script language="Javascript1.2">
 
Literatuur: grasland en graslandbeheer --------- Grasland en insecten
Altena, H.J. & M.J.M. Oomes (1985). Te verwachten graslandvegetaties bij extensivering van het gebruik. De Levende Natuur 86 (1): 16-20.
Altena, H.J. & M.J.M. Oomes (1991). Leidt een verschralend graslandbeheer tot de ontwikkeling van soortenrijke graslanden? De Levende Natuur 92 (3): 77-82.
Ast, A. van, S.J. te Borg & J.M. van Groenendaal (1987). De oorzaak van de achteruitgang van Biggekruid in onze bermen. De Levende Natuur 88 (2): 88-93.
Bakker, J.P. & Y. De Vries (1988). De effecten van verschillende maairegimes in de benedenloop van de Drentsche A. De Levende Natuur 99 (4): 121-124.
Bakker, J.P. (1985). Hooien zonder bemesting: hoe langer hoe schraler? De Levende Natuur 86 (4): 149-153.
Bakker, J.P., L.F.M. Fresco & H. Olff (1990). Successie en fluctuaties in de soortensamenstelling en productie van graslandvegetaties bij verschralend beheer. De Levende Natuur 91 (5): 140-145.
Bax, I.H.W. & W. Schippers (z.j.). Ontwikkeling van botanisch waardevol grasland. Dienst Landelijk Gebied en IKC Natuurbeheer, Wageningen, pp. 88.
Bezemer, M., W. van der Putten & F. Rienks (2006). Niets doen loont bij Jakobskruiskruidplaag. De Levende Natuur 107 (5): 214-216.
Boeye, D. & B. Verhagen (1997). Plaggen in een beekbegeleidend laagveen. De Levende Natuur 98 (7): 273-276.
Bootsma, M., B. Beltman, A. Barendregt & T. Van den Broek (1997). Restauratie van verzuurde laagvenen in infiltratie gebieden. De Levende Natuur 98 (7): 278-282.
Bos, J. (1994). Natuurlijk bermbeheer in Ede. Groen 50 (12): 26-29.
Bruijn, O. de & J. Hofstra (1997). Kleinschalig herstelbeheer in het Boddenbroek op het landgoed Twickel. De Levende Natuur 98 (7): 289-295.
Dekker, H. (1989). Resultaten van het beheer van de spoorwegbermen in Drenthe. Natura 86: 179-189.
Dekker, H. (1994). Acht jaar beheer van spoorbermvegetaties in Drente. Natura 91 (6): 123-125.
Dijk, G. van (1990). Graslandbeheer in uiterwaarden. De Levende Natuur 91 (1): 13-22.
Dijkgraaf, E., C.L. Van der Geest, D. van der Broek & J.E.M. van Mierlo (1993). Is plaggen van natte schraallanden een effectieve maatregel? De Levende Natuur 94 (5): 183-187.
Dorp, D.M. van (1992). Vestiging van plantesoorten. Bereikbaarheid en geschiktheid van verschraalde graslanden. Landschap 92 (4): 271-283.

Eekeren, E.van & P. J. Jansonius, 2005. Ridderzuring beheersen: Stand van zaken in onderzoek en praktijk. Louis Bolk Instituut, Driebergen.: 55 pp.

Eliasson, I. (2000). The use of climate knowledge in urban planning. Landscape and Urban Planning 48 (1-2): 31-44
Eysink, F. & O. de Bruijn (1997). Kleinschalig herstel in de Lemselermaten (Oost-Twente). De Levende Natuur 98 (7): 258-259.
Geerst, R.H.E.M. & M.J.M. Oomes (2000). Kan de Spaanse ruiter het Wageningse Binnenveld heroveren? De Levende Natuur 101 (3): 71-75.
Gemeente Ede (1993). Ecologisch groenbeheer Ede, korte evaluatie t/m 1992. Gemeente Ede, pp. 8.
Groenendael & H. de Kroon (1990). De invloed van maaibeheer en successiestadium op het voorkomen van Biggenbruid (Hypochaeris radicata. L) in wegbermen. In: Groenendael, J.M., W. Joenje & K.V. Sykora. 10 jaar Zonderwijk & V.P.O. Landbouwuniversiteit Wageningen: Vegetatiekunde, Plantenoecologie en Onkruidkunde, pp. 53-57.
