Priairiebeplantingen voor bijen
Overzicht soorten - Literatuur en Links  

In Hermanns Hoff zijn proefvlakken ingericht met plantcombinaties afkomstig van de Amerikaanse prairie. Het doel is plantengemeenschappen te ontwikkelen die in de openbare ruimte kunnen worden toegepast. De mengsels worden door elkaar uitgeplant. Volgens schmidt (excursie 2004) zouden deze zelfregulerende vegetaties jaarlijks moeten worden afgebrand om de concurrentie van inheemse soorten tegen te gaan. Door het afbranden wordt ook de vegetatie bemest. Maar dat levert in veel situaties praktische problemen op. Een laag lavasplit vervangt deze natuurlijke aslaag. De bodem bestaat hier uit zandige leem, die wordt afgedekt met een 5-10 cm dikke laag  lavakorrels (2-8 mm doorsnee) of steenspit (natuursteen). Na het eerste groeiseizoen wordt daar 4 cm aan toegevoegd. De eerste twee jaar na aanplant is de beheerfrequentie 4-6 in hoofdzaak wieden. Daarna loopt het sterk terug tot een wiedbeurt in het voorjaar.  Hierbij moet worden opgemerkt dat de voorwaarde voor een Prairiebegroeiing in Midden-Europa  (Weinheim) gunstiger zijn dan in het vochtige Nederlandse Klimaat. In Nederland is de ondergrond is meestal vochtig in de zomer tot zeer vochtig in de winter.  Dat heeft invloed op de groei en het onderhoud.

  -
Prairiebeplantingen kunnen worden toegepast in de openbare ruimte, parken, tuinen en op begraafplaatsen. Omdat het zwaartepunt van de bloei in juli-september ligt, zijn prairiebeplantingen voor imkers zeer interessant.

De laatste 10 jaar zijn er steeds meer gemeenten die op (zeer) kleine schaal vaste planten toepassen. De planten die worden toegepast moeten concurrentiekrachtig genoeg zijn om onkruiden te onderdrukken. In ieder geval voor een aantal jaren. Vooral als er een combinatie van planten worden toegepast is het vaak een kwestie van uitproberen. De praktijk is echter dat beheer van vasteplantenborders meer tijd vraagt dan er voor is gepland.

De eerste grote aanzet tot experimenten is gedaan door  Richard Hansen en Fridrich Stahl die  hun ervaringen  in het boek ‘Die Stauden und ihre Lebensbereiche’ hebben vastgelegd (Hansen & Stahl 1997).  De ca. 2000 soorten planten die in die boek  worden genoemd zijn ingedeeld op min of meer “natuurlijke” standplaatsen.  Dit boek is een uitstekende handleiding voor het combineren van vaste planten.

De laatste 10 jaar wordt er op verschillende universiteiten, hogescholen en onderzoekinstellingen, onderzoek verricht naar combinaties van plantensoorten, die zich als natuurlijke vegetaties in evenwicht houden. Onder meer In proeftuin van Weihenstephan, Hermanns Hof te Weinheim, Hochschule Wädenswil in Zwitserland en op de universiteit van Sheffield. Dit onderzoek vindt plaats op allerlei soorten bodems. 

De nieuwste ontwikkeling op het gebied van kruidachtige planten waarbij vaste planten en veelal grassen de hoofdrol spelen zijn prairiebeplantingen. Beplantingen die op droge tot sterk uitdrogende minerale bodems groeien: leem, gruis, lava, steenachtige substraten gemengd met fijnere bodemdeeltjes. Prairiebeplantingen kunnen niet alleen worden toegepast in het openbaar groen, maar vooral ook in niet te kleine tuinen. Vooral de Hermannshof is met dit onderzoek bezig.  

