Pioniers van ecologische groen beheer in stedelijk gebied
In de jaren 70 van de vorige eeuw werd er al geëxperimenteerd met het ontwikkelen van bloemrijke bermen. Vooral in de periode 1980 - 2000 van de vorige eeuw werd er veel ervaring opgedaan. In deze periode heb ik het overgrote deel van deze groenbeheerders zeer geregeld bezocht. Ze hebben al hun kennis, kunde en frustraties met mij gedeeld. Deze kennis werd ook weer gebruikt voor onderzoek, advies en publicaties van de Adviesgroep Vegetatiebeheer en Dorschkamp-Alterra (Koster, 1989-2007) en uiteraard voor deze website. Alle afbeeldingen zijn van gescande dia's van voor 2000. Alleen de gemeenten waar dia's van beschikbaar zijn, worden genoemd. Onder beheerder versta ik de hovenier die het werk zelfstandig uitvoert of de persoon die het op de werkvloer begeleid. In veel gemeenten is de laatste decennia extreem op groenbeheer bezuinigd. Vaak wordt dat gecompenseerd door aanplanten van bollen, uitzaaien van bloemrijke linten of vaste planten. Dat is leuk voor het publiek, maar levert gewoonlijk aan biodiversiteit weinig tot niets op.

Amstelveen (1998),
Beheerder: Hein Koningen
Amstelveen is internationaal bekend om zijn heemtuinen. Vanaf 1963 werd de ervaring die in deze tuinen was opgedaan ook toegepast in bermen en grasland. Een hoogstandje was de middenberm van de Beneluxbaan die in de perioden 1963-1972 werd aangelegd. De middenberm was gereserveerd voor de huidige trambaan die er pas in de jaren 80 kwam. Op initiatief van het hoofd van de beplantingen J.Landweer werd er tijdelijk een bloemrijke berm aangelegd. Toen al gold de regel zaai zo weinig mogelijk gras in. Om de vrede te bewaren werd er 5 kg/ha. fijnbladig schapengras mee gezaaid. Doordat de zijkant van de weg een zeer vochtige ondergrond had, ontwikkelde zich spontaan een grazige vegetatie met Rietorchis. De middenberm moest plaatsmaken voor de trambaan. De bermen werden 1 x per jaar aan het einde van het groeiseizoen gemaaid. De eenjarige planten verdwenen snel, de overblijvende planten hielden het een jaar of een paar jaar langer vol. De overblijvende planten ontwikkelde zich samen met de grassen tot een bloemrijke graslandvegetatie. Kortom het ontwikkelen van bloemrijke bermen zoals dat nu wordt toegepast, bestaat al sinds 1963. Daarnaast werden er ook bloemrijke vegetaties ontwikkeld door de bestaande grasveldjes en bermen als hooiland te beheren.

Amersfoort (2001)
Beheerder: Vincent van Laar
Rond de jaren 90 stond in Amersfoort het ecologisch groenbeheer nog in de kinderschoenen. Voor kleine stukje natuur was heel veel aandacht. Deze heidevegetaties worden al decennia lang in stand gehouden. De heidezandbij en de heidezijdebij zijn hier in de periode 1990-2015 talrijk waargenomen.
Amsterdam
A.dam-Noord.Beheerder: F. Haayen
In Amsterdam-Noord werd eind van de jaren 80 begonnen met ecologisch groenbeheer. Dit werd vrij snel overgenomen door andere stadsdelen. Rond 1995-2000 kwam dit beheer in vrijwel alle stadsdelen voor.
Apeldoorn (1997)
Beheerder: H. van der Duijn.
De gemeente Apeldoorn was voor 1990 vooral met bermen al heel ver gevorderd. De meest opvallende locatie was de Laan van Zevenhuizen.
Enkele opvallende soorten waren: sint janskruid, grote ratelaar, gewone rolklaver, gewoon duizendblad. Het succes van deze berm was ook te danken aan de vrij droge, schrale zandigrond.
Arnhem (1991)
Beheerders: A.Wiltink & R. Ruseler.
In Arnhem waren duidelijke resultaten van berm- en graslandbeheer goed zichtbaar. Hier is niet ingezaaid, maar alleen hooilandbeheer toegepast. De paardenbloemen waren er altijd al. De pinksterbloemen hebben zich in enkele jaren sterk uitgebreid. Verschillende keren is hier ook oranjetip waargenomen.