Haterd, R.J.W. van de, B. van den Hengel & P.J. Keizer (2009). Lange termijn effecten van maaibeheer in wegbermen. De Levende Natuur 110 (2): 88-94.
Heemsbergen, H. & G. Verhoek (1987). handleiding voor het maaien van bermen langs rijkswegen in de directie Drenthe van de Rijkswaterstaat. Stichting Studie Centrum Wegenbouw, Arnhem, 19 p., 1 bijlage..
Heemsbergen, H. (1985). Waar een wil is, is een bloemrijke berm mogelijk. Tuin en Landschap 7: 35-36.
Herwaarden, G.J. van (1988) Natuurtechnische mogelijkheden voor landinrichtingsprojecten 4: Bermen. Mededelingen Landinrichtingsdienst 185, pp. 55 + bijlage.
Horst, R.J., H.C. Jansonius & K.V. Sykora (1990). Vegetatie en beheer op de dijken van het Julianakanaal. De Levende Natuur 91 (1): 23-29.
Jansen, A., P. Schipper & S. van Opstal (1997). Het herstel van natte schraallanden. De Levende Natuur 98 (7): 242-243.
Jansen, A, J. Schamineé & A. Stortelder, 2008. Koolmansdijk, parel in de Achterhoek door succesvolbeheer natuurherstel. De Levende Natuur 109 (6): 228-233.
Jong, J.J. de, J.H. Spijker. R.J.A.M. Wolf, A. Koster & A.H. Schaafsma (2001). Beheerkosten en natuurwaarden van groenvoorzieningen langs rijkswegen. Rijkswaterstaat, Dienst Weg en Waterbouwkunde, Delft. Rapport DWW 2001-074, pp. 85.
Kalweij, J.M., K.V. Sykora & P.J. Keizer (2004). Een botanische evaluatie van 15 jaar rijkswegbermbeheer. De Levende Natuur 105 (3): 104-108.
Keizer, J.-K. (1992). Paddestoelen zoeken: duik de berm eens in. Natura 89 (8): 183-185.
Keizer, P.J. (1990). Paddestoelen in wegbermen: voor het behoud van groeiplaatsen optimaal beheer essentieel. Tuin & landschap 12 (21): 32-35.
Keizer, P.J. (2000). Een kanttekening bij gefaseerd maaibeheer. De Levende Natuur 101(2): 41-42.
Koster, A. & M. Claringbould (1991). Natuurlijker groenbeheer in Nederlandse gemeenten. VNG-uitgeverij, Den Haag, pp 160.
Koster, A. (2001). Ecologisch groenbeheer. Schuyt, Haarlem, pp 208.
Lammers, L., M. de Graaf, R. Bobbink & J. Roelofs (1997). Verzuring en eutrofiëring van blauwgraslanden. De Levenden Natuur 98 (7): 246-252.
Londo, G. (1985). Een proef met afplaggen in het Gerendal (Zuid-Limburg). De Levende Natuur 86 (3): 91-95.
Mars, H. de (1996). Herstel van en afgeschreven blauwgrasland in de Vechtstreek? De Levende Natuur 97 (3): 123-129.
Melman, P.J.M., H.L.P.A., Verkaar & H. Heemsbergen (1990). De effecten van inrichting en beheer op wegbermvegetaties. De Levende Natuur 91 (2): 53-59.
Melman, Th. & H.A.U. Haes (1987). Slootkanten als natuurelement in veengraslanden met gangbare bedrijfsvoering: Knelpunten en mogelijke oplossingen. Natuurtechnisch Tijdschrift 27: 89-102.
Müller, N. (1988). Südbayerische Parkrasen - Soziologie und Dynamik bei unterschiedlicher Pflege. Dissertationes Botanicae 123. Cramer, Berlin, pp.176.
Oomes, M.J.M. & H.J. Altena (1987). Droge-stofproductie en mineralenoogst bij verschralend beheer. De Levende Natuur 88 (6): 248-253.
Oomes, M.J.M., R.H.E.M. Geerts & H.J. Altena (1998). Vernatten en verschralen: doel, maatregelen en (on)mogelijkheden voor herstelbeheer. Landschap 15: 99-110.