Prairie beplantingen zijn afgeleid van natuurlijke vegetaties die in de Noord-Amerikaanse prairies voorkomen. Doordat bomen en hoge heesters er vrijwel ontbreken is er altijd volle zon en de zomers  zijn er droog en warm.   De  vegetaties bestaan uit droogte tolerante en lichtminnende, diepwortelende planten. Het zijn hoogzomer en nazomerbloeiers (juli-sept). De beplantingen die in Europa worden aangelegd worden vaak gemengd met soorten uit de droge milieus die in Europa voorkomen.

Omdat het zwaarte punt van de bloei in juli-september ligt, zijn prairiebeplantingen voor imkers zeer interessant.

--- -----
 
Hochschule Wädenswil Zwitserland 2002 - In deze proeftuin worden vele tientallen plantencombinaties uitgetest om uit te zoeken welke soorten met elkaar zelfregulerend kunnen samengroeien of het minste onderhoud vragen.
 
Sheffield 2004 -- .Hier is een Mengsel van grasland- en prairievegetatie toegepast. De storingsoorten (ridderzuring, akkerdistel etc.) gaan hier overheersen. Dit geeft aan dat het toepassen van prairiemensels zeer goed moet worden voorbereid en begeleid: dat wil zeggen onderhoud in de ontwikkelingsfase.
 
Garden House Devon, Dartmoor 2005 - In dit experimentele tuingedeelte zijn verschillende prairieplanten uitgeplant onder meer met de opvallende Campanula lactiflora 'Loddon Anne'. Prairiegrassen zijn hier in een zeer beperkte mate toegepast. De bodem is hier leemachtig en vochthoudend.
 
UK, Ede Project 2004 - Op dit steenachtige talud is een experimenteel prairiemengsel uitgezaaid. Het lijkt er op dat wilde marjolein gaat overheersen en dat de vegetatie verder uit rotsplanten bestaat. Verschillende prairieplanten zijn al verdwenen. Zie verder Hitchmough (2004)
 
Hermanns Hoff 2004 - Aspect van een prairiebeplanting. Op deze plek is Gaura lindheimeri dominant. Enkele andere soorten zijn Sedum spectabile en een aster. Op de voorgrond links groeit Scabiosa ochroleuca (geel) die zich vooral aan de randen en open plekken kan handhaven. Het is een voorbeeld van de vele tientallen Midden-, Oost- en Zuid-Europese soorten die in prairiebeplantingen kunnen worden toegepast.
 
Hermanns Hoff 2004 - Aspect van een prairiebeplanting. Op deze plek Groeit een van de verschillende soorten asters die zijn toegepast verder onder meer Solidago en in het midden Verbena bonariensis. Alleen al er open plekken zijn kan deze kortlevende vaste plant zich handhaven.
 
Hermanns Hoff 2004 - Aspect van een prairiebeplanting. Op deze plek zijn vooral de grassen sterk vertegenwoordigd.
 
Hermanns Hoff 2004 - Aspect van een prairiebeplanting. Op de voorgrond Aster divaricatus, rechts boven Aster novae-angliae, op de achter grond Aster (laevis?). In het midden Aster x hybrida. Is geen prairie plant, maar is een soort die zich in niet te dichte begroeiingen hardnekkig kan handhaven.
 
 
 