Assen (1992)
Beheerder: Johan Wessel.
Waar het kon werden bermen ecologisch aangelegd. Er werd ook ingezaaid. De berm op de foto werd alleen 1x per jaar gemaaid. Omdat de uitgangssituatie zeer gunstig was ontstonden er hier een daar polletjes gewone dophei. Het talud van de aangrenzende vijver, (een plas, hier niet in beeld) werd met een zeer geleidelijk aflopend talud natuurtechnisch aangelegd en werd niet ingezaaid. Er waren toen indicaties dat er een heischraal grasland kon ontstaan.



Den Bosch (1992)
Beheerder: Teus Korevaar
Vooral in de bermen en graslandjes was ecologisch beheer duidelijk zichtbaar. Op de foto met gewoon biggenkruid. Hier was het niet duidelijk of er 1 of 2 keer per jaar werd gemaaid. Bij 1 x maaien loopt biggenkruid in te gesloten grasland terug. Dat is hier nog niet het geval.


Deventer (1996)
Beheerder: Jaap van de Waarden
Hier een ruig grasland dat een keer per jaar werd gemaaid. Bloemrijk grasland ontstond meestal door het maaibeheer, maar er werd ook ingezaaid.

Ede (1992)
Beheerder: Joh.Bos
In Ede (waar ik van 1972 tot 1980 werkte als vormingswerker) begon ecologisch beheer rond 1972. De eerste zaden waren afkomstig uit de directe omgeving. Later werden de zaden met de hand in het openbaar groen verzameld en nog later met de stofzuiger. Dat werd opgeslagen op een zaadzolder waar bewoners een keer per jaar gratis zaad konden krijgen.


Gouda (1992)
Beheerder: Andre van Kleinwee
Dit park (zeg maar gemeenschappelijke achtertuin) ligt aan de Bloemendaalseweg. Kleine watertjes worden hier afgewisseld met natte tot vochtige graslandjes. Op deze plek groeien dotterbloemen op andere plekken pinksterbloem, echte koekoeksbloem en grote ratelaar. Afhankelijk van de vochtigheid van de bodem werd er 1 of 2 x per jaar gemaaid.


Hilversum (1996)
In Hilversum werden veel bermen en graslandjes ecologisch beheerd. Door de grote variatie in de bodem en grondwaterstand was de verscheidenheid in de vegetatie opvallend. Op de foto een heischraal grasland met hazenpootje en gewoon biggenkruid, op andere plekken waren bermen met struikhei en op natte plekken met scherpe boterbloem met grote ratelaar.
Leeuwarden (1993)
G.Visser & P.Douma
Leeuwarden behoorde tot de eerste 6 gemeenten in Nederland die het chemisch onkruid beheer (in de jaren 80) volledig afschafte. Door 2x per jaar te maaien en al dan niet gecombineerd met inzaaien ontstonden er bloemrijke graslandjes en bermen. Op klei was dat niet altijd gemakkelijk .
Maastricht (1995)
Beheerder: Jim Evelijn
Op kalkrijke grond werden in Maastricht de eerste bloemrijke bermen ontwikkeld waarin wilde marjolein in voorkwam. Op andere plekken groeide harige ratelaar dat toen nog zeer zeldzaam was

Nijmegen (1998)
In Nijmegen werden veel plekken ecologisch beheerd. Ook delen van parken die niet intensief werden gebruikt, werden als hooiland beheerd en gedeeltelijk ook ingezaaid.


Rijswijk (ca 1995)
Beheerder: C. Los
Het enige gebied waar duidelijk ecologisch groenbeheer werd toegepast was het Wilhelmina park. Hier kwamen vooral veel grote ratelaar en rietorchis voor.


Schiedam (1992)
Beheerder: H.Nikkels
In Schiedam-Nieuwland zijn allerlei pogingen gedaan om bloemrijke bermen te ontwikkelen. De bodems waren gewoonlijk opgebracht op een laag opgespoten grond of zeezand. Langs vijverkanten kwam hier een daar wel rietorchis voor. Dit dijkje langs de Poldervaart is zeer voedselrijk. Aan de vegetatie is dat duidelijk af te lezen. Grote berenklauw is een belangrijke plant voor insecten. Ook voor zulke planten moet er ruimte zijn.

Sneek (ca 1999)
Beheerder:Douwe de Groot
Sneek stopte in 1980 met chemische onkruidbestrijding en ecologisch groenbeheer werd ingevoerd. 20 jaar later werden er meer dan 45 soorten wilde bijen in het openbaar groen waargenomen. Daarnaast nog veel meer andere insecten. Voor kinderen was er weer veel te ontdekken.


