Verantwoording
Vegetatiekundig zijn begroeiingen in tientallen plantengemeenschappen in te delen. Bij het beheer vraagt iedere plantengemeenschap aparte aandacht. Vooral in natuurreservaten. Ook buiten de natuurreservaten is deze aandacht gewenst, maar dat is niet altijd praktisch. Vooral als het beheer moet worden uitbesteed. Naar beheer kunnen vegetaties ook anders worden ingedeeld. In de praktijk wordt het beheer meestal bepaald door de voedselrijkdom en de vochtigheid van de van de bodem. De plantengemeenschappen zijn daarom gegroepeerd in beheertypen. In ieder beheertypen worden de voornaamste kenmerkende planten genoemd.

Beheertypen
Onder beheertypen wordt hier verstaan een groep planten op een ruim gedefinieerd bodemtype. (bijvoorbeeld een droge, voedselarme zure bodem). Deze indeling is vrij grof maar praktisch bruikbaar. De wortels van deze indeling liggen bij de Adviesgroep Vegetatiebeheer, die inde periode 1980-1990 onder leiding van Prof. Dr. Piet Zonderwijk (1926-2006) zijn hoogtepunt in onderzoek en advies had.Onderzoek en Advies hadden voornamelijk betrekking op lintvormige landschapselementen zoals wegbermen, spoorwegen, watergangen, rivierdijken etc. In de laatste jaren kreeg ik van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij ook toestemming om het stedelijk gebied daar bij te betrekken.
Er werd hier sterk uitgegaan van de voedselrijkdom en de productiviteit van de bodem. Ook vanuit de floristische invalshoek is er een indeling gemaakt (Runhaar, 1987) die aanzienlijk genuanceerder is dan de indeling die in dit boek wordt gebruikt. De indeling die werd gebruikt was en is nog steeds vooral bestemd voor het beheer buiten de natuurgebieden. Voor de echte natuurgebieden of zeer hoogwaardige halfnatuurlijke vegetaties moet men de handboeken van de vegetatie van Nederland raadplegen.
Op deze website gaat om ca 40 beheertypen. De meeste planten komen in meer dan een beheertype voor. Verschillende beheertypen betekenen niet steeds verschillende beheermaatregelen. Een onderdeel van het beheer is ook monitoring en evaluatie.

Naast eigen onderzoek en publicaties ( Zie link) is verder ook gebruik gemaakt van de publicaties van mijn collega's bij Alterra.
Schaminée, J.H.J., A.H.F. Stortelder & V. Westhoff, 1995. De vegetatie van Nederland 1: grondslagen, methoden, toepassingen. Opulus Press, Leiden. 296 p.
Schaminée, J.H.J., E.J. Weeda & V. Westhoff, 1995. De vegetatie van Nederland 2: wateren, moerassen, natte heiden. Opulus Press, Leiden. 360 p.
Weeda, E.J., J.H.J. Schaminée & L. van Duuren (2003). Atlas van plantengemeenschappen in Nederland 3: Kust en binnenlandse pioniermilieus. KNNV Uitgeverij, Utrecht, pp. 256.
Schaminée, J.H.J., E.J. Weeda & V. Westhoff, 1998. De vegetatie van Nederland 4: kust en binnenlandse pioniermilieus. Opulus Press, Leiden. 346 p.
Stortelder, A.F.H., J.H.J. Schaminée & P.W.F.M. Hommel, 1999. De vegetatie van Nederland 5: ruigten, struwelen, bossen. Opulus Press, Leiden. 376 p.
De kaartjes zijn gebaseerd op de verspreidingskaartjes van het boek: De Nederlandsche bijen. (Peeters. T.M.J. et al., 2012. De Nederlandse bijen. Naturalis Biodiversity center. Leiden. 544 pp.