Literatuur en Links prairiebeplantingen  
Boison, Y. & J.M. Bouillon, 2007. Pflegeziele für reife Staudenpflanzungen. Teil 2: Pflegestufen der Unterhaltungspfege. .  Stadt + Grün 56 (5): 51-56.
Boison, Y. & J.M. Bouillon, 2007. Pflegeziele für reife Staudenpflanzungen. Teil 1: die Beziehungen von Planung, planzlicher Dynamik und Pflege.  Stadt + Grün 56 (4): 41-44.
Cascorbi, U., 2006. Pärie in der wiese?: neue pflanzenkombinationen in okologisch ausgerichteten Pflanzungen. Stadt + Grün 55 (3): 32-37.
Dunnett, N. & J. Hitchmough, 2004.  The dynamic landscape. Spon, Londen. pp.332.
Gulder, I., 2005. Wagnis und Erfolg:  der Präriegarten in Berggarten Hannover-Herrenhausen. Stadt + Grün 56 (1): 46-49.
Hansen, R.  & F. Stahl, 1997. Die Stauden und Ihre Lebensbereiche. Ulmer, Stuttgart:  pp. 573.
Koppel, M.-R., 2007. Ein Kiesgatren für Friedrichshain: die Umstaltung des Bersarinplatzes in Berlin Friedrichshain-Kreuzberg.
Hitchmough, J. D. &  J. Woudstra, 1999. The ecology of exotic herbaceous perennials grown in managed, native grass vegetation in urban landscapes. Landscape and Urban Planing 45: 107-121.
Hitchmough, J.D.,  2000. Establishment of cultivated herbaceous perennials in purpose-sown native wildflower meadows in Southwest Scotland. Landscape and Urbam Planning 51: 37-51.
Hitchmough, J. D., 2004. Naturalistic herbaceous vegetation for urban landscapes. In: Dunnett, N. & J. Hitchmough, 2004.  The dynamic landscape. Spon, Londen: 130-183..
Jüneman, M.  & H. Marxen-Drews, 2007. Dynamische Staudenmischpflanzungen: reaktionen der Bevölkerung, Rückschlusse für die Freiraumplanung – ein Erfahrungsbericht. Stadt + Grün 56 (5): 48-50.
Kuhn, N., 2000. Spantane Arten fur urbane Freiflachen. Garten + Landschaft 110 (4) : 11-14.
Kühn, N., 2005. Präriepflanzungen in der Stadt: kritische Reflexion eines neuen Trends. Teil 1: Prärie als Vorbild für eine extensive Pflanzenverwendung im urbanen Raum. Stadt + Grün 54 (7): 22-28.
Kühn, N., 2005. Präriepflanzungen in der Stadt: kritische Reflexion eines neuen Trends. Teil 2: Möglichkeiten des Einsatzes von Prärieplanzen in Mitteleuropa. Stadt + Grün 54 (8): 49-56.
Kühn, N., 2005. Präriepflanzungen in der Stadt: kritische Reflexion eines neuen Trends. Teil 3: Risiken des Einsatszes von Prärieplanzen in Mitteleuropa. Stadt + Grün 54 (9): 43-49.
Korner, S. , 2006. Urbane Planzenverwendung: Traditionen und Perspekiven. Stadt + Grün 55(6): 52-53.
Schmidt, C., 2005. Neue Pflegekonzepten fur nachhaltige Staudenpflanzungen. Stadt + Grün 54 (3): 31-36.
Stolk, T., 2004. Een prairie in het openbaar groen. Tuin & Landschap  26 (22): 12-14.
 
Links
www.sichtungsgarten-hermannshof.de Deze linkgeeft toepasbare tot overzichten van uitgeteste plantencombinaties:
www.sichtungsgarten-hermannshof.de/downloads/Prairiesommer.pdf
www.stauden.de/cms/service/planer/download/Weinheimer_Indianersommer.pdf
www.sichtungsgarten-hermannshof.de/downloads/Prairiemorgen.pdf
 
