofdje, tot 0,25. Min of meer droge, schrale, kalkhoudende humeuze bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. (keukenkruid, geneeskruid)
 
Valeriana officinalis - Echte valeriaan: vaste plant: jun-jul, roze tot wit. 0,8-1,8. Natte tot zeer vochtige, voedselrijke, humushoudende bodems; niet in brakke milieus; in ruigten, natte bossen, sloten, greppels, natte bermen, langs allerlei oevers onder meer langs stadsvijvers en singels, in rietkragen, in stadsplantsoenen, tussen stenen beschoeiingen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Verbascum phlomoides - Keizerskaars: tweejarig: jul-aug, geel, bloeiwijze kluwens aarachtige gegroepeerd, rozet, 0,8-1,5, b1/3. Droge, schrale, zandige en kalkhoudende bodems; op open plaatsen in de duinen, langs spoorwegen en spoorwegemplacementen, op fabrieksterreinen, braakliggende terreinen en zandafgravingen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Verbena officinalis - IJzerhard: vaste plant: jun-okt, bleeklila, bloeiwijze een dunne aar; stengels ruw en zeer taai, 0,3-0,7. Enigszins vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijk en veelal kalkhoudende en min of meer open bodems; langs wegen en dijken, op spoorwegemplacementen, op overhoeken zowel op openplaatsen als in min of meer open ruigte. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Veronicastrum verginicum - Viginische ereprijs: vaste plant: jul-sep, wit, bloeiwijze een aarachtige tros, 0,8-1,5. Vochtige, humusrijke, matig voedselrijke bodems. Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Vincetoxicum hirundinaria - Witte engbloem: vaste plant: mei-aug, wit, 0,5-1,1. Min of meer droge, voedselarme, maar kalkrijke bodems; in Nederland aan de rand van struweel. Zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen.
Viola odorata - Maarts viooltje: vaste plant: mrt-mei, blauw, bloemen in de bladoksels van de rozetbladen, blad breed hartvormig, 0,05-0,2. Vochtige, voedselrijke zandige tot kleiige bodems; in loofbossen, onder struwelen en heggen, in wegbermen, langs holle wegen, op landgoederen en in stadsplantsoenen; licht beschaduwd- halfschaduw.; (inheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Viola tricolor - Driekleurig viooltje: eenjarig: apr-okt, driekleurig, paars- en lila-achtig en geel. 0,1-0,3. Droge, matig voedselrijke, zandige maar leemhoudende bodems; in akkerranden, open bermen, op greppelkanten, braakliggende terreinen, spoorwegterreinen en in stadsplantsoenen. Zon. (inheems); Fauna: honingbijen.