Oomes, T. & A. van der Werf (2003). Hooiland gebruik en botanische diversiteit: is bemesting altijd een bedreiging? De Levende natuur 104: (192-196.
Piek, H., H.Sloteren & N. van Heijst (1997). Herstel van verzuurde hooilanden in de Wieden. De Levende Natuur 98 (7): 283-288.
Rossenaar, A.J.G.A & J.G. Streefkerk (1997). Herstel van een pleistoceen blauwgrasland: het Stekampsveld. De Levende Natuur 98 (7): 266-272.
Schaffers, A. (2000). Ecology of roadside plant communities. Proefschrift. Wageningen Universiteit, pp. 303.
Schaffers, A.P., M.C. Vesseur & K.V. Sykora (1998). Effects of delayed removel on the nutrient balance of roadsite plant communities. Journal of Applied Ecology 35: 349-364.
Schaik, A.W.J. & L.C. van den Hengel (1994). Beheer van flora in wegbermen. Groen 50 (12): 15-18.
Schaminée, J. & S. Hennekens (1985). Bodem en vegetatie van de Wylré-akkers (Zuid-Limburg): van Bouwland naar krijthellinggrasland. De Levende Natuur 86 (2): 53-60.
Schaminée, J.H.J. & J.H. Willems (1996). Festuco-Brometea. In: Schamende, J.H.J., A.H.F, Stortelder & E.J. Weedas. De vegetatie van Nederland 3: Graslanden, zomen, droge heiden. Poules press, Leiden, pp. 145-162.
Schouwenberg, E.P.A.G. Mierlo J.E.M. van & D. van der Hoek (1991). Is vernatting een effectieve maatregel voor het herstel van natte, schrale graslanden. De Levende Natuur 92 (4): 128-132.
Slings, Q.L. (1994). De kalkgraslanden van de duinen. De Levende Natuur 95 (1): 120-130.
Sluijsmans, J.J.L. & P. Hinssen (red.) (1996). Knellend groenafvalbeleid. Een verkenning van knelpunten en oplossingen bij de verwerking van groenafval in Nederland. Instituut voor Bos- en Natuuronderzoek, Wageningen, pp. 135.
Sprangers, H. (1996). Extensief graslandbeheer op zeedijken. Landbouwuniversiteit Wageningen, pp. 223.
Stolk, T. (1990). Wilde bloemen in de berm zijn gewoon. Tuin & Landschap 12 (4): 28-29.
Stortelder, A.H.F., J.H.J. Schaminée &E.J. Weeda (1996). Melampyro-Holcetea mollis. In: Schaminée, J.H.J., A.H.F, Stortelder & E.J. Weeda. De vegetatie van Nederland 3: Graslanden, zomen, droge heiden. Opulus press, Leiden, pp. 247-262.
Strykstra, R.J. & G.L. Verweij (1995). Maaimachines zijn ook zaaimachines. De Levende Natuur 96 (1): 6-10.
Stülpnagel, A. von, M. Horbert & H. Sukopp (1990). The importance of vegetation for the urban climate. In: Sukopp, H., S. Hejný & I. Kowarik (Eds.). Urban ecology, plant and plant communities in urban environments. SPB Academic Publishing, Den Haag, pp. 175-193.
Sykora, K. van & C. Liebrand (1986). Behoud, herstel en ontwikkeling van soortenrijke dijkvegetaties. Waterschapsbelangen 71 (23/24): 686-700.
Sýkora, K.V. (1998). Wegen naar verscheidenheid. Inaugurele rede. Landbouwuniversiteit, Wageningen, pp. 41.
Sýkora, K.V., & C.I.M. Liebrand (1987). Natuurtechnische en civieltechnische aspecten van rivierdijkvegetaties. Landbouwuniversiteit, Vakgroep Vegetatiekunde, Plantenoecologie en Onkruidkunde, Wageningen, pp. 194.
Sýkora, K.V., L. de Nijs & T. Pelsma (1988). Plantengemeenschappen in de Nederlandse wegbermen en de zeldzaamheidswaarde van de Bermflora. De Levende Natuur 89 (1): 14-20.