Plantenoorten voor pairiebeplantingen die door bijen worden bezocht Naar top pagina
Het toepassen van prairiebeplantingen in Europa staat nog in de kinderschoenen. Behalve Noord-Amerikaanse soorten kunnen ook tientallen Europese soorten worden toegepast. Het overzicht dat hier wordt gegeven is in hoofdzaak bepaald door een aantal proeftuinen/proeflocaties die zijn bezocht. Verder heeft ook eigen ervaring met concurrentiekracht van planten meegespeeld bij het samenstellen van deze lijst. Voor meer soorten (geen bijenplanten) wordt verwezen naar de Links bij het literatuuroverzicht.
Soorten die prairiebeplantingen worden toegepast (gebaseerd op proeftuinen/proeflocaties)
Achillea filipendulina -- Geel duizendblad: vaste plant: jun-aug, geel, bloeiwijze een tuil. 1,0-1,2. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Agastache foeniculum -- Dropplant: vaste plant, kortlevend/eenjarig: jul-sep okt, Lila-lilablauw, bloeiwijze een aar. Hemi/Ther, 0,7-1,3. Vochthoudende, matig voedselrijke bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Agastache rugosa -- Dropplant: vaste plant: jul-sep, paars, bloeiwijze een aar. kortlevende vaste plant,0,6-1,2. Vochthoudende, matig voedselrijke bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems; Zon. (uitheems);  Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Allium cernuum -- Look: BOL: jun-jul, donker roze, blw, scherm, bloemen hangend. Geof, 0,3-0,6. Min of meer droge, voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Aquilegia vulgaris -- Wilde akelei: vaste plant: mei-jul, blauw-violet, bloeiwijze een armbloemige pluim. penwortel, 0,5-0,8. Droge tot vochthoudende, kalkhoudende, voedselarme of matig voedselrijke zand-, leem- en zavelgronden; langs heggen, in stadsplantsoenen, in min of meer open grazige, ruige vegetaties op spoorwegterreinen; Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Asclepias syriaca -- Zijdeplant: vaste plant: jun-aug, roze. 1,0-1,8. Vochtige tot vochthoudende matig voedselrijke, lemige bodems;  Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Asclepias tuberosa -- Knolzijdeplant: vaste plant: jul-sep, oranje rood. Geof, 0,6-0,8. Min of meer droge, matig voedselrijk, zandige, maar lemige bodems; zon- lichte schaduw. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Aster amellus -- Bergaster: vaste plant: jul-sep, lila blauw, bloeiwijze een losse tuil. 0,4-0,6. Vochtige, matig voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Aster azureus -- Aster: vaste plant: aug-sep, blauw, bloeiwijze een tuil/ pluim. 0,5-0,9. Min of meer droge, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Aster divaricatus --Aster: vaste plant: jul-sep/okt, wit, bloeiwijze een losse tuil. 0,4-0,7. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems; zon-licht beschaduwd. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Aster ericoides -- Sluieraster: vaste plant: aug-okt, wit, bloeiwijze een pluim. 0,6-1,0. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Aster laevis -- Gladde aster: vaste plant: sep-okt, blauw, bloeiwijze een pluim. 0,7-1,1. Vochtige, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Aster lateriflorus (incl.Horizontalis) -- Herfstaster: vaste plant: sep-okt, wit, bloeiwijze een tuil, met sterk uitstaande vertakte stengels. 0,5-0,9. Vochtige, matig voedselrijke bodems; is gevoelig voor winternatte bodems; zon-halfschaduw.  (uitheems). Fauna:honingbijen
Aster novae-angliae -- Nieuw Engelse aster: vaste plant: sep-nov, donker violet, bloeiwijze een tuil. 0,7-1,5. Vochtige, voedselrijke, zandige tot kleiige, niet zure bodems; zon-licht beschaduwd. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Baptisia australis -- Baptisa: vaste plant: jun-jul, blauw, bloeiwijze een lange rechtopstaande op lupine lijkende tros. 1,0-1,5. Enigszins vochtige, maar niet winternatte, matig voedselrijke zandige tot lemige bodems of lichte klei; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Buphthalum salicifolium -- Koeieoog: vaste plant: jun-sep; geel, bloeiwijze een alleenstaand. 0,4-0,6. Enigszins vochtige, matig voedselrijke, neutrale tot kalkhoudende bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Campanula lactiflora -- Campanula: vaste plant: jun-aug, blauw, bloeiwijze een pluim. 075-1,25. Vochtige, matig voedselrijke bodems; mag niet nat staan; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Caryopteris clandonensis -- Blauwe spirea: heester: h1j, sep-okt, blauw, bloeiwijze een pluim. tot 1,2b. Vochthoudende, matige voedselrijke, (humushoudende), zwak zure tot enigszins kalkhoudende bodems; Zon. (uitheems);  Fauna: honingbijen, hommels.
