Tuinen bij woonhuizen, tuinfragmenten uit een tuin in Veenendaal -

Voor- en achtertuinen van woonhuizen in gewone straten kunnen een substantiële bijdrage leveren aan de bijenstand en een belangrijke voedselbron zijn voor honingbijen. In principe kunnen alle soorten planten die in de database worden genoemd worden toegepast. Dit geldt ook voor combinaties van inheemse plantensoorten. Aan de hand van een tuin in Veenendaal zal dat worden gedemonstreerd. Voor combinaties van toepasbare soorten wordt verwezen naar link 2-6 startpagina.

Maatvoering

Evenals dat onder natuurlijke omstandigheden het geval kan zijn, kunnen ook in tuinen op enkele meters combinaties van inheemse soorten worden toegepast. Hoe groter de oppervlakte des te groter de mogelijkheden. Dit geldt nog sterker voor struiken en bomen. De meeste struiken worden meer dan 6-8 m breed in een periode van ca. 10 jaar. Dus moet er geregeld worden gesnoeid. Richtlijnen voor het snoeien worden in Het Plantenvademecum per soort opgegeven.
Zie ook: Waar kunnen planten groeien
 
Boshoek onder Magnolia - Daslook, bosvergeet-mij-nietje en bosaarbei op de voorgrond; op de achtergrond geel nagelkruid en rechts gulden sleutelbloem (uitgebloeid). Al deze planten worden door bijen bezocht. De boom-struiklaagfunctie wordt gevormd door Magnolia soulangeana. Voor de bijen zou een andere boom of struik beter zijn. (Tuin Veenendaal)
 
Een bosgedeelte onder een sierappel met bosvergeet-mij-nietje, weegbreezonnebloem (links), kogelbloem (geel in het midden), gulden sleutelbloem, grote muur rechts en veelbloemige salomonszegel bij stam van de boom (sierappel). Allemaal planten die door bijen worden bezocht. Op de achtergrond groeit klimop die in de nazomer door allerlei bloembezoekende insecten wordt bezocht. (Tuin Veenendaal)
 
Tuingedeelte met vingerhoedskruid. De bloemen worden in hoofdzaak door hommels bezocht. (Tuin Veenendaal)
 
Voorjaarsaspect moerasgedeelte tuin met echte koekoeksbloem. De plant met de witte bloemen in het midden is eenarig wollegras; links Ranunculus aconitifolius die geen bijen aantrekt. De struik rechts is wilde gagel waar honingbijen soms stuifmeel op verzamelen. (Tuin Veenendaal)
 
Natte ruigte in een tuin een combinatie van soorten van het moerasspirea-verbond. Met onder meer grote kattenstaart, Moerasspirea, koninginnekruid en grote wederik. (Tuin Veenendaal)
 
Rietorchis aan de rand van een moerasgedeelte in een tuin. In deze tuin worden deze planten spradisch door honingbijen bevlogen. Gele maskerbloen rechts wordt in hoofdzaak door hommels bezocht. De zaaddozen zijn van kievitsbloem. (Tuin Veenendaal)
 
Ruigte op vochtige grond met opp de voorgrond koninginnekruid (sterk verbleekt) en Canadese guldenroede. (Tuin Veenendaal)
 
Graslandgedeelte in een tuin met onder meer grote ratelaar. Deze plant wordt niet of nauwelijks door honingbijen bezocht, maar wel talrijk door hommel. Onder meer aardhommel, steenhommel, boomhommel, tuinhommel, akkerhommel, weide hommel. Daarnaast komen enkele tientallen andere graslandplanten in de graslandje (3 x 7 m) voor. (Tuin Veenendaal)
 
Een voortuin op droge grond - Hier zijn alleen planten toegepast die geschikt zijn voor droge grond. Water wordt hier zelden gegeven. Rechts groeit wilde marjolein. (Tuin Veenendaal)
 
Een rotstuingedeelte gemaakt van bakstenen met onder meer gele helmbloem, gele kamille, muurfijnstraal (links boven), sedum spathulifolium. De roze plant boven is rotszeepkruid die soms door honingbijen wordt bezocht. (Tuin Veenendaal)
 
In tuinen kan bont kroonkruid goed groeien, maar hij neemt wel een paar meter ruimte in beslag. Deze plant wordt weinig door honingbijen bezocht, maar wel talrijk door hommels en behangersbijen. (Tuin Veenendaal)
 
Een min of meer ecologische tuin van en IVN-er aan het water. Daar werden in ieder geval geen chemische middelen gebruikt. Op de voorgrond onder meer gewone dotterbloem. Helaas onderscheiden (nog te) veel tuinen van IVN-ers zich niet van de gemiddelde tuinen. (Veenendaal 1990)