Sýkora, K.V., L.J. de Nijs & T.A.H.M. & Pelsma (1993). Plantengemeenschappen van Nederlandse wegbermen. KNNV, Utrecht, pp. 280.
Thema: natte schraallanden. De Levende natuur 1997. 98 (7).
Thema: wegen. Groen 1997. 53 (9):
Thema: wegen. Groen 1999. 55 (9).
Veenendaal-Hannessen, D. (1992). Natuurlijk groenbeheer in Sneek: Door minder maaien, geld voor omvormen groen. Tuin & Landschap 14 (15): 24-25.
Velde, M.van der (1986). Vegetatie en beheer van wegbermen in Groningen. De Levende Natuur 87 (4): 113-118.
Verlinden, A., M. Dumotiet & M. van den Brande (1990). Overstroming in graslanden en natuurbeheer. De Levende Natuur 91 (4): 100-103.
Vries, J.G. de & A.J.M. Meijer (1994). Kostenbesparing in het ecologisch bermbeheer. Groen 50 (12): 10-14.
Weijden, H. van de & W. Schippers (1996). Aanleg en ontwikkeling van natuurrijke wegbermen. IKC Natuurbeheer, Wageningen. pp. 52.
Zonderwijk, P. (1979). De bonte berm. Zomer en Keuning, Ede, pp. 160.
Zuidhoff, A.C., J.H.J. Schaminée & R. van 't Veer (1996). Molinio-Arrhenatheretea. In: Schaminée, J.H.J., A.H.F, Stortelder & E.J. Weeda. De vegetatie van Nederland 3: Graslanden, zomen, droge heiden. Opulus press, Leiden, pp. 163-226.
Zwaenepoel, A. (1998). Werk aan de berm! Handboek botanisch bermbeheer. Stichting Leefmilieu, Antwerpen, pp. 296.
 
Grasland en insecten
Bak, A., W. Oorthuijsen & M. Meijer (1998). Vlindervriendelijk wegbermbeheer langs de A58 in Zeeland. De Levende Natuur 99 (7): 261-267.
Bink, F.A. & J.G. van der Made (1986). Dagvlinders en grote herbivoren 1. De Levende Natuur 87 (5): 130-136.
Bink, F.A. & J.G. van der Made (1986). Dagvlinders en grote herbivoren 2. Invloed grote herbivoren op voedselbronnen en landschap. De Levende Natuur 87 (6): 168-175.
Halder, I. van & H. Kievit (1994). Maaibeheer voor Vlinders: Gefaseerd maaien, ruigtes creëren, maaisel laten liggen en afvoerren. Tuin & Landschap 16 (8): 86-87.
Halder, I. van & H. Kievit (1994). Minder maaien: meer dieren. Groen 50 (12): 19-22.
Klandermans, P.G. (1994). Vlindervriendelijk Groenbeheer in Soest. Groen 50 (12): 23-25.
Koster, A. (1986). Meer mogelijkheden voor insekten in wegbermen. De Levende Natuur 87 (5): 154-157.
Koster, A. (1988). Insektenbeheer: Gewenst beheer van sterk door de mens beïnvloede levensgemeenschappen zowel in het landelijk als in het stedelijk gebied. Wetenschappelijke Mededeling KNNV 187, KNNV, Utrecht, pp. 112.
Koster, A. (1989). Beheer van ongewervelde diersoorten. De Levende Natuur 90 (1): 32.
Koster, A. (1989). Insektenbeheer in wegbermen en langs spoorlijnen. In: W. Ellis (red.), Insektenfauna en natuurbeheer. Wetenschappelijke Mededeling KNNV 192, KNNV, Utrecht, pp.151-161.
Koster, A. (2001). Bijen in openbaar Groen: pinoniervegetaties, grasland, ruigte en beplantingen. Groen 57 (7/8): 23-29.
Ministerie van Landbouw en Visserij, Directie Natuur, Milieu en Faunabeheer (1989). Beschermingsplan dagvlinders. Den Haag, pp. 227.
Morris, M.G. & K.H. Lakhani (1979). Responses of grassland invertebrates by cutting 1.Species diversity hemiptera. Journal of Applied Ecology 16: 77-98.