Coreopsis lanceolata -- Meisjesogen: vaste plant: jun-aug, geel, bloeiwijze alleenstaand. 0,4-0,6. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems en lichte klei; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Coreopsis verticillata -- Meisjesogen: vaste plant: jun-sep, geel, bloeiwijze alleenstaand. 04-0,8. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot zavelige bodems en lichte klei; Zon. (uitheems); ZINTUIGPL: G.zaden, S.zaden; Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Echinacea purpurea -- Rode zonnehoed: vaste plant: jul-okt, purper tot rood. 0,8-1,2. Vochthoudende (niet te vochtige) matig voedselrijke bodems; de soort heeft een onbegroeide ruimte om zich heen nodig; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Erynium giganteum -- Kruisdistel: vaste plant: jun-aug, blauw-groen, bloeiwijze een scherm bol en hoofdjesachtig. 0,6-0,9 Vochthoudende tot droge, voedselarme tot schrale, neutrale, humusarme bodems; Zon. (uitheems); Fauna: Hb 3(5); hom, wilde bijen,vlinders
Gaura lindheimeri -- Gaura Prachtkaars: vaste plant: jul-sep, witroze, bloeiwijze een tros. 0,8-1,5, b2/3. Vochthoudende (niet te vochtige), neutrale matig voedselrijke en doorlatende bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Geranium sanguineum -- Bloedooievaarsbek: vaste plant: mei-aug, roodpaars. 0,15-0,4.Vrij droge, matig voedselrijke tot schrale, zandige tot lemige bodems en zavelgrond; soms in bermen; Zon. (inheems);  Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. .
Gypsophila paniculata-- Bruidssluier: vaste plant: jun-jul, wit, bloeiwijze een pluimvormig. 0,7-1,0. Min of meer droge, schrale, maar kalkhoudende, of anders kleiige bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Helenium hybryde (Moerheim Beauty) - Zonnekruid: vaste plant: jul-aug, roodbruin, bloeiwijze eindelings. 0,8-1,1. Vochtige, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen.
Helianthus laetiflorus -- Stijve zonnebloem: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze eindelings. 1,0-2,0. Vochtige tot iets droge, voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; in ruigten, op overhoeken, langs spoorwegen, op spoorwegemplacementen en industrieterreinen; Zon. (inheems); Fauna: honingbijen; (Invasief en concurrentie krachtig)
Heliopsis helianthoides -- Zonneogen: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze alleenstaand. 1,0-1,2. Vochtige, matig voedselrijke, min of meer neutrale, liefst zandige bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Knautia macedonia -- Knautia: vaste plant: jun-sep, purperrood. 0,5-0,7. Vochtige, min of meer zomer droge, schrale, kalkhoudende bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Liatris spicata -- Liatris: vaste plant: aug-sep, purperachtig, bloeiwijze een lange rechtopstaande aar. 0,5-0,7. Vochtige (maar zonder hoge grondwaterstand in de winter) of goed vochthoudende, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Lythrum virgatum -- Kattenstaart: vaste plant: jul-sep, paarsrood, bloeiwijze een aarachtige tros; lijkt sterk op L. salicaria, maar is wat fijner. 0,7-1,2. Vochtige, voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Monarda fistulosa -- Monarda: vaste plant: jul-sep, purper, bloeiwijze een hoofdje/bundel. 0,8-1,0. Vochtige, matig voedselrijke, humushoudende bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Oligoneuron (Solidago) rigidum -- Guldenroede: vaste plant: aug-sep, geel, bloeiwijze een tuil. 1,2-1,5. Vrij droge tot iets vochtige, matig voedselrijke tot schrale bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Origanum vulgare --Wilde marjolein: vaste plant: jun-sep, roze tot licht paars, bloeiwijze een tuil. 0,3-0,6. Vochthoudende tot zomer droge, matig voedselrijke tot schrale kalkhoudende zavelige en lemige bodems; in grazige vegetaties en in ruigten: op dijken, in bermen, langs holle wegen, langs spoorwegen, langs struwelen; zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. .
