STADSECOLOOG BIJ DE DORSCHKAMP
Door mijn activiteiten op het gebied van stedelijk groen, die ik naast het spoorwegonderzoek deed, was ik inmiddels ook kind aan huis geworden in veel Nederlandse gemeenten. In de verte rommelde het bij de Adviesgroep Vegetatiebeheer. Reorganisatie kwam in zicht en voor mijn gevoel was ik klaar met de Nederlandse spoorwegvegetatie. Bij de Dorschkamp zou het  onderzoek aan de spoorwegvegetatie echter nog een lange staart krijgen.
Tijdens een congres werd ik getipt dat er op de Dorschkamp een stadsecoloog zou worden aangesteld (de eerste stadsecoloog in overheidsdienst). Dat was misschien iets voor mij. Het leek mij een goed idee de directeur te bellen. Na enige aarzeling deed ik dat. In grote lijnen ging het gesprek als volgt: “Ik weet niet precies wat een stadsecoloog moet doen, maar dit wil ik en dat kan ik. Ik moest een kort briefje  schrijven. Het mocht gelukkig getypt zijn, want mijn handschrift is vrijwel onleesbaar. Een week later zat ik op sollicitatiegesprek. Nog een week later was ik aangesteld als urbaan ecoloog (1990). Omdat ik heel snel de bijnaam Urbanus kreeg, heb ik mij snel van deze titel ontdaan.
 
Kort na mijn aanstelling verscheen een pagina groot artikel in het dagblad de Limburger.
Ik moest zelf maar uitvinden wat ik wilde gaan doen. In de eerste plaats heb ik mijn ideeën  in een rapport samengevat. Dit rapport  werd het thema van het landelijke congres dat jaarlijks door de Dorschkamp werd georganiseerd.
Daarnaast wilde ik ook weten hoe het zat met ecologisch groenbeheer in de Nederlandse gemeenten. Daartoe stelden we een enquête samen van ca. 16 pagina’s. Dat leek veel te omvangrijk. Maar ik was zo ingeburgerd in het werkveld van de gemeenten, dat ik heel sterk het gevoel had dat minsten 40% van de enquêtes zou worden in gevuld. Aan 635 gemeenten (van de ca.700) werd de enquête toegestuurd. Daarvan werden er 318  geldig ingevuld, dus 50%. Gelet op de omvang van deze enquête was dit een hoge respons te noemen.
De resultaten van de enquête gaven heel duidelijk inzicht in de omvang van ecologisch groenbeheer in Nederland. 55% van de gemeenten was meestal op zeer kleine schaal bezig met ecologisch groenbeheer, een heel klein deel daarvan op grote schaal of integraal. Er was nog zeer veel werk te doen
 
Het boek: Natuurlijk groenbeheer in Nederlandse Gemeenten
De financiering voor het bewerken van het rapport Stedelijk groen natuurlijker (Koster, 1989) tot een boek was inmiddels rond. Omdat ik nu in een multidisciplinair team zat, moest ik dat ook met iemand samen doen. Dat werd de landschapsarchitect Mariette Claringbould. Het boek werd uitgegeven onder de titel: Natuurlijker groenbeheer in Nederlandse Gemeenten. Dit leidde ook weer tot Hoofdpijn taferelen vanuit het Consultenschap Stedelijk Groen. Dit was inmiddels, net als de Adviesgroep vegetatiebeheer,  opgegaan in het IKC. (Informatie- en Kenniscentrum  Natuurbeheer). Maar zowel door het ministerie van LNV, als door de toenmalige nieuwe leidinggevende van het IKC werd het voormalige consulentschap teruggefloten. Het eerste exemplaar werd aan Staatsecretaris Nijpels overhandigd op de Floriade in Zoetermeer (1992)  en kreeg daardoor ook veel aandacht in de landelijke pers.
Plantenvademencum
Het boek had nauwelijks het daglicht gezien of ze stonden van LNV al voor de deur met het verzoek om een plantenboek te maken voor het groene onderwijs. Dit keer hielden alle buitenstaanders zich koest en kon ik ongestoord mijn  gang gaan. Het boek 'Vademecum wilde planten verscheen in 1993. Een oplage van 4000 ex was binnen twee maanden uit verkocht, dat geldde ook voor de tweede druk met het zelfde aantal boeken. Officieel zijn er 5 drukken verschenen. ABC-ecologisch groenbeheer
Omstreeks 2003 kreeg ik het verzoek om een nieuw boek over drachtplanten te maken. Op zeker moment was het zover dat het kon worden uitgegeven. Alle exemplaren van het Vademecum Wilde Planten waren inmiddels uitverkocht. Om het gat tussen het verschijnen van het nieuwe drachtplantenboek en de vijfde druk van het Vademecum Wilde Planten te dichten, werd de 5e druk nog een keer uitgegeven (informeel de zesde druk)
In 2007 kwam 'Plantenvademecum voor tuin park en landschap' op de markt. (zie bij honingbijen)
Door de uitgever Schuyt & co was ik ongeveer in 1998  al benaderd voor het samenstellen van een volledig overzicht van het ecologisch groenbeheer. Destijds had ik  uitgerekend, dat dit een uitgave in twee delen zouden worden en dat de belangstelling  in Nederland te klein was om een dergelijke uitgave  winstgevend op de markt te brengen. Maar intussen had ik  me ook aangeleerd om digitale documenten te maken. Daardoor konden we toch met een tweedelige uitgave  komen. Een in boekvorm, een als Cd-rom.
 