Morris, M.G. & R. Plant (1983). Responses of grassland invertebrates to management by cutting 5. Changes in Hemiptera following cessation of management. Journal of Applied Ecology 20: 157-177.
Morris, M.G. & W.E. Rispin (1987). Abundance and diversity of the coleopterous fauna of a calcareous grassland under different cutting regimes. Journal of Applied Ecology 24: 451-465.
Morris, M.G. (1969). Populations of invertebrate animals and the management of chalk grassland in Britain. Biological Conservation 1: 225-231.
Morris, M.G. (1968). Differences between the invertebrate faunas of grazed and ungrazed chalk grassland 2.The fauna of sample turves. Journal of Applied Ecology 5: 601-611.
Morris, M.G. (1978). Grassland management and invertebrate animals as elective review. Scientific Proceedings of the Royal Dublin Society A6: 247-257.
Morris, M.G. (1978). The effect of cutting on grassland hemiptera: a preliminary report. Scientific Proceedings of the Royal Dublin Society A6: 285-295.
Morris, M.G. (1979). Responses of grassland invertebrates to management by cutting 2. Heteroptera. Journal of Applied Ecology 16: 417-432.
Morris, M.G. (1981). Responses of grassland invertebrates to management by cutting 3: Adverse effects on Auchenorhyncha. Journal of Applied Ecology 18: 107-123.
Morris, M.G. (1975). Preliminary observations on the effects of burning on the Hemiptera (Heteroptera and Auchenorhyncha) of limestone grassland. Biological Conservation 7: 311-319.
Morris, M.G. & E. Duffey (1974). Zoological characteristics and interest of the grassland ecosystem. In: Duffey, E., et al. (Eds.), Grassland ecology and wild life management. Chapman and Hall, London, 92-123.
Morris, M.G. (1969). Differences between the invertebrate faunas of grazed and ungrazed chalk grassland. 3.The heteropterous fauna. Journal of A pplied Ecology 6: 475-487.
Natuurwetenschappelijke Commissie (1991). Wie het kleine niet eert: Ongewervelde dieren en het terreinbeheer. Natuurbeschermingsraad, Utrecht, pp. 91.
Nijland, F. en D. Goslinga (1990). Vlinderberm "Canterlan". Wielenwerkgroep, Giekerk, pp. 14.
Nijland, F. (2001). Werkt vlindervriendelijk beheer? Vlinders 16 (4): 28-30.
Siepel et al. (1987). Beheer van graslanden in relatie tot de ongewervelde fauna: ontwikkeling van een monitorsysteem. RIN-rapport 87/29. Rijksinstituut voor Natuurbeheer, pp. 127.
Southwood, T.R.E. & H.F. Van Emden (1967). A comparison of the fauna of cut and uncut grasslands. Zeitsschrift für Angewandte Entomologie 60: 188-198.
Stülpnagel, A. von, M. Horbert & H. Sukopp (1990). The importance of vegetation for the urban climate. In: Sukopp, H., S. Hejný & I. Kowarik (Eds.), Urban ecology, plant and plant communities in urban environments. SPB Academic Publishing, Den Haag, pp. 175-193.
Swaay, C. (2000). Kan de Moerasparelmoervlinder het Wageningse Binnenveld heroveren? De Levende Natuur 101 (5): 154-155.
Vries, M.F.W. & J.C. Knotters (2000). Effecten van gefaseerd maaibeheer op de ongewervelde fauna van graslanden. De Levende Natuur 101 (2): 37-41.
Wallis de Vries, M.F. & J.C. Knotters (2000). Effecten van gefaseerd maaibeheer op de ongewervende fauna van graslanden. De Levende Natuur 101 (2): 36-41.
Wijnhoff, I. et al. (1989). Beschermingsplan dagvlinders. Ministerie van Landbouw en Visserij, Directie Natuur Milieu en Faunabeheer, Den Haag, pp. 227.
Zonderwijk, P. (1979). De bonte berm. Zomer en Keuning, Ede, pp. 160.
Zuijen, M. van & M.W. de Vries (1999). Het Amsterdamse Bos: Dagvlinders en sprinkhanen bij grazen of maaien. De Vlinderstichting, Wageningen. Rapportnr. VS 99.08, pp. 15.