Penstemon barbatus --Schildpadbloem: vaste plant: jun-sep, rood, bloemen buisvormig, bloeiwijze een pluim. 0,6-1,5. Vochtige tot vochthoudende, matig voedsel- en humusrijke, liefst zandige bodems; zeer gevoelig voor winternatte bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Perovskia atriplicifolia -- Perovskia: halfheester: h1j, aug-sep, blauwviolet, bloeiwijze een smalle tros; plant grijsgroen. tot 1,5x. Min of meer droge tot vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke, kalkrijke zandige bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Pycnanthemum tenuifolium -- Bergmint: vaste plant: jul-sep, wit-roze. niet winterhard? 0,5-1,0. Vochtige tot droge, schrale bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Rudbeckia fulgida -- Rudbeckia: vaste plant: aug-sep, oranjegeel, buisbloemen donkerbruin. 0,6-0,9. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, lemige tot kleiige bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Rudbeckia hirta -- Ruige rudbeckia:tweejarig/ vaste plant kortlevend: jul-sep, geel, buisbloemen bruinzwart. 0,6-1,0. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke, lemige tot kleiige, kalkhoudende bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Rudbeckia laciniata -- Slipbladige rudbeckia: vaste plant: jul-okt, geel, bloeiwijze alleenstaand;sterk ingesneden bladen. 1,0-2,5. Natte tot vochtige, (zeer) voedselrijke lemige tot kleiige bodems; vaak in oeverruigte; Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. BEHEERTYP: R8#.
Sedum spectabile (incl. cv maximum, Herstfreude) -- Sedum: vaste plant: aug-sep, rozerood-violetroze, bloeiwijze een schermvormig, bladen groot. 0,4-0,5. Vochtige, matig voedselrijke neutrale, zand-, leem- en zavelbodems; Zon. (uitheems); ZINTUIGPL: T.blad/bloem; Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Sedum telephium: (Matrona, Maximum) -- Hemelsleutel: vaste plant: jul-sep, roze-paarsrood, bloeiwijze een schermvorming, bladen groot. 0,3-0,7. Vochtige, matig voedselrijke zand-, leem- en zavelbodems; in ruige grazige bermen, op rivier-, kanaal- en spoordijken, emplacementen en in zomen van bossen en struwelen; vaak met kwel in de ondergrond; Zon. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. .
Solidago caesia -- Gulden roede: vaste plant: aug-okt, geel, bloeiwijze een okselstandige clusters. 0,5-1,2. Vochtige matig voedselrijke bodems; zon-halfschaduw. (uitheems): Fauna: honingbijen
Solidago canadensis -- Canadese guldenroede: vaste plant: aug-sep, geel, bloeiwijze een pluim. 0,8-1,5. Vochtige, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; voornamelijk in ruigten; langs rivier- en kanaaloevers, vijverkanten, op braakliggende terreinen, spoordijken, spoorwegemplacementen, haven- en industrieterreinen, wegbermen en stadsplantsoenen; zon-halfschaduw. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders; . (Invasief en concurrentie krachtig)
Solidago gigantea -- Late guldenroede: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze een pluim. 0,8-1,8. Natte tot vochtige, matig voedselrijke, zandige tot kleiige bodems; voornamelijk in ruigten; langs rivier- en kanaaloevers, vijverkanten, op braakliggende terreinen, spoordijken, spoorwegemplacementen, haven- en industrieterreinen, wegbermen en stadsplantsoenen; zon-halfschaduw. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.. (Invasief en concurrentie krachtig)
Solidago graminifolia -- Grasbladige gulderoede: vaste plant: jul-aug, geel, bloeiwijze een pluim. 0.8-1,2. Vochtige tot vochthoudende bodems, voedselrijke grond; zon-halfschaduw. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Solidago nemoralis -- Grijze guldenroede: vaste plant: aug-sep, geel, bloeiwijze een lange smalle pluim. 0,3-0,6. Vrij droge, open minerale bodems en ruderale milieus; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Solidago speciosa -- Guldenroede: vaste plant: jul-sep, geel, bloeiwijze een pluim. 1,0-1,2. Vochthoudende tot vrij droge, matig voedselrijke, neutrale, minerale en gruisachtige bodems; zon-licht beschaduwd. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Solidago sphacelata -- Gulden roede: Vast:, aug-sep, geel, bloeiwijze een pluim. 0,4-0,6. Vrij droge minerarel bodems, zon- tijdelijk lichte schaduw. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels
Thalictrum aquilegifolium -- Akeleiruit: vaste plant: mei-jun, lila, bloeiwijze een pluim. 0,9-1,5. Vochtige, humushoudende, voedselrijke bodems; zon-halfschaduw.Thalictrum lucidum --Poelruit: vaste plant: jun-jul, geelachtig, bloeiwijze een pluim. 1,2-1,8. Vochtige, voedselrijke, niet zure bodems; Zon. (uitheems): Fauna: honingbijen.
Veronicastrum verginicum -- Viginische ereprijs: vaste plant: jul-sep, wit, bloeiwijze een aarachtige tros. 0,8-1,5. Vochtige, humusrijke, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
 