Soest (1996)
Beheerder: Ad van de Kar
Deze vlinderberm is onder begeleiding van de Vlinderstichting ingericht voor vlinders en andere bloembezoekende insecten. Om het publiek er bij te betrekken is er ook een graspad dat geregel werd gemaaid.

Utrecht (1993)
De gemeente Utrecht begon rond 1990 met ecologisch berm en grasland beheer. Een pronkstuk was het park Lunetten om het fort Lunet. In het voorjaar werd het grasland eerst gedomineerd door paardenbloem; een aantal jaren later door scherpe boterbloem. Het park lag hier (en nog steeds) voor de deur. Binnen loopafstand van ouderen.

Veenendaal (1999)
Beheerder: Willem van Leeuwen
Op zeer bescheiden schaal werd er geëxperimenteerd met ecologische groenbeheer. Begin jaren 90 werd chemische onkruidbestrijding in de ban gedaan. Toen nog weinig toegepast in Nederland, maar zeer revolutionair in Veenendaal was de aanleg van een vijvertalud van 1:8 in 1987). Deze werd niet ingezaaid. Het eerste jaar stond gewone melde 2 m hoog. Al vrij snel was er zicht op een grazig talud met hoge potenties maar door klepelen en frezen werd het talud te sterk verstoord. Willem van Leeuwen vertrok, waardoor de ontwikkeling stagneerde.

Vlaardingen (1995)
Beheerder: Ben van As
Holywijk in Vlaardingen werd aanvankelijk integraal ecologisch beheerd. Het Holypark was een juweel. Orchideeën kwamen in de hele woonwijk in natte tot vochtige bermen en graslandjes overal voor. Het graslandje op de foto is natuurtechnisch aangelegd (rond 1992). De oude zode is afgegraven waarbij ook kleine hoogteverschillen zijn gemaakt. Vervolgens is er maaisel uitgelegd dat afkomstig was van de Vlietlanden. Op de foto zijn moeraskartelblad, grote ratelaar en echte koekoeksbloem te zien. Rietorchis werd verwacht en kwam er ook.

Zoetermeer (ca. 1998)
Beheerder: A.C. de Jong & Johan Vos
Zoetermeer ligt op zeeklei. De berm met margriet is waarschijnlijk ingezaaid, maar heeft het wel meer dan 10 jaar volgehouden. Waarschijnlijk is de grasmat te dicht geworden voor deze plant. Op andere plekken in de stad komt rietorchis voor, op sommige plekken talrijk. Rietorchis heeft zicht spontaan gevestigd en heeft zich door goed maaibeheer sterk uitgebreid.
Zwolle (1994)
Beheerder: R.Baarslag & Gerhard Mostert
Zwolle was een van de eerste gemeenten die met ecologisch berm- en grasland beheer begon. Er werd veel ingezaaid, maar ook met maaien en afvoer van maaisel werd resultaat geboekt. Op de foto een vegetatie die van nature op deze plek thuishoort. Scherpe boterbloem, rode klaver en fluitenkruid. Minder spektakel, maar waarschijnlijk wel meer biodiversiteit.
Overige gemeenten
Om de lijst niet te lang te maken,is een een keuze gemaakt. Dat betekent niet dat andere gemeenten minder waren. De andere gemeenten die ik heb bezocht zijn:
Alphen aan de Rijn, Breda (S. Langeveld), Enschede (T. Loevering), Goningen (W. Veldstra), Haarlem, D.Vonk), Leiden (Jac. van Rijn), Leusden (H. van der Kamp & R. Meijer), Maasland (Martin Poot), Meppel (S. Feenstra & H-J. van de Veen), Middelburg (A. van de Pas), Muntendam (H. Schokkenbroek), Naarden ((P. Veenstra), Nijkerk (E. Druyff), Rotterdam (Remko Andeweg, Piet Florusse,  R. van de Velden), Warfum (H. Maring), Woerden J. Verhoog), Wageningen (C. Kempkens & Dhr Aardema), Winsum (Nanniga), Zeist (Van der Weide), Zutphen (D. Verlaan)
Uitslag Enquete groenbeheer in Nederlandse Gemeenten 1990 (Koster, 1990):
- in 32 % van de gemeenten wordt er op grasvelden een experimenteel hooiland beheer uitgevoerd
- in 50% van de gemeenten worden op grote of kleine schaal bermen als experimenteel hooiland beheerd.
- in 44% van de gemeenten wordt verschralingsbeheer geheel of gedeeltelijk belemmerd door economische, sociale, en organisatorische problermen.
Van de 635 gemeenten hebben 318 de enquete ingevuld.