De groene omgeving
Doordat ik zowel binnen als buiten de Dorschkamp veel meer dan voorheen met andere disciplines in contact kwam, werd mijn vroegere belangstelling op sociaal en psychologisch gebied sterk aangewakkerd. Ik verdiepte mijn in psychologische en sociale aspecten van de groene buitenruimte. Dat werd tot de dag van vandaag voorgezet.
Rond 1990 werd omgevingspsychologie populair in Nederland, althans op de universiteiten. Er verschenen allerlei rapporten en tijdschriftartikelen. Ik had toen  het gevoel dat over dit alles een waas van commercie hing. De meeste van deze documenten waren gebaseerd op getallen en enquêtes. Vanuit wetenschappelijk standpunt bekeken waren die wel in orde , want ik had en heb  de kennis om dat te kunnen beoordelen. Ik miste wel de mens van vlees en bloed in de verhalen, ook op symposia. Dat zal waarschijnlijk ook te maken hebben met mijn sociaal academische achtergrond, waarin  ieder mens een mens is en geen getal. Ik wil niet beweren dat statistisch onderzoek verkeerd is, maar bij mij kwamen de bevindingen zeer eenzijdig over.
Een ding was heel duidelijk: openbaar groen draagt bij aan welzijn en gezondheid. Ik wilde dat op een andere manier in beeld brengen.
I Ik schreef een manuscript en maakte foto's. Mijn uitgever Fonteyne was er zeer enthousiast over en wilde het wel uitgeven. Ik wilde echter een glossyachtig boek met grote foto's van hoge kwaliteit. Financieel was dat vrijwel onhaalbaar. Een zeer groot bedrag moest worden bijgepast. Na wat omzwervingen kwamen we bij van Eric van Ginkel (Hovenierbedrijf in Veenendaal). Hij was ook voorzitter van de VHG (Vereniging voor Hoveniers en Groenvoorzieners). Hij was wel enthousiast over het manuscript, maar kon niet inschatten wat de status van het boek zou worden. Anders gezegd welke pr-waarde het zou krijgen. Ik had ook goede relaties met GGD Rivierenland in verband met het terugdringen van het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen in de openbare ruimte. Het manuscript stuurde ik naar hen op met de vraag of een uitgave daarvan zinvol zou zijn en zo ja of de GGD er dan ook een voorwoord in wilde schrijven. Ik kreeg een zeer enthousiast briefje of telefoontje terug, dat ze het boek zagen zitten en dat er een landelijk studiegroepje zou komen die een voorwoord of hoofdstuk voor het boek gingen voorbereiden. Dat schrijven zou dan door de voorzitter van de Landelijke Vereniging van GGD-en worden ondertekend. Met deze actie sprong het licht bij Eric van Ginkel op groen. Het geld kwam beschikbaar uit de pot van de VHG. Het onderwerp werd in de ogen van Eric van Ginkel op een opvallende en een aansprekende wijze onder de aandacht gebracht.
De uitgave verliep echter niet soepel. Vanuit de directie van IBN-DLO  (Instituut voor bos- en natuuronderzoek –Dienst landelijk Onderzoek)werd ernstig bezwaar aangetekend tegen het feit dat het boek zou worden uitgegeven bij Schuyt & Co. Het boek was privé en daar had IBN-DLO niets mee te maken. Dit meningsverschil liep hoog op (zie brief). De vertegenwoordiger van de vakbond moest er aan te pas komen. Het zat er duidelijk en dik in dat de directie aan het kortste eind zou trekken. Zelf had ik  geen zin in dat hele gedoe.  Door mijn  zeer goede contacten bij LNV was een telefoontje naar de hoogste, voor mij niet onbekende ambtenaar,  voldoende om de directie tot inkeer te brengen. Van deze actie werd ik persoonlijk op de hoogte gesteld. Het werd echter zeer snel vrede. Het boek zou een zeer hoge status krijgen, waarvan het instituut ook een graantje zou mee pikken.
Het boek De Groene Omgeving werd uiteindelijk gepresenteerd in november 1994 op de 75-jarige jubileum bijeenkomst van de VHG. Een recensie van het boek kwam in alle landelijk dagbladen, regionale kranten en vrijwel alle groene tijdschriften.
Het boek werd uiteindelijk gepresenteerd in nov. 1994 op de 75-jarige jubileum bijeenkomst van de VHG. Het boek kwam in alle landelijk regionale kranten en vrijwel alle groene tijdschriften.