Soorten die als prairieplant of in combinatie  met priariebeplantingen kunnen worden toegepast (gebaseerd op natuurlijke vegetaties en tuinen)
Echinops sphaerocephalus -- Beklierde kogeldistel: vaste plant: jul-aug, wit-lichtblauw, bloeiwijze eindelings kogelrond; bladrand met stekels. 0,8-1,8. Enigszins droge tot vochtige, schrale tot voedselrijke, neutrale, liefst kalkhoudende bodems; vooral op overhoeken langs de rivieren; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders.
Foeniculum vulgare -- Venkel: vaste plant: Jul-okt, geel; een bossige zeer fijnbladige en welriekende plant. 1,0-1,5, b2/3 als pol. Vochtige, matig voedselrijke minerale bodems; Zon. (inheems);  Fauna: honingbijen, hommels, wilde bijen, vlinders. .
Inula helenium -- Griekse alant: vaste plant: jul-aug, geel, bloeiwijze een tuil; grote langwerpige tot 80cm of meer bladen. 1,5-2,0. Vochtige voedselrijke, neutrale tot licht kalkhoudende bodems; spoorbermen en overhoeken; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, wilde bijen.
Persicaria amplexicaule -- Duizenknoop: vaste plant: jul-sep okt, rood-roze. 1,0-1,5. Vochtige, voedselrijke (minerale?) bodems; Zon. (uitheems);  Fauna: honingbijen, hommels.
Persicaria bistorta -- Adderwortel: vaste plant: jun-jul, roze: 0,5-0,8. Natte (tot vochtige) matig voedsel- en humusrijke, zandige tot lemige bodems en lichte rivierklei; van nature veelal in grazige vegetaties op bron- en kwelplekken; langs beken, riviertjes, spoorsloten en -greppels; op landgoederen en buitenplaatsen als stinzenplant, verder al dan niet verwilderd in wegbermen; een indicator voor kwel en natte, voedselrijke ondergrond; zon-licht beschaduwd. (inheems); Fauna: honingbijen, hommels, vlinders.
Physostegia virginiana -- Schanierbloem: vaste plant: jul-sep, lichtroze, bloeiwijze een aar. 0,8-1,2. Vochtige tot vochthoudende, matig voedselrijke zandige of lemige bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Sanguisorba canadensis -- Pimpernel: vaste plant: jul-aug, wit, bloeiwijze witte lampenpoetsachtige rechtopstaande tot 10-20 cm lange lange aren. 1,2-1,5. Vochtige, niet uitdrogende, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
Tradescantia virginiana -- Eendagsbloem: vaste plant: jun-sep, blauw tot roze, meeldraden behaard, bloeiwijze een bundelachtige bijscherm. 0,5-0,7. Min of meer vochtige, matig voedselrijke bodems; verwilderd o.m. tussen plaveisel tegen muren en straatmeubilair; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen, hommels.
Verbesina helianthoides -- Verbesina: vaste plant: jun-jul, geel, buisbloemen bruin, bloeiwijze een tuil. 0,6-1,0. Vochtige, matig voedselrijke bodems; Zon. (uitheems); Fauna: honingbijen.
 
Planten die (zeer) waarschijnlijk door bijen worden bezocht (literatuur opgaven)
Amorpha canescens -- bastaardindigo: heester: Jun-aug, violetblauw, 0,8-1,2. Bodem, droog, schraal tot matig voedselrijk. Zon.
Aster oblongifolius -- Welriekende aster: vaste plant: aug-sep, blauw. ca. 0,7. Bodem droog tot vochthoudend, matig voedselrijk. Zon.
Coreopsis major -- Meisjesogen: vaste plant: jun-jul, geel. 0,7-1,0. Bodem droog tot vochthoudend, matig voedselrijk. Zon.
Echinacea pallida -- Zonnehoed: vaste plant: jul-aug, lichtpurper. 0,7-0,9. Bodem droog tot vochthoudend, matig voedselrijk. Zon.
Echinacea paradoxa -- Zonnehoud: vaste plant: jul-sep, geel. 0,6-0,8. Bodem droog tot vochthoudend, matig voedselrijk. Zon.
Echinacea tennesseensis -- Zonnehoed: vaste plant: jul-sep, roze. 0,5-0,6. Bodem droog tot vochthoudend, matig voedselrijk. Zon.
Eryngium yuccifolium -- Kruisdistel: vaste plant: Jul-aug, blauwachtig. 1,0-1,5. Bodem droog tot vochthoudend, matig voedselrijk. Zon.
Gaillardia aristata -- Kokardebloem: vaste plant: jun-aug, geel. 0,5-0,6. Bodem droog tot vochthoudend, matig voedselrijk. Zon.
Helianthus occidentalis -- Zonnebloem: vaste plant: jul-sep, geel. 0,8-0,9. Bodem: droog tot vochthoudend, (matig)voedselrijk, zon.
Liatris aspera -- Kattenstaart: vaste plant: jul-aug, lila. 0,7-0,9. Bodem: vochthoudend, (matig)voedselrijk, zon.
Liatris scariosa -- Kattenstaart: vaste plant: jul-aug, blauw-violet. 1,0-1,5. Bodem: droog tot vochthoudend, (matig)voedselrijk, zon.
Perovskia abrotanoides -- Perovskia: halfheester: Jul-aug, blauw-violet.ca. 1.00. Min of meer droge tot vochthoudende, schrale tot matig voedselrijke, zandige bodems; Zon.
Rudbeckia missouriensis -- Rudbeckia: vaste plant: jul- sep, geel. ca. 0,4-0,5. Bodem: droog tot vochthoudend, (matig)voedselrijk, zon.
 
Grassen en bollen
Grassen (literatuur opgave)
Schizachyrium scoparius, Nassella tenuissima, Panicum virgatum, Bouteloua curtipendula, Eragrostis spectabilis
 
Bollen voor het voorjaarsaspect (Lieratuur opgave)
onder meer: Allium unifolium, Camassia quamash, Crocus tommasinianus, Narcissus triandrus.